Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Ik vind het juist goed dat goed dat hetero's de kar trekken'
Scheldwoord ‘homo’ doet wel zeer

‘Ik vind het juist goed dat goed dat hetero's de kar trekken'

Auteur: Susan de Boer

Een sociaal veilig klimaat is nodig om goed te kunnen leren. Dat geldt voor alle leerlingen. Maar het geldt nog meer voor leerlingen die door hun seksuele voorkeur of genderidentiteit afwijken van de groep.

Begin juli werd het COC, de Nederlandse belangenvereniging van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders, verrast door een donatie van 10 cent. Met als toelichting van de ouders van een jongen van 9 jaar: ‘Sorry voor het vreemde bedrag, maar dit is een ‘boete’ voor het gebruiken van het woord ‘homo’ als scheldwoord. Hij begrijpt ‘t overigens wel.’

‘Homo’ is het meest gebruikte scheldwoord op straat en op school. Niet alle kinderen hebben ouders die hen leren seksuele verschillen te accepteren en hen een boete opleggen bij schelden. De school heeft hierin een taak. De meeste recente ‘Monitor sociale veiligheid in en rond scholen’ (2012) laat een negatieve trend zien: leerlingen met lesbische, homoseksuele en biseksuele gevoelens kregen tussen 2006 en 2010 steeds meer te maken met geweld, roddels, grappen en uitsluiting. Om de aandacht voor dit onderwerp op scholen te bevorderen en de sociale veiligheid van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender leerlingen (LHBT’s) te verbeteren, zijn inmiddels de kerndoelen op het gebied van seksuele en genderdiversiteit aangepast. Samenhangend met de invoering van deze kerndoelen is in de afgelopen twee schooljaren op 132 scholen voor primair en voortgezet onderwijs de pilot ‘Sociale veiligheid LHBTjongeren op school’ uitgevoerd. De pilotscholen hebben met subsidie verschillende voorlichtings- en trainingsactiviteiten voor groepen 7 en 8 (primair onderwijs) en leerjaar 1 en 2 (voortgezet onderwijs) kunnen uitvoeren. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde in mei van dit jaar een evaluatie van deze pilot. Uit het rapport blijkt dat er geen standaardrecept voor effectieve interventies bestaat. “Er hangt veel af van hoe een leraar iets aanpakt”, zegt SCP-onderzoeker Freek Bucx. “Discussie in de klas werkt bijvoorbeeld goed, maar alleen als leerlingen kwetsbaar durven zijn. Dan is het belangrijk dat de discussieleider veiligheid en vertrouwen kan creëren.” Er zijn wel een paar ‘succesfactoren’ voor goed LHBT-beleid. Zo moet de school, i.c. de schoolleider, inzicht hebben in het klimaat op de school. “Er zijn scholen die ontkennen dat er een probleem is, omdat zich nooit incidenten voordoen. Maar natuurlijk zijn er wel LHBTleerlingen en dat die nooit problemen hebben, is moeilijk voorstelbaar.” Ook de visie van de school op sociale veiligheid en LHBT-beleid speelt een rol. “Soms moet een school in het algemeen eerst veiliger worden. In een onveilige sfeer is praten over homoseksualiteit echt een stap te ver.” Ten derde is het belangrijk om draagvlak te creëren op de school en bij de ouders. “Als je ouders meekrijgt voor een onderwerp voorkom je onrust. Het is belangrijk dat de school de ouders serieus neemt en ze echt de kans geeft er iets van te vinden.” Ten slotte adviseert Bucx om LHBTbeleid te verbinden aan algemeen beleid. “Veel scholen laten externen voorlichting geven. Dat is goed, een persoonlijk verhaal maakt veel indruk. Maar het moet niet een onderwerp van alleen buitenstaanders zijn. De leraren moeten het bespreekbaar blijven maken in de dagelijkse praktijk.”

Bespreekbaar
Veel leraren vinden het lastig om over seks en seksuele diversiteit te praten, dus zal de schoolleiding zich moeten inspannen om het onderwerp op de agenda te houden. “Zonder draagvlak bij de directie komt er meestal weinig van terecht”, zegt Anniek Verhagen, projectleider van Gay and School, dat als opdracht heeft de expertise die wordt ontwikkeld op het terrein van onderwijs en LHBT te ontsluiten. “Het is heel belangrijk dat leraren onderling praten over hun opvattingen over LHBT. Vaak is het een parallel proces: als de directeur of teamleider LHBT niet open bespreekbaar maakt, maakt het team het niet open bespreekbaar en is het in de klas niet open bespreekbaar. Met het spel ‘Gedragen gedrag’ bijvoorbeeld, kan het team aan de hand van stellingen bespreken wat acceptabel is op school. Als er iemand ‘homo’ roept, wat doe je dan?” Ook Verhagen is er voorstander van het thema LHBT te behandelen als onderdeel van de dagelijkse lespraktijk. “Je kunt LHBT onderbrengen in een project als burgerschap of seksuele diversiteit, of in een algemene les. Er is bijvoorbeeld een kwartetspel over verschillende gezinssituaties: kinderen die bij oma wonen, in verschillende culturen opgroeien, twee vaders hebben.” Beeldvorming is belangrijk, benadrukt Verhagen. “De beelden die jongeren te zien krijgen, moeten breder zijn dan de excessieve uitingen tijdens de Gay Pride. Hier kunnen we in het onderwijs alert op zijn.”

