Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Kinderen ontwikkelen zich niet loodrecht’
Geïntegreerd funderend onderwijs als oplossing voor vroeg selectiemoment

‘Kinderen ontwikkelen zich niet loodrecht’

Auteur: Irene Hemels

Nieuwe onderwijsconcepten die een vroege vervolgschoolkeuze uitstellen duiken op om ‘de knip na groep 8’ te verzachten. “We zien stabiele en mondige jongeren die meer gefundeerde en betere keuzes maken.” Winst is ook dat basis- en voortgezet onderwijs veel van elkaar leren als ze samen optrekken. Is uitstellen van het selectiemoment de oplossing?
 
De relatief vroege schoolkeuze in Nederland vraagt om nieuwe oplossingen, vindt een groep schoolleiders en ontwikkelaars in het po en vo. Zij hebben zich verenigd in een netwerk waarin zij, in samenwerking met de AVS, met elkaar hun ervaringen delen met nieuwe onderwijsvormen die de vroege schoolkeuze uitstellen. “Bijna nergens ter wereld vindt de knip op 12-jarige leeftijd of zelfs eerder plaats”, zegt Jan Willem Jonker, coördinator van het netwerk en adviseur po/vo-ontwikkeling bij Edunamics. “Uit de ontwikkelingspsychologie blijkt dat op de leeftijd van ongeveer 10 jaar een nieuwe fase begint die doorloopt tot ongeveer 14, 15, 16 jaar. In deze fase leren kinderen zichzelf kennen, hun wensen en talenten ontwikkelen, waarna ze betere keuzes voor zichzelf kunnen maken. Terwijl ze op 11- of 12-jarige leeftijd dat overzicht nog niet hebben, dwingen wij hen op die leeftijd wel al een keuze te maken voor hun toekomst. Die kan ook nog eens nadelig uitpakken voor kinderen uit achterstandsposities en laatbloeiers, omdat het in ons onderwijsbestel zo moeilijk is om een eens ingeslagen pad te verlaten.”
 
Langer op basisschool
In opdracht van Openbaar Onderwijs Groningen onderzocht Jonker de mogelijkheden voor geïntegreerd po en vo. “In de nabije toekomst gaan we de mogelijkheid bieden voor leerlingen om langer op de basisschool te blijven. We halen de eerste jaren van het voortgezet onderwijs naar de basisschool toe, die wordt verlengd met groep 9 en 10. Kinderen kunnen de keuze langer uitstellen. Een tweede reden voor deze verandering is dat begaafde kinderen meer kansen en uitdagingen krijgen binnen de veiligheid van het basisonderwijs.”
Op verschillende plekken in Nederland ontstaan soortgelijke initiatieven. In 2012 al startte het Tiener College in Gorinchem als een programmalijn voor kinderen tussen de 10 en 14 jaar. De zestig leerlingen ­krijgen les in een eigen schoolgebouw, een voormalige basisschoollocatie. Basisonderwijs (Stichting Logos) en voortgezet onderwijs (CVO-AV) ontwikkelden de nieuwe programmalijn en leraren van beide stichtingen verzorgen het onderwijs. Leerlingen werken in stamgroepen, met hun eigen leerdoelen en portfolio’s en hebben vaste leergroepbegeleiders. Vakspecialisten uit het vo vliegen in. Mariska van Wijngaarden, projectleider van het Tiener College en voormalig adjunct-directeur speciaal basisonderwijs: “Kinderen ontwikkelen zich niet loodrecht. Je hebt heel jonge kinderen die de nabijheid van volwassenen nog erg nodig hebben. Waarvan je zegt: het zit er wel in, maar het komt er nog niet uit. Zij hebben meer tijd nodig. Je hebt ook kinderen die al puberen: er is een grote groep kinderen in groep 7 en 8 die toe is aan iets anders. Meer van hetzelfde volstaat dan niet. Zij zijn weer eerder dan hun 12e toe aan voortgezet onderwijs. Wij willen kinderen de tijd en ruimte geven zich te ontwikkelen.”
 
‘Warme mof’
Is een warme overdracht dan geen waarborg voor een goede aansluiting tussen po en vo? Van Wijngaarden: “We hebben overal wel een warme overdracht en er vinden onderwijskundige gesprekken plaats, maar het is allemaal min of meer hetzelfde. Het uitgangspunt is dat je op 12-jarige leeftijd kinderen al in een soort keurslijf dwingt. Wij vinden dat dat anders kan. Je houdt misschien altijd overgangen, maar wij willen die als een ‘warme mof’ laten verlopen, zodat leerlingen meer geleidelijk van het een naar het andere gaan. We selecteren in feite ook niet, maar differentiëren in aanbod en formuleren een ontwikkelingsperspectief. Idealiter zijn we een school voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Dat is nu nog niet zo, dus kinderen stromen door naar ‘gewoon’ voortgezet onderwijs en moeten dan kiezen. We zien stabiele en mondige leerlingen die meer gefundeerde en betere keuzes maken, weten wat ze kiezen en waarom ze dat doen. Jongeren die het beste uit zichtzelf halen, waarbij het soms lukt om uit te stromen naar een hoger niveau dan hun oorspronkelijke perspectief op 12-jarige leeftijd.”
 
