Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Leraren zouden meer ont werptijd moeten krijgen’
Meer maatwerk door flexibele onderwijstijd

‘Leraren zouden meer ont werptijd moeten krijgen’

Auteur: Astrid van de Weijenberg

De wet Onderwijstijd moet scholen in het voortgezet onderwijs meer mogelijkheden geven voor maatwerk, zoals eigen leer­routes, eerder examen doen, alleen onvoldoende vakken herkansen. Werkt dat in de praktijk ook zo?

Met de wet Onderwijstijd, die per 1 augustus 2015 is ingegaan, is de urennorm in het voortgezet onderwijs per leerjaar vervangen door een urennorm voor de hele schoolloopbaan. In de nieuwe wet moet het vmbo kunnen aantonen in vier jaar 3.700 uur te maken, havo 4.700 uur in vijf jaar en vwo 5.700 uur in zes jaar. Doel: meer ruimte en flexibiliteit om het onderwijs beter in te richten, meer mogelijkheden om een aangepast programma voor bijvoorbeeld excellente leerlingen of leerlingen met een achterstand te ontwerpen.
 
In het onlangs uitgebrachte rapport van de onderwijsinspectie, de Staat van het Onderwijs 2015/2016, ziet de VO-raad een pleidooi om de ontwikkeling “naar meer flexibilisering en het bieden van gelijke kansen aan alle leerlingen versterkt door te zetten.” In een reactie op dit onderwijsverslag zegt de raad: “Het is daarom belangrijk dat de beweging naar flexibilisering en maatwerk waar veel scholen mee bezig zijn, wordt voortgezet.” (website VO-raad 12 april 2017)
 
Versoepeling
Hoe ging en gaat de inspectie om met de controle van de onderwijstijd? Dat lijkt te verschillen per regio en per inspecteur, maar ook door de jaren heen liep het uiteen.
Jeroen van Grunsven, rector van het Picasso Lyceum in Zoetermeer, herinnert zich nog de tijd van staatssecretaris/minister Marja van Bijsterveldt (2007-2012). “Toen werd er wel degelijk per leerling gekeken of die voldoende uren maakte. Wij waren altijd al eigenwijs, aan het experimenteren hoe we onze leerlingen zoveel mogelijk maatwerk konden bieden, dus hadden daar last van. We deden bijvoorbeeld mee aan een pilot van OCW om meerdere examenmomenten in te lassen (januari, mei en augustus). Dat betekent ook schuiven met uren natuurlijk. Iemand die in de eerste helft van het jaar al veel uren heeft gestopt en examen heeft gedaan in verschillende vakken, kan in de tweede helft bij Albert Heijn gaan werken bij wijze van spreken. Maar dat lag moeilijk. Daarmee riskeerde je een boete van de inspectie.”
Het is door allerlei omstandigheden niets geworden met die meerdere examenmomenten. Van Grunsven: “Je ziet wel dat er sinds die tijd ieder jaar een versoepeling is opgetreden rond die onderwijsuren. Nu gaat het erom dat je een programma aanbiedt met voldoende uren en niet meer of alle leerlingen die uren ook daadwerkelijk volgen.”
 
Van Grunsven is blij met de wet en hoopt dat die ervoor gaat zorgen dat scholen minder bang zijn om afgerekend te worden door de inspectie voor een andere manier van werken. “Ons brengt de wet niet zoveel. Ja, dat we nu niet officieel een tik kunnen krijgen. Wij hebben altijd buiten de kaders gedacht. En daarover altijd veel contact gehad met de inspecteur. Laat zien wat je doet en waarom je het doet. Nodig de inspecteur uit. Dan kan veel.”
 
Voorwaarden
Op het Picasso gaan leerlingen bijvoorbeeld over voor de vakken waarvoor ze voldoende staan en blijven ze zitten voor de vakken die onvoldoende zijn. Ze horen dus feitelijk bij twee klassen. Ook zijn er havoleerlingen die vakken op vwo-niveau doen. Van Grunsven: “Het ingewikkelde is dat zij zes jaar in vijf jaar moeten doen. Als je daar pas in de bovenbouw achter komt, is dat wel erg kort dag. Daarom zijn we dit schooljaar begonnen met twee brugklassen van mavo tot vwo. Volgend jaar zullen al onze brugklassen breed zijn. Leerlingen doen ieder vak op het niveau dat bij hen past. Dat werkt heel stimulerend. Veel van onze leerlingen die op mavo/havoniveau zijn binnengekomen werken nu op havoniveau.”
 
