Home » Artikelen » ‘In teamvergaderingen wordt niet eindeloos gedebatteerd’
Acht mannen op de loonlijst

‘In teamvergaderingen wordt niet eindeloos gedebatteerd’

Auteur: Richard Hassink

De laatste jaren loopt het aantal mannelijke leerkrachten in het primair onderwijs sterk terug. Meer dan duizend basisscholen hebben er zelfs niet één meer in dienst. Bij cbs De Wissel in Vlissingen staan er maar liefst acht op de loonlijst. “Dit geeft de school een bepaalde eigenheid.”

“Ondersteboven leest een beetje lastig, hè?” Met een gevatte opmerking corrigeert meester Wouter een van zijn leerlingen, terwijl hij met een deel van groep 3 een tekst hardop leest. Een andere leerling, een meisje dat treuzelt bij het uitzoeken van een leesboekje, krijgt te horen dat ze nu toch echt een keuze moet maken. Meester Wouter besteedt geen seconde te veel aan het brengen van de boodschap en gaat meteen door met de les. Dat hoeft ook niet, want beide kinderen gehoorzamen gedwee.

Een mannelijke leerkracht begint op Nederlandse basisscholen een zeldzaamheid te worden. Het Algemeen Dagblad meldde begin dit schooljaar dat er nu al 1.100 basisscholen zijn waar geen man meer voor de klas staat, tegen achthonderd scholen vijf jaar geleden. Op dit moment is landelijk slechts één op de negen leerkrachten van het mannelijk geslacht. Maar niet op cbs De Wissel in Vlissingen. Bij acht van de zeventien groepen staat daar een man voor de klas. “Ik had laatst een gesprek met ouders en een nieuwe leerling die wilde instromen in groep 3. Toen ik de ouders vertelde dat hun dochter een meester zou krijgen waren ze verbaasd”, zegt schooldirecteur Lizo Koppejan. “En de verwondering was nog groter toen ik schetste dat er een kans was dat ze haar hele basisschooltijd te maken zou hebben met meesters.”

No-nonsens
Koppejan, die vier jaar geleden directeur werd op De Wissel, kent ook de verhalen dat vooral jongens op de basisschool profiteren van rolmodellen en een gevarieerder aanbod van lesstof en didactiek. “Mijn voorganger heeft ervoor gezorgd dat man-vrouwverhouding redelijk goed in evenwicht was. Sindsdien houdt dat zichzelf in stand, omdat mannen het fijn vinden om in een team met ook mannen te werken.” De school heeft het beleid om voor elke vertrokken mannelijke leerkracht een seksegenoot aan te trekken. “Toch lukt dat niet altijd binnen de mobiliteitsregels van de scholenstichting. Zo is de laatste man die vertrok, opgevolgd door een vrouw.”

Houdt het hoge mannengehalte op De Wissel niet in dat andere scholen in de regio het nakijken hebben? Koppejan: “Ja, dat is inderdaad wel enigszins zo. Soms wordt onder de andere directeuren ook weleens geopperd om de mannen te verdelen over de scholen.” Hoewel Koppejan daar alle begrip voor heeft, gaat hij daar beslist niet aan meewerken. “Het hoge aandeel mannelijke leerkrachten geeft deze school een bepaalde eigenheid. Bovendien vinden de mannelijke collega’s het heel prettig om op een school te werken waar meer mannelijke leerkrachten voor de klas staan.”

Wouter Vermeule, die al elf jaar een van de twee groepen 3 draait op De Wissel, bevestigt dat. “Ik werk graag met mannen én met vrouwen. In die diversiteit ligt onze kracht en het verklaart ook waarom de sfeer hier op school zo goed is.” De schoolleider en de groep 3-leerkracht roemen beiden de no-nonsens instelling die er onderling heerst. Vermeule: “In teamvergaderingen wordt niet eindeloos gedebatteerd. Natuurlijk verschillen de opvattingen wel, maar als er een besluit wordt genomen, gaat iedereen er voor de volle 100 procent voor. Ik hoor weleens van collega’s op andere scholen dat over bepaalde zaken heel lang wordt doorgezeurd.” Volgens intern begeleidster Mathilde Wisman schuilt in die aanpak ook wel een gevaar. “Mannen zijn vaak wat ongeduldiger en hebben soms de neiging wat overhaast een beslissing nemen, terwijl vrouwen dan nog een extra stapje willen doen en iets anders willen proberen.”

