Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Jullie zijn uniek: goed onderwijs, gelijke kansen én gelukkige kinderen’
Hoogleraar Alma Harris stelt Nederland internationaal als voorbeeld

‘Jullie zijn uniek: goed onderwijs, gelijke kansen én gelukkige kinderen’

Auteur: Marijke Nijboer

Binnen een paar jaar komen onderwijsmensen van over de hele wereld kijken hoe Nederland het doet, voorspelt de Britse hoogleraar Alma Harris. Nederland is volgens haar een voorloper in het combineren van goed onderwijs met gelijke kansen en welbevinden voor alle leerlingen. AVS-voorzitter Petra van Haren sprak Harris en Kader Primair luisterde mee.
 
“Jullie beseffen niet wat je in handen hebt. Jullie doen het ontzettend goed.” Deze boodschap van Alma Harris komt op een opmerkelijk moment. Net nu er volop onrust is over de salarissen, de werkdruk, het lerarentekort en een nieuwe bezuiniging. Maar Harris meent het. “Een vis ziet zelf het water niet waarin hij zwemt. En zo kunnen jullie je eigen onderwijs niet zien zoals ik het zie.”
Waar is zij zo enthousiast over? Nederland scoort vergeleken met andere landen niet alleen prima in PISA-onderzoeken, maar heeft ook de gelukkigste kinderen ter wereld. Dat is volgens haar een bijzondere combinatie. “De Singaporese onderwijsresultaten zijn bijvoorbeeld uitstekend, maar men geeft er jaarlijks een ongelooflijk bedrag uit aan privé-bijscholing. Cijfers zijn het enige wat daar telt en met het welbevinden van de kinderen is het helemaal niet goed gesteld. In Zuid-Korea, nog zo’n goed scorend land, gaan kinderen tot tien uur ’s avonds naar bijlessen.”
Harris’ tweede compliment: Nederland is goed bezig om gelijke kansen voor kinderen te creëren. “Vergeleken met andere landen doen jullie het op dat punt veel beter. De OESO1 zegt dat Nederland een rechtvaardig en uitstekend systeem heeft. Jullie zitten samen met Finland bij de beste 25 procent.” Maar wacht eens even, in de Staat van het Onderwijs 2015/2016 roerde de inspectie de trom omdat het precies daarmee niet goed ging in Nederland. Harris: “Vergeleken met anderen doen jullie het goed. Maar het kan beslist nog beter; de kloof groeit hier in Nederland nog steeds. Er valt nog wat werk te verrichten. De taak van de inspectie is om het onderwijsveld af en toe uit te dagen. Zij zetten hun boodschap bewust scherp neer zodat hij goed overkomt.”
Harris denkt dat bij PISA de eenzijdige focus op onderwijsscores z’n langste tijd heeft gehad. “De nadruk lag tot nu toe erg op leerprestaties. De weegschaal is aan het doorslaan naar gelijke kansen en welbevinden. Ik voorspel dat PISA binnen een paar jaar het welbevinden van leerlingen gaat meten. Dat moet ook echt gaan gebeuren, want op dit moment promoten we een systeem dat niet goed is voor kinderen.”
 
Opvolger Finland
Die omslag zal Nederland meer in de schijnwerpers plaatsen. “Het Nederlandse verhaal moet verteld worden. Finland hebben we nu allemaal wel gezien; we hebben een nieuw goed voorbeeld nodig. Wat mij intrigeert is dat jullie het zo goed doen, maar dat we jullie daar nauwelijks over horen.” Daar wil Harris met haar boek ‘The Dutch way’ verandering in brengen (zie kader).
AVS-voorzitter Petra van Haren knikt. “Wij zijn zo bezig met wat er nog moet gebeuren, dat we vergeten om naar onze successen te kijken. Onze bestuurders, schoolleiders en leraren zijn allemaal heel druk aan het professionaliseren. En hoe meer je leert, hoe meer je beseft wat er allemaal nog moet gebeuren. Dat is goed, het houdt ons kritisch, maar het is ook een bron van werkdruk. Het werk is gecompliceerder geworden, en wanneer mensen ervaren dat ze niet voor elke taak even goed zijn toegerust, geeft dat stress.” Harris: “Ja, leraren staan hier onder druk, maar dat geldt net zo goed voor andere landen.”
Over de Nederlandse leraren is Harris vol lof. Ze vertelt over een masterclass die ze tijdens dit bezoek op een avond gaf aan leraren in Zwolle. “De leraren hadden er al een schooldag op zitten. En toch zeiden ze bij de evaluatie dat ze langer hadden willen doorgaan. In Engeland hadden mensen al lang op hun horloges gekeken. Dit waren echte professionals.”
 
