Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » 'Laat die diversiteit van het vak zien’

'Laat die diversiteit van het vak zien’

Auteur: Irene Hemels

Niet alleen het onderwijs is een vrouwenbolwerk. Ook in de zorg werken veel vrouwen. Terwijl binnen defensie, de ict en veel technische beroepen voornamelijk mannen werkzaam zijn. Hoe gaan deze sectoren om met hun homogene personeelsbestand? Imagocampagnes, rolmodellen: wat werkt echt? En wat kan het onderwijs hiervan leren?

Defensie is bij uitstek een sector waar mannen overheersen. Nog geen 10 procent van de militairen is vrouw. Bij Defensie zijn sinds de jaren negentig maatregelen genomen om medewerkers tegemoet te komen. Werken in deeltijd is mogelijk, veel kazernes hebben kinderopvang en trainingseisen voor vrouwen zijn versoepeld. Tussen 2004 en 2012 stond genderbewustwording centraal. Inmiddels is emancipatiebeleid opgegaan in diversiteitsbeleid, waarin ook de omgang met homoseksuele mannen en allochtone militairen is opgenomen. Man-vrouw verhoudingen vormen sindsdien geen apart beleidspunt meer.
Heel veel heeft dit echter niet opgeleverd. De bedrijfscultuur wordt nog steeds als vrouwonvriendelijk gezien, dat zeggen werknemers zelf ook. Mannen stellen de norm: je gaat als vrouw op in de mannenmeerderheid of je zegt vaarwel tegen je defensiecarrière. Jeanet Pijpker, voorzitter Defensie Vrouwen Netwerk: “Er is sprake van een forse disbalans in de man-vrouwverhouding qua aantallen. Dat is bij Defensie een gegeven en dat weet je als je ervoor kiest om hier te gaan werken. Vrouwen die zich niet laten wegdrukken en overeind willen blijven in zo’n manifest mannenmilieu betalen daar soms een prijs voor. Ze gaan gaandeweg toch meer en meer ‘masculien gedrag’ vertonen.”

Out of the box
Ook de informatie- en communicatie technologie (ict) staat met 79 procent mannelijke werknemers bekend als mannenbolwerk. Het aandeel vrouwelijke programmeurs daalde de laatste jaren zelfs in deze sector, blijkt uit cijfers van het UWV. Vrouwen zijn moeilijk te vinden, zegt Lisa Ciesielski, directeur van Spark Diversity, een recruitmentbureau voor vrouwen in de ict. “Nederland heeft bijzonder weinig vrouwen in de ictsector, ook in internationaal opzicht. De ict kampt met een slecht imago. Een ict’er is allang niet meer die programmeur in de kelder. Je hoeft geen techneut te zijn om in de ict te werken. De ict’er van nu is steeds meer een bruggenbouwer die bedrijfsprocessen kan vertalen naar ict. Dat appelleert aan skills die vrouwen veelal hebben.”
Met haar recruitmentbureau weet Ciesielski vrouwen te overtuigen voor de ict te kiezen. “De redenen voor vrouwen en mannen om een loopbaanswitch te maken zijn heel verschillend. Mannen noemen vaker geld en carrière. Vrouwen gaan voor de meer zachte dingen als sfeer, doorgroeimogelijkheden en flexibele werktijden. Allemaal zaken die inmiddels ook in de ict-wereld mogelijk zijn.” Een recruitmentbureau lijkt in eerste instantie niets voor het onderwijs omdat de opleidingseisen – ook voor zij-instromers – voor een leraar tamelijk vastliggen, in de ict is dat anders. Ciesielski. “Je moet vooral out of the box, creatief kunnen denken. Een vrouw die accountant is, kan met de juiste skills makkelijk een ict’er worden.”

Onbenut potentieel
Veel bedrijven spannen zich de laatste jaren in om meer vrouwen in ict-functies te krijgen. Dit werpt langzaam vruchten af. “Vrouwenhersenen in Turkije en India verschillen niet van vrouwenhersenen in Nederland en toch zie je in die landen veel meer vrouwelijke ict’ers”, zegt Jannie Minnema, senior director business operations bij Oracle, licht spottend. Oracle zet, net als ruim driehonderd andere ict-bedrijven, jaarlijks de deuren open voor meiden tussen tien en vijftien jaar op GirlsDay. Minnema: “Onbekend maakt onbemind. Als je niet in aanraking komt met een bepaalde richting of bedrijfstak, dan weet je niet dat je ervoor kunt kiezen. We hebben nog een groot onbenut potentieel aan arbeidskrachten. Bovendien toont verschillend onderzoek aan dat meer diversiteit in het personeelsbestand zorgt voor betere bedrijfsresultaten.” De laatste jaren kiezen mondjesmaat meer meisjes voor een technische studie, constateert Cocky Booij, directeur van VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek. “Nederland zit van oudsher erg vast in een, vaak onbewust, genderstereotyp rollenpatroon van mannen- en vrouwenberoepen. Dat openbreken is een langzaam proces. Wij zien in onze scholenprojecten dat jonge meisjes heel veel meer beroepen kunnen noemen in het bèta-technische domein van wetenschap en techniek dan ze vóór de kennismaking met dit vakgebied konden. Het is slechts een begin, maar werkt als eyeopener naar een wereld die ze niet kennen.”