Botte humor
Wat ook echt wezenlijk anders is, is de humor. Koppejan: “Ik weet nu niet beter meer, maar nieuwe stagiairs zie ik nog weleens schrikken als er ’s ochtends in de teamkamer een botte opmerking gemaakt wordt. Dan besef ik dat die humor best hard is.” Dat ervaart ib’er Mathilde Wisman ook zo, hoewel ze de botte humor wel kan waarderen. “Het werkt heel prettig met mannen omdat ze heel direct zijn. Je weet snel waar je aan toe bent. Bij vrouwen duurt dat vaak wat langer.” Als ib’er zit Wisman regelmatig achterin de klas te observeren. Aan de stijl van lesgeven ziet ze niet heel veel verschillen tussen mannen en vrouwen. “Misschien dat mannen eerder problemen met humor oplossen en dat ze wat vaker ravotten en sporten met de kinderen, maar ik ken ook vrouwelijke leerkrachten die dat doen.” Koppejan valt het op dat er in de klassen met meesters weleens gebulder te horen is. “Mannen stellen wat eerder grenzen en accepteren het niet als leerlingen daar overheen gaan. Toen ik hier begon, was ik daar wel van onder de indruk, maar al snel merkte ik dat de kinderen daar helemaal aan gewend waren.”

Zonde van de tijd
Alhoewel ze liever niet generaliseert, wil Wisman nog een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke leerkrachten benoemen. “Mannelijke collega’s zijn wat minder toegewijd als het gaat om groepsplannen maken of de administratie bijhouden. Die werkzaamheden dienen ook een doel, maar het nut ervan wordt door de mannelijke collega’s minder gezien. Daar ligt voor mij als in’er nog een taak.” Remon van Geersdaele, groep 8-leerkracht, herkent dat bij zichzelf. “Ik doe dit werk omdat ik kinderen iets wil leren, ik wil ze verder brengen. Daartoe bereid ik graag leuke lessen voor, maar die administratie die ik voor de vorm moet bijhouden hoeft van mij echt niet. Dat vind ik zo ontzettend zonde van mijn tijd.”

Ook praat Van Geersdaele in de pauzes liever niet al te veel over leerlingen en onderwijs. “Soms wel hoor, maar vaak wil ik liever even stoom afblazen door over andere dingen te praten. Zoals voetbal, ja. Op maandag hebben we het vaak over wat je in het weekend gedaan hebt of wat je op voetbalgebied gezien hebt.” Ook met leerlingen kletst hij regelmatig over voetbal. “Groot voordeel is dat leerlingen daarna veel makkelijker de wil op kunnen brengen om hard te werken.”

Weinig doorgroeimogelijkheden
Van Geersdaele studeert in zijn vrije tijd om zijn tweedegraadsbevoegdheid wiskunde te halen. “Ik wil op den duur de overstap naar het voortgezet onderwijs maken. Het basisonderwijs vind ik behoorlijk intensief. Ik heb kinderen in de klas die uitstromen naar het vmbo, maar ook leerlingen die tweetalig onderwijs gaan doen, en dan nog alle niveaus daartussen. Die heterogeniteit maakt het werk zwaar.” Maar ook het feit dat de beloning in het primair onderwijs aan de magere kant is en dat je weinig doorgroeimogelijkheden hebt, zijn voor hem redenen om zijn heil elders te zoeken. “Ik ambieer geen directiefunctie en dan houdt het al snel op. In het voortgezet onderwijs zijn meer mogelijkheden. Je kunt daar sowieso nog een niveau hoger door je eerstegraads bevoegdheid te halen.”

Koppejan vindt dat ook een groot probleem van het primair onderwijs. “Ja, je kunt van schaal LA naar LB, maar vaak scheelt dat maar een fractie. Ik zou graag zien dat er meer onderscheid komt, bijvoorbeeld in startende, vak­bekwame en ervaren leerkrachten, met daaraan gekoppeld ook een andere salarisschaal. Dat zou het vak voor mannen een stuk aantrekkelijker maken.”

Ook de pabo’s moeten zich nóg meer richten op mannen, vindt het viertal eensgezind. Vermeule: “Ik kan me herinneren dat ik de eerste twee jaar vooral zat te zingen, knutselen en tekenen. Dat zijn voor de meeste mannen nu niet de meest aantrekkelijke activiteiten. Ik hoor van stagiairs dat dat wel wat verbeterd is, maar daarin zou nog wel een slag gemaakt kunnen worden. Zorg voor meer verdieping en kennis.” Voor zichzelf zoekt Vermeule continu nieuwe input door veel vakliteratuur te lezen en nieuwe werkvormen en ideeën toe te passen. Zijn leerlingen profiteren daarvan, denkt hij. Maar of ze dat door hebben…? Als een van zijn leerlingen, de 6-jarige Bas, gevraagd wordt wat hij ervan vindt dat hij geen juf heeft maar een meester, zegt hij: “Meester Wouter is vooral heel lief.” 

 

Gepubliceerd op: 16 juni 2017

Verschenen in

Kader Primair 10 (2016-2017) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)