Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Leerlingen met ernstige taalontwikkelingsstoornis naar het gewone vmbo
Passend onderwijs

Leerlingen met ernstige taalontwikkelingsstoornis naar het gewone vmbo

Auteur: Susan de Boer

Ook scholieren met een ernstige taalontwikkelingsstoornis moeten zich goed kunnen voorbereiden op het vervolgonderwijs. In Arnhem krijgen leerlingen van vso Kentalis College De Stijgbeugel samen met leerlingen van de reguliere vmbo-school Maarten van Rossem les in praktijk- en profielvakken.
 
“Er kwam een andere structuur in het vmbo en onze school kon de nieuwe profielen niet aanbieden. Daarnaast vroegen ouders en leerlingen om betere aansluiting bij het vervolgonderwijs”, vertelt Sander Pietersen, afdelingsdirecteur van vso-school De Stijgbeugel in Arnhem. De Stijgbeugel is een locatie van Kentalis, een organisatie voor onderwijs en zorg aan kinderen met een communicatieve en/of auditieve stoornis. De school verzorgt vmbo-onderwijs voor ongeveer tachtig leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Deze leerlingen hebben woordvindings- en woordbegripproblemen en problemen met het uiten van taal.
Voor leerlingen met TOS zijn drie onderwijsarrangementen beschikbaar: licht, medium en intensief. Kinderen met een licht en medium arrangement gaan – met extra begeleiding – naar een reguliere school. Een intensief arrangement betekent speciaal onderwijs. Pietersen: “Leerlingen die in de bovenbouw toekunnen met een medium arrangement, stromen door naar het regulier onderwijs. Zo worden ze beter voorbereid op een grotere schoolomgeving en doen ze vaardigheden op als zelfstandig werken en initiatief nemen. Voor de leerlingen met een intensief arrangement wilden we hier ook naartoe.”
 
School-in-school
Het concept ‘school-in-school’ houdt in dat derde- en vierdejaarsleerlingen met een intensief arrangement les krijgen op het Maarten van Rossem, deels in een eigen lokaal. Docenten van Kentalis geven de kernvakken en een deel van de profielvakken. De praktijkvakken en de rest van de profielvakken volgen deze leerlingen gezamenlijk met reguliere vmbo-leerlingen. Die lessen worden gegeven door docenten van het Maarten van Rossem. Een Kentalis-docent is daarbij aanwezig als extra begeleider en ondersteunt zowel de Kentalis- als de Maarten van Rossem-leerlingen. “Zo creëren we een win-winsituatie”, zegt Pietersen. “Onze leerlingen kunnen kiezen uit de profielen van het Maarten van Rossem en wennen aan een reguliere onderwijssetting, wat hen beter voorbereidt op het mbo. Het Maarten van Rossem profiteert van de extra handen in de klas.”
In schooljaar 2014/2015 bedachten de toenmalige directeuren van Kentalis en het Maarten van Rossem het concept ‘school-in-school’. Dit werd nader uitgewerkt en een projectgroep organiseerde de voorwaarden, zoals het lokaal, de inzet van de docenten en roostertechnische kwesties. “We hebben ook gepraat met de leerlingen om wie het gaat. Wie zijn het, wat hebben ze nodig”, vertelt Dianne Sterk, afdelingsleider vmbo+ en ondersteuningscöordinator op het Maarten van Rossem. “Vervolgens zijn we snel aan de slag gegaan en hebben we de knelpunten die zich voordeden werkendeweg opgelost. In de zomer van 2016 is een samenwerkingsconvenant afgesloten tussen het Maarten van Rossem en Kentalis.”
 
Grote verschillen
De Kentalis-docenten zijn in een cursus voorbereid op hun rol als ‘co-teacher’ van reguliere vmbo-leerlingen. “Zij ervoeren grote verschillen”, vertelt afdelingsdirecteur Pietersen. “Het Maarten van Rossem is meer een afspiegeling van de maatschappij dan De Stijgbeugel en er heerst een minder beschermd pedagogisch klimaat.” Op het Maarten van Rossem stonden docenten in het begin wat terughoudend tegenover het concept. “Acht jaar geleden hebben wij een vmbo+ ingericht voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Nu komt er weer een pittige groep scholieren binnen”, verklaart afdelingsleider Sterk de aarzeling. “Maar de leerlingen zijn zeer gemotiveerd en de docenten vinden het prettig om les aan hen te geven. Ook de ondersteuning van de Kentalis-docenten vinden zij waardevol.” Wat heel belangrijk is in het proces, benadrukken Sterk en Pietersen, is het goed doorspreken van verwachtingen over en weer. “Er kan miscommunicatie ontstaan en dat kan tot teleurstellingen leiden”, zegt Sterk. Pietersen: “Even een overdracht tijdens een leswisseling is niet genoeg, er moet expliciet tijd en aandacht voor afstemming zijn. We hebben daarom een coördinator die zich bezighoudt met leerlingzaken.” Een pijnpunt dat de politiek moet wegnemen, is het verschil in beloning tussen de docenten. “Kentalis verzorgt speciaal onderwijs en daarmee vallen we onder de cao van het primair onderwijs”, zegt Pietersen. “Dat willen we graag oplossen, ook met het oog op de doorontwikkeling. Deze constructies zie je steeds meer ontstaan en wat we nodig hebben is een landelijk beleid.”
 
‘Vet gaaf’
De betrokken leerlingen en ouders zijn enthousiast over het school-in-schoolconcept. “Een meisje zei de eerste week al tegen me dat ze deze school ‘vet gaaf’ vindt”, zegt Sterk. “Eindelijk een gewone school, dat is wat je hoort.” Pietersen: “De leerlingen zijn zelfstandiger geworden. Ze gaan bijvoorbeeld nu meer met eigen vervoer naar school.”
 

Gepubliceerd op: 8 februari 2018

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2018-2019) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)