Dat vergt wat van de docent, maar ook een goed ict-systeem is een voorwaarde. En daarin is nog niet veel keus. Het Picasso werkt met Kunskapsskolan, een Zweeds systeem dat gericht is op gepersonaliseerd leren. “Dat werkt heel goed”, zegt Van Grunsven, “maar is wel prijzig.”
Vanaf dag een zijn de leerlingen eigenaar van hun leren. De docent heeft daarbij een coachende rol. Op het Picasso zijn ze daarvoor speciaal opgeleid en hebben ze uren en toegewezen leerlingen: wat doe je vandaag, wat doe je thuis, hoe ga je het doen, wat heb je nodig? Bang dat leerlingen te weinig uren maken, is niemand. Ze zijn iedere dag van half 9 tot ongeveer kwart voor drie op school. Lesuitval is er ook niet, want het rooster is heel flexibel. Het docententeam kan iedere dag opnieuw extra instructiemomenten inroosteren of zelfwerktijdsessies toevoegen.
 
Mopperopmerking
Elly Loman is rector van het Hyperion Lyceum in Amsterdam, een jonge school voor atheneum+ en gymnasium. Hiervoor was ze rector van het Vathorst College in Amersfoort. Beide scholen zijn volop bezig met maatwerk en vernieuwing. “Ik wil even beginnen met een mopperopmerking”, zegt ze. “De belemmering voor maatwerk en vernieuwing van het programma zit niet zozeer in de onderwijstijd, maar in het feit dat leraren te veel uren voor de klas staan. Ze zouden meer ontwerptijd moeten krijgen. Als ze niet elke dag opgeslokt worden door de lessen krijg je pas een rijk programma. Dan kun je vakoverstijgend werken en maatwerk leveren.”
Maar los daarvan vindt Loman het prettig dat de onderwijstijd niet meer zo strak ingestoken wordt door de inspectie. Wat haar betreft mag dat nog veel verder gaan. Inspecteurs kijken nog erg vanuit hun eigen middelbare-schoolervaring, vindt ze. Ze zou het bovendien gedurfd vinden als de inspectie echt alleen zou letten op de output. “Het is heel goed dat de inspectie de lesuitval in de gaten houdt. Maar reken scholen verder alleen af op resultaten, durf ze vrijheid te geven om het programma zelf vorm te geven. Nu moet ik nog steeds verantwoorden hoe ik tot de resultaten kom. En met resultaten bedoel ik niet alleen het eindexamen. Wij leiden op tot kritisch denkende en empathisch mensen. Ook dat is een onderwijsdoel. Bovendien is er uit onderzoek nooit een directe correlatie gebleken tussen resultaten en contacturen.”
 
Vakoverstijgend
Het Hyperion maakt uren vrij voor project based learning, vakoverstijgend werken. Dat kan door economisch met geldstromen om te gaan en minder taakuren in te roosteren. Verder worden sommige vakken geperiodiseerd aangeboden, bijvoorbeeld een half jaar aardrijkskunde in plaats van een heel schooljaar. Daarvoor in de plaats komen dan vakoverstijgende projecten. Daarnaast kent het Hyperion Bureau V (voor Verbreden-Versnellen-Verdiepen-Verrijken). Leerlingen kunnen kiezen voor uiteenlopende cursussen als extra uitdaging, naast of in plaats van normale lesuren. Vijfdeklassers kunnen bovendien al eindexamen doen in bepaalde vakken. En sommige zesdeklassers zijn al begonnen vakken aan de universiteit te volgen.
Loman: “Natuurlijk moet je je steeds afvragen wat goed is voor de leerling. Wat past bij deze leerling? Welke vrijheid kan hij aan? En ook de communicatie naar ouders moet goed zijn. Wij doen veel buiten de lessen om. Als je dat niet goed communiceert, denken ouders: doen ze daar nog wat op school.”
 
Pilot Recht op maatwerk
“Bevlogenheid en vertrouwen heb je nodig”, zegt Maaike Morsink van het Twents Carmel College Denekamp. De school met in totaal dertig vo-scholen mee aan de pilot Recht op Maatwerk, omdat maatwerk de perfecte manier is om kansengelijkheid in Noord-Oost Twente te creëren, denkt Morsink.
Met de pilot willen de VO-raad, het ministerie van OCW en scholierenorganisatie LAKS onderzoeken hoe maatwerk in de praktijk kan worden vormgegeven en wat het oplevert. Leerlingen worden bijvoorbeeld aangemoedigd om hun beste vakken op een hoger niveau te volgen, extra vakken te volgen of alvast vakken te volgen op een vervolgopleiding.
TCC Denekamp is nog in de onderzoekende fase. ­Morsink: “We zijn nu nog aan het kijken hoe we dat volgend schooljaar gaan inrichten, met flexroosters of iedere dag een keuzeuur. We zijn er nog niet uit. Het ontwerp komt vanuit het team.”
Belangrijk bij vernieuwing is dat je vertrouwen krijgt, vindt Morsink. Van de inspectie, van ouders en van het bestuur, zodat de school zelf ook kan leren. “Ik geloof dat iedere leerling wil leren en dat iedere leraar hem daarbij wil helpen. Aan de school is het om die ontmoeting te creëren, zodat iedere leerling op zijn niveau kan excelleren.” 
 

Gepubliceerd op: 18 mei 2017

Verschenen in

Kader Primair 9 (2016-2017) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)