Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Interdisciplinaire teams lijken succesvol
Onderzoek in proeftuinen

Interdisciplinaire teams lijken succesvol

Auteur: Marijke Nijboer

In kindcentra lukt het leraren, pedagogisch medewerkers en jeugdzorgmedewerkers steeds beter om een echt team te vormen en zich samen te richten op de brede ontwikkeling van kinderen. Harde cijfers zijn er nog niet, maar de teams hebben zelf de indruk dat zij kinderen minder hoeven door te verwijzen.

Voor het project ‘Pedagogisch PACT – samenwerken voor jonge kinderen’ werd de afgelopen drie jaar in zeven kindcentra gewerkt met proeftuinen. Gedurende die jaren is onderzoek gedaan naar de werkwijzen en resultaten. De data worden nog geanalyseerd, maar Jeannette Doornenbal, voorzitter van het wetenschapsteam van Pedagogisch PACT, kan al wel wat lijnen aangeven. “In alle proeftuinen hebben mensen het idee dat ze hun doelstellingen beter kunnen realiseren. Ze weten elkaar beter te vinden en spelen beter in op de vragen van kinderen. Ze hebben het idee dat ze beter met ouders het gesprek kunnen voeren en dat ze kinderen minder hoeven door te verwijzen.”
Drie van de zeven proeftuinen werken met een ‘inclusiepedagoog’. Zij zijn daar heel enthousiast over. Het Talent in Lent heeft zo’n functionaris vanuit de jeugdzorg in huis. Zij voert gesprekken met kinderen en ouders, adviseert collega’s over wat specifieke kinderen nodig hebben en helpt met de vertaling naar een handelingsadvies. Schoolleider Carla van den Bosch: “Willen we preventief werken met kinderen, dan moet jeugdzorg actief worden in de omgeving waar kinderen dagelijks zijn. Jeugdzorg heeft expertise op het gebied van signaleren, gesprekken met ouders en groepsprocessen en kan heel laagdrempelig samenwerken met leerkrachten.” Annemarie, de inclusiepedagoog, is op een niet-nadrukkelijke manier aanwezig. “Wij zeggen niet: jeugdzorg loopt in de school rond. Als een moeder op een ochtend haar kind niet naar school kan krijgen, belt ze naar school en vraagt Annemarie om raad.”
 
Rijke speelleeromgeving
Naast de proeftuinen met een inclusiepedagoog zijn er twee proeftuinen die werken aan een doorgaande lijn van kinderopvang naar basisschool, met nadruk op een rijke speelleeromgeving. In het derde type proeftuin stuurt de gemeente de samenwerking tussen allerlei partijen aan, om zo te komen tot één pedagogisch sterke omgeving.
Het onderzoek van PACT draait niet om de vraag welk type proeftuin het meest succesvol is; voor een vergelijking zijn de onderlinge verschillen te groot. Doornenbal: “Wij hebben wel gekeken hoe de kindcentra aan hun doelen hebben gewerkt en of dat in hun ogen succesvol was, bijvoorbeeld doordat kinderen eerder in beeld komen en adequatere oplossingen voor hen worden bedacht.”
In Lent lukt dat volgens schoolleider Van den Bosch: door de preventieve aanpak krijgen kinderen op veel jongere leeftijd zorg. Zij ziet het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs, maatschappelijk werk, psycholoog of jeugdzorg ook dalen.
Het wetenschapsteam van PACT wil naast een kwalitatieve analyse, de resultaten zoveel mogelijk kwantificeren, maar dat is soms lastig. Doornenbal: “Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als we konden zeggen: dit kindcentrum verwijst nu zoveel procent minder kinderen naar de zorg en dat komt door de inclusiepedagoog. Maar dat kan ook aan andere factoren liggen. Misschien hebben ze wel kinderen binnengekregen met minder zorgvragen. Een verband is nog niet per se een causaal verband.”
In een kindcentrum werken mensen uit allerlei disciplines samen. Volgens schoolleider Annette van Valkengoed van Laterna Magica in Amsterdam wordt de teamvorming bevorderd doordat zij elkaar aan het werk zien. “Ze bereiden samen dagdelen voor en voeren de plannen gezamenlijk uit. En reflecteren achteraf met elkaar om te kijken wat er nog beter kan. Iedereen is mede-ontwerper, uitvoerder en mede-onderzoeker. Zo kunnen we de verschillende leefwerelden van het kind aan elkaar koppelen.
 
Bij special needs trek je samen op en werk je vanuit één plan, gericht op de positieve ontwikkeling van een kind.”
 