Spring High
Denken in mogelijkheden, optimale talentontwikkeling, leren gericht op de zone van naaste ontwikkeling, doorlopende leerlijnen en probleemgestuurd onderwijs. Het zijn termen die ook gelden voor Spring High, een nieuwe onderwijsvorm die na de zomervakantie haar deuren opende in Amsterdam Nieuw-West. Spring High, ook een gezamenlijk initiatief van primair (Stichting Westelijke Tuinsteden) en voortgezet (Esprit) onderwijs, start met veertig kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar. Ook hier is de grootste drijfveer ‘de knip na groep acht’, aldus projectleider Camyre de Adelhart Toorop. “Die komt echt te vroeg voor kinderen. Ze maken in deze periode zo’n enorme groei door. Of ze nu te jong zijn om al te kiezen of wat rijper en al puberen. Daaraan doe je geen recht door in groep 8 tegen hen te zeggen: dit is het pad dat jij moet bewandelen en daar blijft het bij. Dat is een beetje de makke van het voortgezet onderwijs. Als je binnenkomt op een bepaald niveau, blijf je daar. Uitzonderingen daargelaten, worden leerlingen bediend door docenten die erg gericht zijn op dat ene spoor. Daarmee haal je niet alles uit een kind wat er in zit.”
De Adelhart Toorop ziet als directielid van het Cartesius Lyceum, een school voor havo en vwo, wat het vroege selectiemoment doet met kinderen. “Je ziet nu nog te vaak dat leerlingen in een gemengde brugklas aan het eind van het schooljaar teleurgesteld zijn als zij op het ‘laagste’ niveau verder moeten. Voor hun gevoel hebben ze gefaald. De druk om naar het ‘hoogste’ niveau te gaan, wordt opgevoerd en dat begint al in oktober. Er is geen ruimte voor: hoe zit ik in mijn vel? Of: wat wil ik? Bij Spring High is het uitgangspunt: wat past bij jou? Wat zijn jouw kwaliteiten? Het gaat om het opdoen van succeservaringen. Daarvan groei je als mens.”
 
Opties open houden
Vroeg selecteren leidt nogal eens tot verkeerde schooladviezen en op- en afstroom in het vo, zegt Van Wijngaarden van het Tiener College. “Als een kind 11 of 12 is weet je nog niet goed wat er in de puberteit gaat komen en hoe het zich ontwikkelt. Bovendien komen ze in het vo in een systeem waar meer zelfstandigheid wordt gevraagd en waar nog niet iedereen mee om kan gaan. Door meer ruimte te geven aan de ontwikkeling die leerlingen doormaken, proberen we opties open te houden. In plaats van leerlingen bij elkaar te zetten op basis van leeftijd en niveau, stappen we af van klassen en bieden we maatwerk door differentiatie.”
Verlengde brugklassen of speciale ‘veilige’ klassen als oplossing voor vroegselectie zijn mooi, maar bieden niet de echte oplossing, menen de pioniers. Primair en voortgezet onderwijs moeten meer met elkaar samenwerken. Van Wijngaarden: “Dan leer je van elkaar en haal je het beste uit beide werelden naar boven. Dat zie je bij ons zo goed. Enerzijds heb je de flair van het vo-wereldje van het goed kunnen omgaan met pubers en anderzijds de instructiekwaliteiten van het primair onderwijs.” Dat vindt ook De Adelhart Toorop: “Wij van het vo kunnen zoveel leren van het gedifferentieerd aanbieden en de pedagogische blik op kinderen waarover leerkrachten in het basisonderwijs beschikken.”
 
Te grote nadruk
Uitstellen van het selectiemoment is een belangrijke drijfveer om tot geïntegreerde po/vo-scholen te komen. In plaats daarvan zien sommige deskundigen meer heil in andere oplossingen. Sietske Waslander, hoogleraar sociologie en lid van de Onderwijsraad: “De mogelijkheden om van leerweg te switchen zijn de laatste twintig, dertig jaar afgenomen. Er zijn steeds minder heterogene (dakpan, red.) en verlengde brugklassen en de categoralisering is toegenomen, waardoor grotere nadruk op het selectiemoment komt te liggen. Het vroege selectiemoment lijkt daarmee het probleem, maar is slechts een factor in het geheel. De sleutel ligt in het makkelijker maken van tussentijds wisselen van leerwegen: we moeten een curriculumdiscussie voeren waarin het stimuleren van talenten voorop staat. In dat licht zijn de nieuwe onderwijsconcepten interessant en hebben ze zeker potentie.”
 
In het bestuurlijk netwerk ‘10-14 onderwijs’ participeren ruim vijftig initiatieven met geïntegreerd funderend onderwijs onder leiding van enkele kwartiermakers. Neem voor meer informatie en/of aansluiting bij het netwerk contact op met po/vo-bestuurder Harry Grimmius van Scholengroep Over- en Midden-Betuwe via h.grimmius@sgomb.nl
 

Gepubliceerd op: 2 september 2016

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)