GirlsDay is slechts een van de activiteiten van VHTO om meisjes kennis te laten maken met bèta, techniek en ict. Het expertisebureau gelooft in werken met leading ladies, rolmodellen met een voorbeeldfunctie, waarvan Minnema van Oracle er één is. Booij: “Wij zien een grote ambitie bij jonge meiden. Carrière maken en hard werken is voor hen heel gewoon. In deze sectoren vind je goed betaalde banen en flexibel werken is bij veel bedrijven geen punt. Door vrouwelijke professionals te laten vertellen over hun beroep, zien meiden dat er heel veel meer te kiezen is. Om het gevoel van ‘daar zou ik bij kunnen horen’ te bewerkstelligen, moet je je kunnen identificeren met mensen waar je wat mee hebt. Dat is belangrijk voor je oriëntatie.”

Tweede carrière
Als er één sector is die gebukt gaat onder een onevenwichtige verdeling van de manvrouwverhouding is het wel de zorg, zegt Elise Merlijn, bestuurder bij FNV Zorg. In de zorg is 80 procent van de medewerkers vrouw. Ze werken met name in de verpleging. Slechts 18 procent van de vrouwen werkzaam in de zorg werkt fulltime. “Werken in de zorg wordt als vrouwenwerk gezien. Zo simpel is het. In dit dominante imago ligt de nadruk vrijwel uitsluitend op de verzorgende taken en niet op de vele andere aspecten van de zorg die vakkennis en professioneel handelen vragen.” Apart beleid om meer mannen binnen te halen, is er niet. “De groei in de sector is minimaal. Groepsgericht campagnes zijn nu niet aan de orde”, aldus Merlijn. Qua loopbaan is het werken in de zorg voor mannen vaak een tweede carrière en geen eerste keus. “Relatief veel mannen baseren de keuze voor de zorg mede op ervaringen met mensen uit de zorg, veelal familieleden. Mannelijke instromers in de ouderenzorg geven aan dat voor hun specifieke zorgsector zijinstroom makkelijker is te realiseren dan bij andere zorgsectoren. Een goed gekwalificeerde verpleegkunde-opleiding duurt al snel vier jaar. Daar beginnen ze niet meer aan.” Ook de salariëring speelt een rol. “Als die niet verandert, wordt het moeizaam met de mannelijke handen aan het bed. Er zijn ook nauwelijks fulltime banen. Het is lastig om als kostwinner in de zorg te werken. Dat is jammer, want een afspiegeling van de samenleving ga je daardoor niet krijgen.” De vergrijzing leidt straks tot druk op de arbeidsmarkt en dat biedt kansen voor mannen, zegt Merlijn. “Voorlichting en promotie, werken met rolmodellen van bijvoorbeeld mannen die al in de zorg werkzaam zijn, kunnen meer mannen stimuleren in de zorg te gaan werken. Maar dan moeten we wel de mogelijkheden van fulltime werken in de zorg vergroten, anders komt het er nog niet van.”

Naamgeving
Hoewel de zorgsector weliswaar weinig activiteiten ontplooit, is genderdiversiteit in de meeste sectoren een onderwerp dat aandacht krijgt. Soms kan een naam al veel doen, weet Ciesielski. “Bij ict-opleidingen kwamen door ‘coderen’ te veranderen in advance problem solving meer vrouwen op dit specifieke vak af.” Booij: “What’s in a name? Werktuigbouwkunde is een typisch mannenstudie, maar biomedische technologie is een studierichting waar veel meiden voor kiezen en dat is ook een vorm van werktuigbouwkunde, het toepassingsgebied is alleen anders.”

Merlijn legt de vinger op een kwetsbare plek: de vrouwelijke status van het zorgvak geldt deels ook voor het onderwijs en dat verander je niet zomaar. Booij: “Laat zien welke rollen de leraar nog meer heeft naast het voor de klas staan, zoals pedagogisch begeleider, gesprekspartner van ouders, teamleider, et cetera. Dat kan door rolmodellenfilmpjes als op Ditdoeik.nl. Het is zaak om de diversiteit van het vak van leraar te laten zien.”

Gepubliceerd op: 3 oktober 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)