Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Je ziet ze groeien
Taalonderwijs regionaal clusteren

Je ziet ze groeien

Auteur: Daniëlla van ’t Erve

Samenwerkingsverband IJssel/Berkel nam het initiatief tot een gezamenlijke, regionale visie op onderwijs aan nieuwkomers. Dit voorjaar tekenden alle betrokken partijen een convenant en er zijn inmiddels drie taalschakelklassen gestart, gekoppeld aan reguliere scholen in de regio. “Een kwestie van lange adem en investeren in de relatie.”

“Weegschaal”, juicht een meisje naar haar medespeelsters als ze op het digibord twee dezelfde memoriekaartjes omdraait. Achter hen leggen twee jongens met dominosteentjes grote letters ‘ui’ op hun tafel. “Wat een mooie ui”, roept juf Monique Bouwmeester enthousiast, en ze lachen alle drie als de steentjes plots omvallen. “Oh, daar gaat de i.”
De taalschakelklas van basisschool de Waaier in Zutphen bestaat acht jaar en telt nu dertien kinderen tussen de 6 en 12 jaar en afkomstig uit Eritrea, Polen of Syrië. De nieuwkomers krijgen gedurende een jaar intensief taalonderwijs, waarna ze doorstromen naar het regulier onderwijs. “De toestroom van nieuwkomers gaat nu meer gedoseerd dan anderhalf jaar geleden”, merkt Ank Stekelenburg van het expertiseteam nieuwkomers van samenwerkingsverband IJssel/Berkel (27 schoolbesturen, 102 scholen in zes Gelderse gemeenten). “Toen zag je dat scholen overspoeld werden en met hun handen in het haar zaten. Nu zijn gemeenten vaak al op de hoogte dat er een gezin komt en kunnen scholen zich erop voorbereiden.”
Dit schooljaar zijn er nog twee taalschakelklassen op reguliere scholen in de regio gestart. Het is de uitwerking van het convenant dat de schoolbesturen primair onderwijs (verenigd in het samenwerkingsverband) en de zes gemeenten dit voorjaar tekenden. De komst van een asielzoekerscentrum was voor het samenwerkingsverband reden om het initiatief te nemen tot een gezamenlijke, regionale visie. “Onze veelal kleine scholen worstelen met de opvang van nieuwkomers”, verklaart directeur Luuk van Aalst de noodzaak tot samenwerking. “Met drie combinatiegroepen lukt het eenvoudig weg niet om de extra aandacht en ondersteuning te bieden die een kind dat de taal niet kent nodig heeft.”
Het clusteren van leerlingen en middelen maakt goed onderwijs en bundeling van expertise mogelijk. Waar scholen en besturen verantwoordelijk zijn voor de inhoud, zijn gemeenten verantwoordelijk op het gebied van leerplicht, onderwijshuisvesting, leerlingenvervoer, jeugdhulp en voor- en vroegschoolse educatie. Eén regionale visie met zes verschillende gemeenten kost dan ook de nodige tijd en energie. “Het is een kwestie van een lange adem en blijven investeren in de relatie”, benadrukt Van Aalst. “Maar als je het belang van goed onderwijs voor deze kinderen inziet, kom je uiteindelijk wel uit de puzzel van wie wat betaalt.”
 
Financieel risico
De landelijke bekostiging voor nieuwkomers is volgens Van Aalst onvoldoende. “Omdat we hier te maken hebben met krimp én moeten bezuinigen vanwege een negatieve verevening, is het sowieso al zoeken naar middelen om Passend onderwijs te kunnen bieden”, legt hij uit. Een probleem is ook dat scholen pas vanaf vier nieuwkomers geld krijgen en dat er sprake is van financiering achteraf. Van Aalst: “Dat we nooit zeker weten of en hoeveel kinderen er binnenkomen, maakt het lastig om concrete afspraken te maken. Geen enkele partij wil een financieel risico lopen.”
Een goede zet is volgens Ank Stekelenburg, die bij het visietraject betrokken was, dat het samenwerkingverband besloot de taalschakelklas voor te financieren. “Want wanneer start je zo’n klas?”, zegt ze. “Onder de tien leerlingen is het eigenlijk niet rendabel, maar de kinderen zijn er al wel. Door de overbruggingsperiode te financieren krijgt de leraar tijd om de klas goed op te zetten. Die investering krijg je straks dubbel en dwars terug als de kinderen goed doorstromen.”
Dit betekent niet dat elke nieuwkomer automatisch naar een taalschakelklas gaat.
Ouders melden hun kind aan op de school van hun voorkeur. Vanaf dat moment heeft de school zorgplicht en kijken alle betrokkenen vanuit school, gemeente, samenwerkingsverband en Vluchtelingenwerk naar wat het kind nodig heeft en of de taalschakelklas een optie is. Stekelenburg: “Soms is het voor een kind beter om op de reguliere school te blijven, zoals onlangs een jongetje van 7 jaar met ernstige verlatingsangst. Dan kunnen we in een schakelklas nog zulk goed onderwijs op maat geven in een kleine, veilige setting: als een kind zich er niet goed bij voelt, komt het niet tot leren.” (zie ook pagina 25)
 
Haai
Op haar tafeltje heeft Timnit (9) allerlei plastic dieren netjes op een rij gezet. Sinds februari zit ze met haar twee broertjes en zusje in de schakelklas. Ze zijn gevlucht uit Eritrea waar ze nog nooit naar school zijn geweest. Timnit wijst een diertje aan en zegt dan juf Monique na: “Hond”. “Haai”, papegaait ze, waarna ze even nadenkt en dan met haar hand zwaait. “Ja”, lacht Monique, “die haai heb je ook.” En dan zet Monique de zeehond naast de hond: “Dit is een zeehond, die zwemt in het water.” Timnit slaat haar armen om haar heen en vraagt: “Koud?”. “Ja”, zegt Monique. “Zeehonden leven vaak waar het heel koud is.”
Uit recent onderzoek van de universiteit Utrecht blijkt dat met centraal taalonderwijs betere resultaten worden bereikt. “In een taalschakelklas krijgen leerlingen intensief en op maat onderwijs van experts”, vertelt Stekelenburg. “Ze krijgen een doelgericht programma op de onderdelen klanken, woordenschat, zinsbouw en technisch lezen. Actief leren, waarbij kinderen voelen en ervaren, is essentieel om de taal goed te laten beklijven. Daar is in een taalschakelklas ruimte voor. We gaan veel met de kinderen naar buiten, gewoon spelen of naar de markt. Ze leren zoveel van vrije situaties waarin ze met elkaar moeten omgaan.”
Stekelenburg noemt het een groot voordeel dat de taalschakelklassen gekoppeld zijn aan reguliere scholen. “De kinderen leren de Nederlandse cultuur en leeftijdsgenoten kennen omdat ze al meedoen met alle activiteiten en feesten op school. Bovendien zijn de lijnen kort. Als een kind zich snel ontwikkelt, is het makkelijk om te kijken of het alvast op zijn niveau in de reguliere klas les kan volgen. Na een jaar bekijken we met de ouders officieel hoe het ervoor staat en naar welke school het kind zal doorstromen.”
 
Grote ogen
Hekmat (13) zit in groep 7 van de Waaier, waar hij vorig jaar vanuit de schakelklas naar toe ging. Hij weet nog heel goed hoe het was om naar school te gaan. “Ik kende niemand en sprak nog geen Nederlands, dus ik vond het heel spannend. In het begin moest ik erg wennen, maar hier is het leuk. In Syrië was het heel anders. Als je een fout maakt, slaat de juf je. Gelukkig is dat hier niet zo.” In zijn nieuwe groep moet hij ook weer wennen. “In de schakelklas kreeg je geen aardrijkskunde of geschiedenis en ook geen huiswerk. Ik vind dat wel leuk om te doen. Spelling vind ik het leukst, want dat is het makkelijkst.”
Leerkracht Eline Schoppers zette acht jaar geleden de taalschakelklas op en heeft heel wat kinderen zien komen en gaan. “Veiligheid is het allerbelangrijkst. Kinderen kunnen hier tot rust komen, ook al zijn de verschillen groot. Er zitten broertjes en zusjes in één klas, er zijn kinderen die een muur hebben opgetrokken of nog nooit naar school zijn geweest. Dat geeft niets, de kinderen helpen elkaar.” Betrokkenheid, flexibiliteit, inzicht in de leerlijnen en wat een kind nodig heeft zijn volgens Schoppers onmisbare vaardigheden voor leraren. Ze moeten ook goed weten wat de doelen zijn, wanneer een kind kan versnellen, waar hiaten zitten en welke leerstijl het prettig vindt. De verouderde materialen zijn volgens haar een knelpunt. “Niets is kant-en-klaar, dus het bedenken en maken van lesstof vraagt extra tijd. Maar daar krijg je veel voor terug. Van kinderen als Hekmat word ik heel gelukkig. Twee jaar geleden kwam hij hier met grote ogen binnen en het is zo mooi om te zien hoe hij zich ontwikkeld heeft, dat hij al vriendjes heeft en op voetbal zit. Je ziet kinderen groeien en weer zichzelf durven zijn, prachtig.”
 
Sociale integratie
Met een ondertekend convenant ben je niet klaar: een breed gedragen visie betekent volgens Ank Stekelenburg blijven afstemmen. Zo moeten sommige kinderen ver reizen, waardoor ze weinig binding krijgen in hun eigen woonplaats. “Maar misschien kunnen ze alvast meedoen met bredeschoolactiviteiten op de school waar ze zijn aangemeld, waardoor ze al klasgenoten leren kennen. Waar we ons eerst samen richtten op de procedure en onderwijsinhouden, gaan we nu een stapje verder en bekijken we hoe we de sociale integratie kunnen bevorderen.”
De doorstroming van nieuwkomers in het regulier onderwijs vormt een andere uitdaging. Het samenwerkingsverband stelt verschillende materialen en methoden beschikbaar en scholen kunnen een beroep doen op ondersteuning van het expertiseteam. Stekelenburg: “Ook na een jaar heeft een nieuwkomer goede begeleiding nodig. Sociaal gezien omdat het moet wennen aan een nieuwe klas, maar ook qua leerstof. Zo is de woordenschat nog lang niet op niveau. We hopen dat die intensieve begeleiding mogelijk blijft.”

Gepubliceerd op: 25 september 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)