Andere competenties
De beweging naar kindcentra roept veel professionaliseringsvragen op, zegt Doornenbal. “Mensen zijn in een bepaalde beroepsgroep opgeleid. Voor het meer ontwerpend en onderzoekend samenwerken hebben ze ook andere competenties nodig. Het investeren in professionals moet geen speeltje zijn van de directeur; de professionals op de werkvloer moeten echt willen omgaan met diversiteit en willen samenwerken.”
Is een kindcentrum het meest gebaat bij breed opgeleide leerkrachten, bijvoorbeeld van de nieuwe Zwolse opleiding Pedagogisch Professional Kind en Educatie? Of kun je beter koersen op een bundeling van mensen met elk hun eigen, smalle expertise? “Dat is nog niet uitgekristalliseerd”, zegt Doornenbal. “Het is in elk geval belangrijk dat een team verschillende expertises bevat, die complementair zijn aan elkaar. Wij propageren de T-shaped professional. Die is goed zijn het eigen vak, en heeft daar bovenop een aantal verbindende competenties. Hij kan goed communiceren, kan de expertise van anderen benutten en kan samen onderzoeken en ontwerpen.”
In een kindcentrum krijgt Passend onderwijs de vorm van passende ontwikkeling. Doornenbal: “De kinderopvang heeft van oudsher te maken met diversiteit. Ook daar komen kinderen binnen met enorme verschillen in achtergrond, temperament, aanleg en ontwikkeling. Pedagogisch medewerkers willen net als leerkrachten leren om daar goed bij aan te sluiten.”
 
Leidinggevende die verbindt
Om een kindcentrum goed te laten functioneren, moet de leidinggevende uit het juiste hout zijn gesneden. Doornenbal: “Zo iemand zorgt dat de medewerkers zich afzonderlijk en samen goed ontwikkelen en is omgevingssensitief. Je moet goed kunnen communiceren met je partners in de wijk en met de gemeente. Het is ook belangrijk dat de leidinggevende langere tijd op z’n post blijft.”
Schoolleider Van den Bosch vult aan: “Je moet van de gebaande paden kunnen afwijken; nieuwe oplossingen zoeken en niet naar dingen grijpen die in het verleden niet werkten. Je zorgt dat teamleden complementair aan elkaar worden en samen een goede omgeving kunnen neerzetten voor kinderen.”
Collega Van Valkengoed: “Als leidinggevende moet je de visie kunnen vertalen naar het hele systeem. Wij werken aan inclusie en willen bijvoorbeeld de zelfsturing van kinderen stimuleren. Dan moeten ook de medewerkers zelfsturend zijn, samen kunnen leren. De kinderen, medewerkers en unitteams hebben dus een ontwikkelplan. Onze interdisciplinaire unitteams zijn ook zoveel mogelijk zelfsturend, met eigen regelruimte en een eigen budget. Bij het dragen van deze verantwoordelijkheid hoort het afleggen van verantwoording aan anderen.”
 
Kwetsbaar proces
Het integreren van onderwijs, opvang en zorg is wel een kwetsbaar proces. Het is een systeeminnovatie, zegt Doornenbal. “Alle lagen in het ­systeem moeten op elkaar inspelen.
De subsidiegever, bestuurders, directie en uitvoerders zijn wieltjes die in elkaar grijpen. Als één zo’n wieltje uitvalt, krijg je een probleem.” Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de gemeente niet bereid is om haar geld voor jeugdzorg op deze manier te investeren. Of wanneer een nieuwe bestuurder van de kinderopvang de stekker eruit trekt omdat hij vindt dat deze werkwijze zijn organisatie te veel geld kost.
Het is dus belangrijk dat al die lagen zo goed mogelijk op elkaar ingesteld zijn. Dat zou ook moeten gelden voor het toezichtkader, zegt Van Valkengoed. “Het zou heel passend zijn als het ministerie van Onderwijs zou bewegen in de richting van een ministerie voor Kindzaken, met een specifiek toezichtkader waar de disciplines van kindcentra onder vallen.”
Wie weet komt het zo ver. Doornenbal: “Dit is een echte beweging en we staan nog maar aan het begin.” _
 
 
Proeftuin Laterna Magica
Bij Laterna Magica in Amsterdam heeft elk kind een coach, een portfolio en een ontwikkelplan waar alle disciplines bij zijn betrokken. Het ontwikkelplan wordt elke drie maanden vastgesteld door kind, coach en ouders. Schoolleider Annette van Valkengoed: “We zijn niet gericht op problemen, maar op het versterken van wat goed gaat. Als je samen met partners uit andere disciplines de ontwikkeling van het kind centraal stelt, kun je beslissingen nemen die je eigen vak overstijgen. Dat kan leiden tot heel andere plannen en interventies in het belang van de ontwikkeling van een kind.”
Laterna Magica werkt met achthonderd kinderen van 0 tot 12 jaar in acht units van honderd heterogeen gegroepeerde kinderen. In elke unit is een interdisciplinair team verantwoordelijk voor de totale ontwikkeling van het kind. Laterna Magica werkt aan de doorontwikkeling van het concept natuurlijk leren naar 18 jaar.
 
 
Proeftuin Het Talent 
Bij Het Talent in Lent volgt ieder kind zijn eigen leerroute. Het curriculum bestaat uit 24 speelleerstof leerlijnen, die lopen van de voorschoolse periode tot het eind van de basisschool. Er zijn verticale groepen. Kinderen werken zelfstandig en veel samen.
De peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf zitten onder hetzelfde dak. School, peuterspeelzaal en opvang werken vanuit dezelfde pedagogischer visie en hanteren dezelfde ‘beginkenmerkenlijsten’. Deze brengen de sociaal-emotionele, motorische en spelontwikkeling en de taal- en rekenontwikkeling in kaart. Ouders dragen hier ook aan bij. Schoolleider Carla van den Bosch: “Aan de hand daarvan kunnen wij vrij goed inschatten op welk niveau we een kind het aanbod geven.”
 

Gepubliceerd op: 16 maart 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders