Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Inspiratie van buiten
Leidinggevenden uit andere sectoren helpen schoolleiders verder

Inspiratie van buiten

Auteur: Larissa Pans

Hoewel het op scholen vaak genoeg over leren gaat, geldt dat vooral voor leerlingen en hoe hun talenten het beste benut kunnen worden. Het is minder gebruikelijk dat schoolleiders het hebben over hun eigen lerend vermogen en kennis ‘van buiten’ halen: of dat nu het bedrijfsleven, de culturele wereld of de topsportomgeving is. Maar de blik naar en van buiten is goed voor de school
 
Ondernemend leiderschap tonen, buiten de poorten van de school te kijken: het onderwijs streeft er steeds meer naar. De Nationale Schoolleiders Top (NST) en de nieuwe AVS-leergang Ondernemend leiderschap zijn dan ook geënt op de gedachte dat inbreng van leidinggevenden uit andere sectoren schoolleiders verder helpt. Het is goed om verder te kijken dan de waan van de dag, te zien hoe er in andere sectoren leiding wordt gegeven en wat de onderwijssector daarvan kan overnemen. Schoolleider Anita Nijland van de Eerste Deventer Montessorischool Van Lith stelde een nieuw ritueel in na haar bezoek aan de NST van vorig jaar: als ze op een congres of lezing is, maakt ze altijd even contact met de bezoeker die naast haar zit. Ze praten wat, wisselen soms gegevens uit en vaak nodigt zij de aangesproken persoon uit om op haar school langs te komen. Of ze gaat langs bij de organisatie van haar net verworven contact. Nijland is enthousiast over ontmoetingen die zij geregeld heeft met mensen buiten de haar bekende wereld. Daarnaast gaat ze één keer per maand naar een andere school om te kijken hoe het onderwijs daar gegeven wordt, wat daar van belang wordt gevonden. Haar team gaat zeker één keer per jaar op bezoek bij een andere school.
 
Nijland typeert de NST als “een feestje, een met toegevoegde waarde. De workshops zetten me aan het denken. Wat ik ervan geleerd heb is dat bij ons op school vaak ergernissen of kritiek onderhuids speelden en niet uitgesproken werden. Door sprekers als Jacques van den Broek van Randstad, die vertelde over de bedrijfsmatige manier van kritiek leveren, ben ik er anders naar gaan kijken.
 
Kritiek moet je leren ontvangen, of het nu van een lastige ouder komt of vanuit je team. Doorvragen als er kritiek komt, iets zeggen als ‘wat is precies je zorg’ en er efficiënt mee omgaan.” De kracht van leren van elkaar, die boodschap heeft ze er vooral uitgehaald.
 
Boze buitenwereld
Dat is inderdaad het punt dat Jacques van den Broek, CEO bij Randstad, opvalt als hij kijkt naar het onderwijs. Hij vergelijkt scholen weleens met vestigingen van Randstad. “Ik bezoek veel van onze vestigingen. Ik hoef het niet te hebben over wat goed gaat, ik wil liever weten wat níet lekker loopt. Dat is voor mij interessant, want dat kunnen we aanpakken. Waar het in de onderwijssector soms aan ontbreekt, is een cultuur van open en positieve confrontatie. Goed bedoelde kritiek om mensen verder te helpen in plaats van het te laten doorsudderen.” ‘Frisse wind’-Van den Broek is, naast zijn topbaan bij Randstad, ook aanjager bij NL2025 en als gastspreker op de NST betrokken bij het onderwijs. Al eerder keek hij met zijn blik van buiten naar het onderwijs, toen zijn twee zonen nog klein waren. Acht jaar zat hij in de MR van de basisschool. “Ik heb veel tijd op die school doorgebracht, ik ken het basisonderwijs beter dan de gemiddelde Nederlander.”
 
Net als het onderwijs is Randstad een decentraal bedrijf, met wereldwijd 4.500 vestigingen. “Onze vestigingsmanager kun je vergelijken met een schoolleider. Je creëert toch ten dele je eigen team en sfeer op een school. Sommige scholen hebben het fantastisch voor elkaar, andere totaal niet en zij leggen vaak de oorzaak bij ‘de boze buitenwereld’. Terwijl veel zaken hetzelfde zijn en alle scholen te maken hebben met het ministerie, de inspectie, ouders, het bestuur.” Hoe een schoolleider daarmee omgaat heeft effect op het hele team. Van den Broek: “Je moet leraren in staat stellen te doen wat ze het leukst vinden: omgaan met leerlingen. De schoolleider dient zoveel mogelijk ‘ruis’ bij zijn team weg te houden.” En over inspiratie en leren van buiten gesproken: “De mate waarin je ouders kunt mobiliseren is cruciaal. Als je er slim gebruik van maakt, kun je op zoveel fronten hulp en advies krijgen van ouders. Toen het schoolplein van de school van mijn zonen heringericht moest worden, meldde zich een ouder die tuinarchitect was en die dacht mee over een nieuw ontwerp. Je weet pas wat voor ouders er rondlopen en wat hun kwaliteiten zijn, als je veel rondloopt op school, een praatje met ze maakt. Als ouders zich gedragen als klant van het onderwijs en alleen komen opdraven als er iets mis is, gebruikt de school een heel reservoir niet en ervaart vooral ‘last’ van ouders.”
 