Prioriteiten stellen
Van Haren brengt het gesprek op de bekostiging. “In Nederland gaat 1,2 procent van het bruto nationaal product naar onderwijs; veel minder dan in veel andere landen. Terwijl wij het minstens zo goed doen. Hoe kijk jij daar tegenaan?” Harris: “Er is geen sterke relatie tussen geld en kwaliteit. De landen die het meest aan onderwijs uitgeven, zoals de VS, zijn niet noodzakelijk het beste. Natuurlijk heb je geld nodig, maar geld alleen is niet de oplossing. De leraren die meer willen verdienen en meer geld willen voor hun school hebben gelijk. Maar ondertussen moet je, met je beperkte middelen, prioriteiten stellen.”
Dat laatste is Van Haren met haar eens. “De politiek vraagt veel van ons, en wij willen alles maar uitvoeren. We stellen te weinig prioriteiten. Ik denk dat we samen een duidelijker visie moeten ontwikkelen op wat de burger van straks moet kunnen, en wat wij dus als onderwijs moeten bieden.”
Zo komt het gesprek op autonomie. Van Haren: “Het ministerie wil een deel van de zeggenschap die wij hadden verworven weer bij ons weghalen, omdat het onderwijs niet altijd de koers vaart die politici zouden willen.” Als voorbeeld noemt ze de eindtoets, die het ministerie graag zwaarder zou willen laten wegen, en de 20 miljoen die het kabinet heeft uitgetrokken voor kleine scholen. Het ministerie wil graag zelf bepalen hoe scholen dat geld gaan uitgeven. “Politici proberen ons voortdurend te vertellen wat we moeten doen. Als ze echt willen dat wij ons als sector van binnenuit ontwikkelen, moeten ze daarmee stoppen.” Harris: “Hoe meer autonomie scholen hebben, hoe dynamischer, creatiever en innovatiever ze zijn. Dat is wetenschappelijk bewezen. Bovendien heeft elke school z’n eigen populatie. Scholen kunnen zelf veel beter bepalen wat het beste is voor hun leerlingen.”
De afstemming tussen bestuur en schoolleiding is ook bepalend voor de onderwijskwaliteit, zegt Harris. “Dat zij het eens zijn over wat de school moet nastreven. En dat het leiderschap zich daarop richt. Daar maak je het verschil mee.” Van Haren: “Onze schoolbesturen bestaan nog niet zo lang. Eerst waren ze vooral gericht op management, nu steeds meer op leiderschap. De schoolleiding zit in een zelfde ontwikkeling, en dat zorgt wel eens voor frictie. Je komt gemakkelijk in elkaars vaarwater. De kunst is om goed samen te werken en toch allebei je autonomie te bewaren.”
 
Canada
Van welk land kan Nederland nog wat leren? Harris wijst naar Canada, en dan specifiek naar Alberta, British Columbia en Ontario. “De Canadese cultuur lijkt wel op die van jullie. Zij zijn keihard bezig om de kloof te dichten tussen de schoolprestaties van inheemse en andere Canadezen. De gelijkheid staat bij alle scholen op de radar.
De PISA-scores zijn er ook goed.” Van Haren kan zich goed vinden in de keuze voor Canada als voorbeeld. “British Columbia is ook een belangrijke inspiratiebron bij onze landelijke curriculumvernieuwing. Wij herkennen onszelf in hun visie op wat belangrijk is voor kinderen; in hun holistische benadering.”
 
Harris’ advies: “Blijf doen wat je doet en verander vooral niet van richting. Jullie zijn heel consistent in je benadering, van peuterspeelzaal tot en met universiteit. Je schoolsysteem is een spiegel van je maatschappij en de waarden die je omarmt. Jullie democratische inborst zit in het onderwijssysteem ingebakken. Jullie werken toe naar wat de maatschappij nodig heeft: breed ontwikkelde mensen, die goede resultaten kunnen opleveren.”
 
1 
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is de organisator van PISA (Program for International Student Assessment).
 
Boek ‘the dutch way in education’
Prof. Dr. Alma Harris, bekend door haar onderzoek naar leiderschap en innovatie in het onderwijs, schreef samen met haar collega Michelle Suzette Jones een boek over het Nederlandse onderwijssysteem. Aan het dit jaar verschenen ‘The Dutch way in education, teach, learn & lead the Dutch way’ schreven ook Nederlandse experts mee, onder wie Edith Hooge, Gert Biesta, Jeannette Doornenbal, Marc Vermeulen en Sietske Waslander. Sinds november is er ook een Nederlandse versie, getiteld ‘The Dutch way, leren, lesgeven en leiderschap in het Nederlandse onderwijs’. Het boek is uitgegeven door Onderwijs Maak Je Samen.

Gepubliceerd op: 2 december 2017

Verschenen in

Kader Primair 4 (2017-2018) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)