Home » Artikelen » Je moet niet op de stoel van de architect gaan zitten

Je moet niet op de stoel van de architect gaan zitten

Auteur: Bert Nijveld

Prinsehaghe Basisschool Prinsehaghe uit Den Haag won de scholenbouwprijs 2006. Theo van den Burger speelde als directeur een belangrijke rol bij de bouw. Hoe ga je van droom naar werkelijkheid?

Spectaculair oogt het gebouw zeker niet: een doos met grote ramen, om het maar oneerbiedig te beschrijven. Wel ziet het geheel er verzorgd uit. De betonnen bank rondom de school nodigt uit om eens rustig te gaan zitten en de omgeving in je op te nemen. Prinsehaghe staat verscholen op een binnenterrein tussen vriendelijk ogende, kleine huisjes in de Haagse Schilderswijk. Een stadsdeel met een negatief imago, maar daar is op deze plek niets van te merken. De sfeer is vredig, de geluiden van de grote stad zijn ver weg.Hoewel de school er alweer twee jaar staat en veel belangstelling heeft getrokken, leidt Theo van den Burger bezoek nog steeds met veel plezier rond. Het startpunt ligt in de centrale entree, een grote lichte ruimte waar de in het oog springende `watervaltrap´ de drie verdiepingen (onder- midden- en bovenbouw) met elkaar verbindt. Kernbegrippen van het gebouw zijn licht, kleur, toegankelijkheid en een open uitstraling. Maar het belangrijkste uitgangspunt is toch wel fl exibiliteit. "In onze gedroomde school mocht het gebouw in elk geval geen belemmering zijn voor veranderende vormen van onderwijs", aldus Theo van den Burger. Alle leslokalen zijn daarom twee aan twee voorzien van fl exibele wanden, waardoor je er in een handomdraai één ruimte van kunt maken. Ook het iets lager dan de entree gelegen speellokaal heeft geen tussenwand en kan daardoor voor vieringen worden gebruikt. Opvallend is het hoge en daardoor multifunctionele meubilair, waaraan leerlingen zowel staand als zittend kunnen werken. De hoge constructie kan zowel gebruikt worden door jongere als oudere kinderen én volwassenen. Daardoor zijn de leerlingen mobiel en niet `lokaalgebonden´. Dit is ook de reden dat het meubilair geen vaste kastjes onder de tafels heeft; alle kinderen hebben in plaats daarvan een speciale tas die ze aan iedere stoel in welk lokaal dan ook kunnen hangen. "We hebben dit meubilair voor het eerst in Zweden gezien en zijn vervolgens ruim twee jaar bezig geweest bedrijven voor dit product te interesseren. Nu heeft elke schoolleverancier dit in het assortiment," vertelt Van den Burger met gepaste trots. Elk lokaal is standaard uitgerust met een beamer en een digitaal schoolbord; en op elke plek in het gebouw kun je inloggen op het draadloze netwerk. Her en der wijst Van den Burger op de vele bergruimten. Elke verdieping heeft een spreekkamer die als fl exibele werkplek kan worden benut. Een grote ruimte op de middenverdieping huisvest de mediatheek en enkele actionlabs, werkplekken waar zowel op de computer als met techniek wordt gewerkt. Verrassend is de situering van de gymzaal op de bovenste verdieping. "Op de begane grond is een gymzaal een sta-in-de-weg waar je omheen moet", verklaart Van den Burger, "hier hoef je er niet omheen, maar alleen maar naar binnen."

Droombeeld
Welke gedachte ligt aan dit pand ten grondslag? Van den Burger: "Wij wisten al vijf, zes jaar van tevoren dat wij nieuwbouw zouden krijgen, zonder precies te weten wanneer. Dat gaf alle ruimte om na te denken over hoe het gebouw vorm moest krijgen. En zorgde voor de eerste fout die wij bijna hebben gemaakt. Je moet niet op de stoel van de architect willen gaan zitten! Het belangrijkste is denk ik dat het team de eisen en wensen formuleert. De uitwerking is aan de architect. Daarom hebben we ons ook niet bemoeid met de kleurstelling. Over smaak valt toch niet te twisten." Van den Burger en zijn team schetsten een droombeeld van hoe onderwijs op Prinsehaghe er over tien jaar uit zou moeten zien. Dat leidde tot een concrete visie die vervolgens werd vertaald in een programma van eisen, los van het programma van eisen dat de gemeente opstelde. "Ons programma hebben we bij de architect neergelegd nog voor hij één streek op papier had gezet. Die timing bleek essentieel." Met het fi nanciële aspect van de bouw hoefde Van den Burger zich niet bezig te houden. "Daar was de bouwbegeleider voor. Voor mij is het niet interessant of er getint glas moet komen of zonwering. Dat is een centenkwestie. Waar het mij om gaat is dat er een goed werkklimaat is."

In de speurtocht naar het goede bezocht het team veel andere scholen. "We hebben heel veel ideeën overgenomen en andere juist beslist niet. Kleuterlokalen met een deur naar buiten stonden bij ons al snel op het lijstje. Eén van onze dromen was een school waar het altijd netjes en opgeruimd is. Daarom hebben we ook nagedacht over het schoonhouden. Achter de kapstokken is bijvoorbeeld tegellambrisering aangebracht." Diverse gesprekken met de architect leidden uiteindelijk tot een eerste ontwerp. Van den Burger: "We waren direct enthousiast. Je kon heel goed zien dat goed was nagedacht over onze wensen. We zagen alles terug van wat in ons eisenprogramma stond. Aan de buitenkant is het een vrij simpele doos geworden. Wat je aan de buitenkant kunt besparen, kun je investeren in de binnenkant. Wij wilden namelijk ook iets uitstralen waaraan het de meeste van onze kinderen ontbreekt: een sfeer van luxe en duurzaamheid. Juist door de gebruikte materialen ziet de school er na tweeëneenhalf jaar nog steeds uit om door een ringetje te halen."