Kunstgrasveld
Op de speelplaats bij de school van Ineke Dammers is sinds kort een mooi kunstgrasveld te vinden ter waarde van 25 duizend euro. Het is de Kentalis Prof. Huizingschool in Enschede, een school voor speciaal onderwijs. Het kunstgrasveld is het directe resultaat van haar bezoek vorig jaar aan de NST. Dat is er gekomen nadat schoolleider Dammers terugkwam van de dag, alles liet bezinken en dacht: er is veel meer mogelijk dan je denkt. Wat kan ik nog meer betekenen voor mijn doelgroep, de leerlingen? Ze vond dat ze meer haar nek moest uitsteken, buiten de gebaande paden moest kijken om haar doelen te verwezenlijken. “Mijn leerlingen komen uit de hele regio, zitten lang in busjes naar school, moeten daarna leren. Na en tijdens schooltijd wil ik ze een sportieve boost kunnen geven, dan moeten ze lekker kunnen bewegen. Voetballen ging niet goed op het harde tegelplein dat we hadden.” Een kunstgrasveld zou de oplossing zijn, maar daar was geen budget voor. Dammers ging langs bij lokale ondernemers, bij bedrijven die al ingehuurd werden door de school, zoals een schildersbedrijf. Ook bezocht ze andere bedrijven en organisaties zoals de Rotaryclub om te pleiten voor een bijdrage aan het kunstgrasveld. Ze deed zelfs mee aan een prijsvraag van de lokale Specsavers en won daar een geldbedrag. Dammers: “Ik vond het spannend, het vergt lef om harde euro’s te vragen en om allerlei bedrijven aan te spreken. Voor persoonlijk leiderschap is een bepaalde drive nodig en ik ben er trots op dat dit gelukt is.”
Het viel haar op dat de deelnemers aan de NST op dezelfde manier in de maatschappij staan. “We zijn allemaal bezig met het mooier achterlaten en verbeteren van de samenleving.” De sprekers zetten haar aan het denken, ook over de rol van het onderwijs in de toekomst. “We leiden op voor toekomstige beroepen. Onze leerlingen oefenen straks misschien wel een beroep uit dat we nu nog niet kennen. Dat is toch een zoekplaatje. Superboeiend om te filosoferen over wat er op ons af komt en hoe we onze leerlingen daar het beste op kunnen voorbereiden. Ik wil graag onderdeel uitmaken van die discussie.”
 
 
Lenen uit het bedrijfsleven
Schoolleider Judith van Wijngaarden van de Mariaschool in Rotterdam merkte in 2008 al dat er op haar school nog wel een kwaliteitsslag te maken viel. De cultuur van lesgeven, de visie, elkaar aanspreken op zaken die niet goed gaan, taken meer delegeren naar het team: vaak werd uitgesproken dat er iets moest veranderen, maar gebeurde het vervolgens niet. Ze kwam in aanraking met Stichting LeerKracht, en van daaruit met het bedrijfsleven. Van Wijngaarden besloot mee te kijken bij de Albert Heijn, waar de Elke Dag Beter-cultuur al langer doorgevoerd is (in het bedrijfsleven bekend als Lean). Het procesbord is daarbij cruciaal: een bord waarop de voortgang van een doel staat. Het geeft de rol van eenieder in het bedrijf aan bij de verbetering. Voor Van Wijngaarden en haar team een eyeopener. Op het procesbord dat tegenwoordig ook in de school staat, zie je doelen genoteerd als ‘betekenisvol onderwijs geven’, wat dat precies inhoudt en hoe het verwezenlijkt moet gaan worden. Daarnaast staan wat meer concrete subdoelen, die bereikt worden via acties. De winst: “We signaleren nu gezamenlijk als team dat er iets niet schort, bijvoorbeeld dat het niet goed gaat met het rekenonderwijs. Met behulp van het procesbord bekijken we wie wat kan doen. Mijn rol is daardoor meer coachend geworden. Ik kan weer nieuwsgiering zijn en ideeën genereren in plaats van steeds maar alles in mijn eentje te moeten aandragen.” Ook is de ‘praatcultuur’ in de school verdwenen, van ellenlange vergaderingen met evenzo lange notulen. Het team houdt bordsessies over een bepaalde onderwijskwestie, per sessie een kwartier. “Wil je meer de diepte in, dan plant het team zelf een teamsessie.” Een ander uitvloeisel van het invoeren van de Elke Dag Beter-cultuur is meer samenwerken: eens in de twee weken bereiden leerkrachten samen een les voor, bezoeken elkaar in de les en geven elkaar feedback. “Kijken bij elkaar is een grote wens. Als je het samen organiseert, blijkt er veel mogelijk en verdwijnen de belemmeringen. Al ga je maar tien minuten kijken. Het zit nu al veel meer in ons handelen verankerd om samen te werken en ik merk ook dat het aanspreken op elkaars functioneren meer gebeurt, al blijft het een aandachtspunt.”

Gepubliceerd op: 4 september 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)