Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Krimppijn aan de randen van Nederland

Krimppijn aan de randen van Nederland

`Zonder kinderen geen onderwijs´
Ontgroening en vergrijzing zorgen landelijk voor dalende leerlingaantallen. Gemiddeld verwacht het ministerie van OCW daarin de komende tien jaar een krimp van 10 procent. In (Zuid-)Limburg, Noordoost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen zijn de gevolgen het grootst. Schoolbesturen kiezen onder andere voor bestuurlijke fusies en samenwerkingsscholen, maar soms is sluiting onvermijdelijk.

Tekst Jaan van Aken

Yvonne Raaijmakers, voorzitter van het College van Bestuur van SPOVenray: "Minder kinderen betekent dalende inkomsten, minder leerkrachten en zonder ingrijpen gaat dat ten koste van de onderwijskwaliteit." De komende tien jaar verliest het bestuur, dat twintig scholen onder haar hoede heeft, 30 procent van de leerlingen, dus dalen ook de inkomsten en het personeelsbestand met een derde deel en zijn er veel vierkante meters over in de scholen. Raaijmakers: "Je kunt de concurrentie aangaan met andere besturen, maar dat is slechts een tijdelijke oplossing. We moeten de krimp delen met elkaar."

(Zuid-)Limburg behoort met Noordoost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen tot de drie regio´s die landelijk het zwaarst getroffen worden door dalende leerlingaantallen als gevolg van minder geboortes. In Limburg krimpt het primair onderwijs tussen 2007 en 2025 met 23 duizend leerlingen (-24 procent). De personeelsbehoefte neemt af met 1.400 fte en de huisvestingbehoefte daalt met 130 duizend vierkante meter. Enkele grote schoolbesturen in het zuiden van de provincie richtten zelfs een taskforce op om zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van de krimp. De voorziene krimp in Zeeuws-Vlaanderen en Oost-Groningen is vergelijkbaar. Ook trokken onlangs de gezamenlijke schoolbesturen in Gelderland aan de bel over de demografische ontwikkelingen daar, in combinatie met andere bezuinigingen. Landelijk verwacht het ministerie van OCW de komende tien jaar gemiddeld 10 procent minder leerlingen. In 2025 zijn er in heel Nederland 330 duizend minder jongeren tussen 0 en 20 jaar (-8,4 procent), blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De regionale verschillen zijn echter groot (zie kaartje). In de Randstad, Flevoland en de provincie Utrecht neemt het aantal kinderen juist toe. Hierdoor hebben scholen in en rond de grote steden en Almere grote moeite om vacatures voor leerkrachten te vervullen.
Schommelingen in de leerling-populatie zijn van alle tijden, laat OCW weten. Wel nieuw is dat in een toenemend aantal gemeenten sprake is van structurele bevolkingskrimp. Doordat het aantal kinderen in plattelandsgemeenten afneemt, groeien de scholen in de omliggende steden. De minister van OCW heeft sinds kort een - beperkte - discretionaire bevoegdheid om uitzonderingen te maken op de opheffingsnorm.


(klik voor een vergroting)

 

Onrust
Bij SPOVenray zou bij ongewijzigd beleid tot en met het schooljaar 2013/2014 een tekort van 2,8 miljoen euro ontstaan. "Dat maakt maatregelen noodzakelijk", zegt CvB-voorzitter Raaijmakers. Het bestuur schrapt de komende twee jaar 15 fte op een totaal van 290. "Dat levert veel onrust op. Leerkrachten zijn bezorgd of het hen persoonlijk treft. Het vervelende is dat we door vergrijzing over een paar jaar met een tekort aan personeelsleden zitten. Het zou goed zijn als er een overgangsregeling komt, waarbij je leerkrachten drie jaar boventallig in dienst kunt houden", bepleit ze.

Leegstand in schoolgebouwen zorgt ervoor dat de inkomsten harder dalen dan de uitgaven, zogeheten remanenzkosten. "Een leerling minder betekent minder inkomsten, maar je kunt niet meteen meters afstoten." Een geluk bij een ongeluk is dat er wel ruimte ontstaat om van alle SPOV-scholen integrale kindcentra te maken, vindt Raaijmakers.

De meeste beroering veroorzaakt het plan vier scholen op of rond de opheffingsnorm in kleine kerkdorpen op termijn te laten fuseren met vier andere dorpsscholen in de omgeving. "De kritiek op het bestuur, we zouden slecht communiceren en onzorgvuldig zijn, maakt het ontzettend lastig en zorgt dat je behoorlijk alleen staat", meent Raaijmakers.

Om het proces in goede banen te leiden, riep SPOVenray de hulp van een communicatiedeskundige in. Het bestuur bracht een tabloid met informatie uit, zette een tv-kanaal op de website, gaf interviews en legde overal het voorgenomen beleid uit. Raaijmakers: "Het is van belang dat je transparant en consistent bent en zorgt dat je je eigen communicatie kunt regisseren. Maar welke zorgvuldige strategie je ook kiest, je doet het nooit goed, want je brengt slecht nieuws. Men wil de boodschap niet horen."
Ook is er een commissie ingesteld die naar alternatieven voor sluiting zoekt. "We verkeren nu in een fase van medezeggenschap en maatschappelijk debat", zoals Raaijmakers het uitdrukt. In december wordt de besluitvorming afgerond.

Theo Martens, schoolleider op de met sluiting bedreigde basisschool Regina Pacis in Vredepeel, kwam tussen twee vuren te zitten. "Ik onderschrijf de nota van het bestuur volledig, maar begrijp ook dat ouders zeggen dat het dorp een gehucht wordt waar niemand meer wil wonen als de school verdwijnt. Daar is weinig tegenin te brengen, maar zonder kinderen geen onderwijs." Raaijmakers vult aan: "Schoolleiders hebben het heel zwaar met de voorgenomen sluitingen/fusies. Ze zien dat het bestuur niet anders kan, maar ouders verwachten van hen dat ze onvoorwaardelijk voor het openhouden van de school staan. Ze staan voor de moeilijke taak uit te leggen dat sluiting in het belang van hun school en in het algemeen belang is, maar daar hebben ouders geen boodschap aan." Bij sluiting zijn er binnen een straal van zes kilometer vier scholen, waarvan twee van SPOVenray. "We hopen dat bij een fusie het team en de leerlingen volledig mee overgaan", aldus Martens. "Maar het is afwachten voor welke school ouders kiezen."

Samenwerkingsscholen
Het vormen van samenwerkingsscholen is een andere oplossing bij dalende leerlingaantallen. Momenteel ligt bij de Tweede Kamer een voorstel voor een wettelijke regeling voor samenwerkingsscholen. OCW laat weten dat het vormen van een samenwerkingsschool alleen mogelijk is wanneer twee of meer bestaande scholen met opheffen bedreigd worden en het samenwerkingsverband ervoor zorgt dat ze kunnen voortbestaan.Groningen zijn al twee samenwerkingsscholen gevormd om sluiting door dalende leerlingaantallen te voorkomen. In 2003 zijn in Kloosterburen de katholieke, protestantschristelijke en openbare school samengevoegd tot één openbare dorpsschool. "Ouders en personeel houden via een identiteitscommissie inspraak op het levensbeschouwelijke onderwijs. De invloed van de christelijke besturen is nihil geworden", vertelt Egbert Kruidhof, algemeen directeur van VCPO Noord-Groningen. Sommige personeelsleden kozen voor de overgang naar een andere denominatie. "Anderen zijn overgeplaatst naar een andere school binnen ons bestuur."
Een paar jaar laten fuseerden in Ezinge (Gr) een openbare en een protestants-christelijke school. Ook dit wordt een openbare dorpsschool, maar nu met een federatiebestuur met twee vertegenwoordigers van elke denominatie en Kruidhof als voorzitter. "Bij deze structuur wordt mijn betrokkenheid bij de inhoud van de levensbeschouwelijke vorming vergroot en houd ik contact met ouders en personeel", legt hij uit.
Kruidhof is aan de lopende band in gesprek over krimp in de regio, zegt hij. "We hebben scholen met 120 tot veertig leerlingen. Daar moet je binnen vijf jaar ook wat mee." De besturen in de regio kijken naar samenwerking. "De vraag is hoe je daarbij je verantwoordelijkheid houdt naar protestants-christelijke ouders toe." Daarnaast leidt krimp tot vergrijzing van het personeelsbestand. "Met tijdelijke benoemingen creëer ik al een paar jaar een buffer om krimp op te vangen. Door natuurlijk verloop kunnen er toch mensen vast instromen, maar de gemiddelde leeftijd wordt wel hoger", ziet Kruidhof.

Bestuurlijke fusie
In Zeeuws-Vlaanderen kozen een openbaar en een confessioneel bestuur voor de meest verregaande oplossing. Zij fuseerden tot de scholengroep LeerTij in Terneuzen en Hulst met 27 scholen. "In Zeeuws- Vlaanderen valt het aantal leerlingen de komende tien jaar met een kwart terug. Een gigantisch aantal", vindt Gerard Langeraert, collegevoorzitter van LeerTij. "Tussen 2004 en 2007 waren we bezig met de vraag hoe we via een goede pr het imago van onze scholen konden versterken. Pas na een rapport van de provincie Zeeland over de omvang van de krimp, is het kwartje gevallen dat we het daarmee niet gingen redden."
De bestuurders van de openbare stichting Open Basis en confessionele stichting De Linie besloten gezamenlijk te zoeken naar een oplossing voor de krimp. "We zijn vanaf het eerste moment uitgegaan van het bestuurlijke fusiemodel. Bij een losser model als samenwerkingsverbanden zou je altijd te maken krijgen met bloedgroepen." Derhalve moest er als eerste wel een oplossing voor de denominatieverschillen gevonden worden. "Op bestuurlijk niveau waren we er snel uit dat we de identiteit van de scholen onveranderlijk wilden laten bestaan." Tussen de leerkrachten bleken er nauwelijks verschillen te bestaan. "Ze delen vooral een passie voor onderwijs. Naar de ouderraden hebben we onmiddellijk aangegeven dat het een bestuurlijke fusie en geen scholenfusie betrof. Het overleg met de GMR´en is in harmonie verlopen", vertelt Langeraert.
Het voordeel van de bestuurlijke fusie is dat scholen die in kleine dorpskernen onder de opheffingsnorm zakken binnen één stichting makkelijker een samenwerkingsschool kunnen vormen, volgens Langeraert. "Binnen vijf jaar zal er op drie, vier plaatsen een besluit genomen worden wat we met de scholen doen en of er samenwerkingsscholen ontstaan."
Door de fusie ontstaat een organisatie van 3.000 leerlingen. De schaalvergroting brengt volgens Langeraert geen verlies van kwaliteit en diversiteit met zich mee. "Schaalvergroting versterkt de mogelijkheden om scholen langer open te houden. Daarnaast gaat het in kleine kernen niet om diversiteit, maar om het zo lang mogelijk laten voortbestaan van scholen." Eigenlijk moet de schaal nog groter, vindt Langeraert. "Binnen de regio zijn nog zes besturen. Binnen één bestuur kom je tot 8.500 leerlingen en binnen tien jaar zijn dat er nog maar 6.000. Een groter bestuur kan zaken als kinderopvang veel beter regelen en makkelijker brede scholen openen, wat een wens van veel werkende ouders is."

Het nadeel van prognoses
Prognoses van leerlingaantallen door gemeenten zijn gebaseerd op aannames die lang niet altijd kloppen, stelt AVS-adviseur Lex Albers. "Zo gaan gemeenten er vanuit dat scholen hun leerlingen alleen uit de eigen wijk halen, maar bijvoorbeeld jenaplanscholen halen hun leerlingen vaak ook andere wijken", zegt hij. Een andere aanname is dat een school een constant percentage van leerlingen uit een wijk trekt. "Dat percentage kan echter groeien of dalen doordat een school aan de weg timmert of een slechte naam krijgt." Albers raadt scholen daarom aan niet alleen af te gaan op het model van de VNG dat veel gemeenten gebruiken. "Leg er cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naast en maak een eigen prognose voor acht jaar. Dan kun je aan de gemeente laten zien hoe hun prognoses uitpakken en dat die niet altijd kloppen." Het ministerie van OCW laat weten dat rijksprognoses gebaseerd zijn op verschillende bronnen: het CBS, de Pearlbevolkingsprognose, de Primos-bevolkingsprognose en cijfers uit gemeentelijke databanken.

Gepubliceerd op: 27 mei 2010
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 10 (2009-2010) (Verder in dit nummer)

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)