Vertaler
In tegenstelling tot de meeste nieuwbouw die tegenwoordig als `brede school´ wordt neergezet, is Prinsehaghe puur als school gebouwd. De gemeente heeft er bewust voor gekozen de vele voorzieningen die al in de wijk bestaan daar ook te houden. Alleen de naschoolse opvang vindt er een plek. Zijn eigen rol in het bouwproces ziet Van den Burger vooral als die van vertaler van datgene wat binnen het team speelt. "Bij mijn eerste school waar nieuwbouw plaatsvond had het bestuur nog wel een vriendje achter de hand die architect was. Hij had al eens eerder een school getekend, dus dat was zo gepiept. Zo ontstaan scholen die er allemaal hetzelfde uit zien. Nu hadden we een architect die naar ons luisterde. Op die manier een school mogen bouwen is het mooiste wat je als directeur kan overkomen. Met als hoogtepunt die 10 januari 2005, toen voor het eerst de schoolbel ging en de kinderen naar binnen mochten. Wat hij achteraf toch anders zou doen? "Wat ik heb geleerd is dat ik een volgende keer meer aandacht zou hebben voor de klimaatbeheersing. Als het buiten warmer dan 25 graden is, wordt het binnen al snel te warm. Dat is misschien een nadeel van veel glas en licht. Maar verder zijn wij dubbeldik tevreden. Dat we de Scholenbouwprijs hebben gewonnen is voor het team loon naar werken."

De architect `Onbevangen het bouwproces in´
De Prinsehagheschool is ontworpen door architectenbureau Geurst & Schulze uit Den Haag. Jeanneke Aeckerlin was ontwerper/ projectleider en dagelijks bij Prinsehaghe betrokken. Het bureau had tot dat moment nog geen ervaring met de nieuwbouw van een school. Aeckerlin: "Het is wel handig specifi eke kennis van zaken te hebben, maar ook juist goed om onbevangen zo´n bouwproces in te gaan en alles opnieuw ter discussie te stellen. Het leuke is dat we natuurlijk allemaal op school hebben gezeten en daar een referentiekader bij hebben." Voor een architect is de samenwerking met de eindgebruiker, zoals bij het ontwerpen van Prinsehaghe het geval was, niet alledaags. Aeckerlin: "Dat contact is bijzonder plezierig verlopen. Prettig was dat de schooldirecteur precies wist wat het team wilde. Je hebt te maken met een partij die al goed over zaken heeft nagedacht en met veel zinnige zaken komt die jou weer op ideeën brengen." Aeckerlin was bijvoorbeeld in eerste instantie kritisch over de schuifwanden. "Omdat ze duur zijn en uiteindelijk niet heel vaak worden gebruikt. Na doorvragen bleek dat het team echt goed had bedacht wat ze wilden doen met die schuifwanden. Als ik nu op de school kom, staan ze regelmatig open." Ook een onderhoudsvriendelijk en hoogwaardig afwerkingsniveau stond op de eisenlijst. Aeckerlin: "Het jammere van jongere scholen is dat de gebouwen op de plekken waar de meeste mensen doorheen gaan, de gangen, heel erg aan slijtage onderhevig zijn. Het hele beeld van zo´n school wordt naar beneden gehaald. Het ziet er vaak gewoon shabby uit." Maar de belangrijkste opdracht was toch om te zorgen voor fl exibiliteit. "We hebben een structuur neergezet waarmee heel veel mogelijk blijft binnen het gebouw. We hebben de draagstructuur een slag gedraaid ten opzichte van wat gebruikelijk is; de wanden tussen de lokalen zijn uitgevoerd als niet dragend. Door de vouwwand tussen twee lokalen open te zetten, ontstaat een grote ruimte van honderd vierkante meter. Zo kun je met allerlei onderwijsconcepten uit de voeten. Interessant was dat de school sowieso al fl ink aan de weg timmerde. Ze deden mee aan het TOM-project (TOM: Onderwijs Anders wordt in opdracht van OCW uitgevoerd door de KPC Groep). Het geld daarvoor hebben we kunnen gebruiken om de vouwwanden te bekostigen. Die kunnen niet uit het normale bouwbudget worden bekostigd."

Scholenbouwprijs
Elke twee jaar organiseert het ministerie van OCW de Scholenbouwprijs voor nieuwbouwprojecten in het primair en voortgezet onderwijs. De bedoeling is om het belang van architectuur voor de kwaliteit van het onderwijs onder aandacht te brengen bij opdrachtgevers. De prijs wil professioneel en inspirerend opdrachtgeverschap stimuleren en daarmee de bouw van onderwijskundig goede en functionele scholen bevorderen. Criteria als de visie van de opdrachtgever, onderwijskundige kwaliteit, de mate van multifunctionaliteit, fi nanciering en exploitatie spelen een rol bij het juryoordeel.

 

 

Gepubliceerd op: 1 mei 2007
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders