Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Lerarentekort te lijf
Schoolleiders en -bestuurders zitten niet stil

Lerarentekort te lijf

Auteur: Lisette Blankestijn

De roep om lagere werkdruk en hogere salarissen gaat gepaard met veel aandacht voor het lerarentekort. Zowel in het primair als voortgezet onderwijs. Hoe krijgen schoolbesturen hun vacatures ingevuld?

Het lijkt dit jaar nog net goed te gaan: de meeste basisscholen hebben voor al hun groepen een leerkracht kunnen vinden en ook het vo heeft – soms met hangen en wurgen – bijna alle posten weer bemand. “Maar zodra er een griepgolf komt wordt het lerarentekort zichtbaar; dan wordt het moeilijk om vervangers te vinden”, waarschuwt Frank Cörvers, bijzonder hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt aan Tilburg University. “De komende jaren nemen de tekorten toe. In 2020 komt het primair onderwijs voor 4.000 fte mensen tekort; in 2025 zijn dat waarschijnlijk meer dan 10.000 fte. Het voortgezet onderwijs heeft de grootste schaarste achter de rug, al zijn er nog wel tekortvakken. Daar hebben scholen last van de opbloeiende economie: door de algehele schaarste op de arbeidsmarkt dreigen docenten ict, in andere techniekvakken en bepaalde talen naar het bedrijfsleven te trekken.”

Imago
De cijfermatige oorzaken van het lerarentekort zijn overzichtelijk. Ook al is het tij recent iets gekeerd, de pabo’s hadden de afgelopen jaren een lage instroom. Tegelijkertijd gaat er een grote groep oudere leraren met pensioen. Kwalitatief gezien heeft het tekort te maken met de aantrekkelijkheid van het beroep. Cörvers. “Het aanzien en salaris zijn laag, het carrièreperspectief is beperkt en de werkdruk is hoog. Dat weerhoudt twijfelaars ervan om te kiezen voor het onderwijs. Als er vervolgens mensen uitvallen door die hoge werkdruk, vergroot dat de tekorten nog eens. Aan de andere kant kunnen de hogere instroomeisen van de pabo en de academisch opgeleide leraar gaan zorgen voor een hoger aanzien van het beroep. Daar past dan ook een hoger salaris bij.”

Inspanningen
Schoolleiders en -bestuurders zitten niet stil. Hoogleraar Cörvers: “Ze hebben uitgestroomde en oudere leraren teruggehaald, zij-instromers aangesteld, bonussen uitbetaald, samengewerkt met pabo’s… Door al die inspanningen is het gelukt om voor bijna alle klassen een leraar te zetten. Nu is er kortetermijnbeleid nodig dat moet zorgen voor genoeg vervangers. Mensen opleiden via het UWV, vmbo-docenten stimuleren om in het po les te geven. Denk ook aan mensen uit verwante beroepen: instructeur, sportleraren: geef ze met spoed een opleiding.“ Ewald van Vliet, bestuursvoorzitter van Lucas Onderwijs in Den Haag (po, vo en so): “Wij hebben te maken met een algeheel tekort aan leraren wis-, natuur- en scheikunde, Nederlands en Duits. Daarnaast is de instroom op de pabo de afgelopen jaren sterk teruggelopen. De Haagse onderwijsbesturen zoeken samen met de gemeente naar oplossingen. Denk aan hulp bij het vinden van huisvesting en financiële prikkels voor leraren. Het is een collectief probleem, maar tegelijkertijd hebben we als bestuur met onze scholen ook een eigen belang. We geven onze directies handreikingen. Zij moeten mensen die mogelijk meer of weer voor de klas willen benaderen, en ook zorgen dat het zittende personeel het goed naar zijn zin heeft.” 

Premie
“Een bescheiden zetje”, noemt Johan Stevens, directeur-bestuurder van de Stichting Andreas College voor christelijk voortgezet onderwijs in Katwijk e.o. de premie die hij uittrok voor leraren die op zijn scholen in dienst willen treden in een tekortvak. “We hadden 16 vacatures. Ik heb de nieuw aan te stellen docenten een bonus van maximaal Y 10.000 bruto toegezegd, uit te betalen in drie jaar. Je ziet dit soort arbeidsmarkttoeslagen al jaren in bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam, maar ook in andere sectoren. Het is een tijdelijke toeslag; ik ben er principieel op tegen om het loongebouw scheef te trekken. Bedrijfsmatig vind ik het een goede beslissing. Als ik een vacature niet ingevuld krijg en nogmaals moet adverteren, dan kost dat Y 13.000. Iemand inhuren kost Y 100.000 per jaar. Die premie had resultaat: we hebben bijna alle vacatures ingevuld.” Bijzonder hoogleraar Cörvers benoemt ook de nadelen van zo’n toeslag. “We zien dat maatregelen met bonussen en andere faciliteiten hun vruchten afwerpen. Maar deels kan dit weggegooid geld zijn, als je een bonus betaalt aan iemand die toch al van plan was het onderwijs in te gaan. Bovendien verschuif je het probleem en moedig je besturen of gemeenten aan om tegen elkaar op te bieden.”

Gezamenlijke vervangingspool
Om dat tegen elkaar opbieden tegen te gaan, bundelden schoolbesturen uit bijvoorbeeld de regio Schiedam hun krachten in het Mobiliteitscentrum PO Rijnmond. Annet Dries, algemeen directeur van schoolbestuur SIKO: “We hebben in onze regio vooral een tekort aan invallers. We willen elkaar niet beconcurreren, dus we werken binnen MCPO Rijnmond met een gezamenlijke vervangingspool en vacaturebank. Zo willen we voorkomen dat de commerciële bureaus een monopolie krijgen – onderwijs wordt niet beter van marktwerking.” Cörvers: “Je kunt met dit soort initiatieven voorkomen dat mensen die tijdelijk geen werk hebben het onderwijs verlaten voor een andere sector.”

Overschotvakken
Naast de tekortvakken is er voor andere vakken een lerarenoverschot. Daarvan maakt het Andreas College gebruik. Stevens: “Als ik een vacature voor docent Lichamelijke opvoeding heb, neem ik iemand alleen aan als hij bereid is een lerarenopleiding te volgen in een tekortvak. Daarvoor stel ik tijd en geld ter beschikking. Ook stimuleer ik zittende docenten om zich in tekortvakken bij te scholen.” Dries van SIKO ziet daarnaast uitwisselings­mogelijkheden tussen po en vo: “Als de lerarensalarissen in het po gelijkgetrokken zouden worden met het vo zijn er vast geschiedenisleraren of leraren van andere overschotvakken die het leuk vinden om een paar jaar in een bovenbouwgroep te staan.” Ook Cörvers wijst naar Den Haag: “Er is een salarisimpuls nodig waarbij het salaris van een po-docent op termijn in één cao wordt gekoppeld aan dat van een vo-docent. Daar hoort een plan bij, waarin we de pabo deels gelijkstellen aan een tweedegraadslerarenopleiding. Als er meer generieke delen in het curriculum zitten, kunnen leraren ook beter wisselen.”

Beloning voor voltijds
Cörvers ziet nog een oplossing op cao-niveau: “De gemiddelde werkweek in het onderwijs is drieënhalve dag. Ons belastingstelsel maakt parttime werken aantrekkelijk. Daarom stel ik voor om leraren met een flinke incentive te stimuleren om meer te werken. Als we ieder uur dat een leraar meer werkt dan vier dagen nu eens belonen met 50 procent extra salaris, dan compenseert dat de zwaarte van een voltijdse werkweek, ook voor leerkrachten die al vijf dagen werken. Dat kan net het zetje geven om meer te werken.”

Grotere groepen
Een andere optie is het vak anders te organiseren. Dries: “We zetten nu een leerkracht voor een groep van 25 tot 30 leerlingen, maar misschien kan dat anders. Steeds meer scholen werken al met jaargroepoverstijgende concepten, vaak met grotere groepen, leerpleinen en onderwijsassistenten.” Stevens van het Andreas College vult aan: “Het lerarentekort vraagt om creativiteit. We zoeken als school een manier om ermee om te gaan. Bijvoorbeeld door een onderwijsassistent te laten lesgeven onder de verantwoordelijkheid van een bevoegde docent. Natuurlijk moeten we de kwaliteitsnormen bewaken, maar als het alternatief is om helemaal geen docent voor de klas te hebben…” Cörvers: “Onderwijsassistenten kunnen helpen op het uitvoerende niveau, terwijl de leraar taken heeft waarbij hij zijn pedagogische kennis meer kan benutten en de eindverantwoordelijkheid heeft voor de ontwikkeling van de leerlingen.” Hij hamert er op dat ingevlogen studenten, stagiairs en net-afgestudeerden goed begeleid moeten worden: “Een ongewenste oplossing is een jonge leraar zonder goede begeleiding voor een klas zetten. Dat kent een groot afbreukrisico.”

Dries stelt zichzelf tot slot nog een prangende vraag. “Moeten we alles doen wat we nu doen? We rollen van projectweek naar Kinderboekenweek, schoolkamp en Sinterklaas naar warmetruiendag en eindmusical. Moeten leerkrachten dat allemaal organiseren? Zouden we het ook niet kunnen doen? Of het overlaten aan mensen met een andersoortige opleiding? Leerkrachten moeten nu zo veel, dat vinden ze vaak niet meer leuk.” 

Schoolleiderstekort?
Is er de komende jaren naast een lerarentekort ook een schoolleiderstekort te vrezen? Dat lijkt mee te vallen. Volgens het Schoolleidersregister PO is er de komende jaren een vervangingsbehoefte van ongeveer 10 procent per jaar. Henny Tuinenburg van het Schoolleidersregister PO: “Dat is wat hoger dan de afgelopen decennia. Of dat leidt tot een tekort hangt af van het aantal leraren dat schoolleider wil worden en het aantal ‘leiders van buiten’ dat geworven kan worden.” Bijzonder hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt Frank Cörvers: “De tekorten aan schoolleiders zijn veel geringer of – in het vo – zelfs helemaal afwezig, omdat veel leraren interesse hebben in de functie van schoolleider.” Ook werven veel besturen hun schoolleiders grotendeels uit de eigen gelederen.

Regionale samenwerking
Schoolbesturen kunnen sinds kort via de website www.povoorderegio.nl een adviestraject aanvragen om regionale samenwerking op te zetten voor thema’s die te groot zijn om alleen op te pakken. Zoals het lerarentekort. Op de website staan ook instrumenten. In 2018 volgen bijeenkomsten in de regio voor onderlinge kennisdeling over diverse aanpakken. Het project ‘PO voor de Regio’ is een initiatief van het Arbeidsmarktplatform PO en het Vervangingsfonds/Participatiefonds.

In het voortgezet onderwijs biedt Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds Voion soortgelijke en andere trajecten, instrumenten en stimuleringsregelingen op het gebied van onder andere het lerarentekort: www.voion.nl/programmalijnen/arbeidsmarkt-en-mobiliteit

Gepubliceerd op: 30 september 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)