Gay Straight Alliance
Een effectieve manier om aandacht te krijgen voor LHBT-issues op vo-scholen is de Gay Straight Alliance. De GSA bestaat uit leerlingen die zich openlijk solidair verklaren met leerlingen en leraren die LHBT zijn. “Pas vanaf het vierde leerjaar ongeveer mag je anders zijn dan de groep, zoals alto of nerd of homoseksueel. Maar in de eerste en de tweede klas mag dat absoluut niet. Daar kijken de leerlingen voortdurend naar de normen in de groep en passen zich daaraan aan”, vertelt Jeannette Buijs. Ze is coördinator leerlingenbegeleiding op het Dominicus College in Nijmegen en begeleidt onder meer de activiteiten van de GSA-leerlingen. Het LHBT-beleid op het Dominicus College is schoolbreed. “In de mentorlessen is er specifiek aandacht voor omgaan met elkaar en omgaan met verschillen, ook met LHBT’s. We vieren Paarse Vrijdag en Coming Out Day, in de derde is er een voorstelling van Theater AanZ, in de vierde komt er een voorlichter van het COC. In de eerste klas wordt altijd eerst lacherig gedaan, maar als je vraagt wie een homoseksuele of lesbische meneer of mevrouw kent, dan blijken ze allemaal wel iemand te kennen, en dan wordt het normaal.” Buijs organiseert nu vijf jaar LHBT-activiteiten. Ze ziet een belangrijk effect bij het personeel. “Leerlingen gaan op een gegeven moment van school, maar docenten en ondersteunend personeel blijven en die praten nu gewoon over het onderwerp. Dat was in het begin nog niet zo.”

Van Laura naar Laurens
Op de meeste scholen die LHBT-beleid uitvoeren, blijven transgenders onderbelicht. Doordat op het Dominicus een transgenderleerling zit, krijgt hier de T ook aandacht. “Deze leerling dacht eerst dat het ging om lesbische gevoelens, maar weet inmiddels dat het anders in elkaar zit. Op Facebook veranderde hij zijn account van Laura naar Lau naar Laurens. Daar ging ik in mee, maar niet alle leraren en leerlingen doen dat. We hebben daarom voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd en we gaan in op zaken als manier van aanspreken, het gebruik van de meisjes- of de jongens-wc, omkleden bij gym.” De ‘roze’ leraren op het Dominicus hebben geen expliciete rol in het LHBT-beleid. “Ik vind het juist goed dat hetero’s de kar trekken”, zegt Buijs. “Tenslotte zijn zij het die buitensluiten.”

Basisonderwijs
Ook op de basisschool vinden we voorbeelden van een succesvolle uitvoering van LHBTbeleid. “Een veilig sociaal klimaat is een voorwaarde voor goed leren en daar schenken we veel aandacht aan”, vertelt Beatrix van Maanen, directeur van PC Basisschool Roomburg in Leiden. LHBT-onderwerpen komen aan de orde als onderdeel van het International Primary Curriculum (IPC), waarmee scholen creatieve en zaakvakken kunnen vormgeven. “Vorig jaar hebben we een studiedag gehouden over LHBT, samen met kenniscentrum voor onderwijs en seksuele diversiteit EduDivers. Met het thema ‘seksuele diversiteit’ van IPC willen we dit kerndoel goed invullen. We hebben het wel op maat gemaakt voor onze school.” Ook Roomburg heeft ervaring met een transgenderleerling. “Dat is al bekend vanaf de kleutergroep. De ouders willen niet dat er extra aandacht aan wordt besteed, dus dat doen we ook niet. De andere kinderen zijn aan deze leerling gewend.”

EduDivers organiseert – naast studiedagen – ook een lesmaterialenwedstrijd. Leraar Piet Karsten van de Jozefschool in Venhuizen is de prijswinnaar van 2014. Karsten besteedt iedere vrijdag een kwartier aan het beantwoorden van vragen van leerlingen. “Leerlingen mogen op briefjes vragen stellen over relaties en seks en ik beantwoord ze allemaal. Homoseksualiteit komt daarbij ook aan bod. Zelf ben ik getrouwd met een man. We werken op school voortdurend aan een goed pedagogisch klimaat en zorgen voor sociale veiligheid. De teamleden zijn daar ook bijna allemaal in getraind en de directeur staat vierkant achter me.” Het prijzengeld gaat Karsten deels besteden om de schoolbibliotheek aan te vullen met ‘roze’ jeugdliteratuur.

Handreiking
Expliciete aandacht voor LHTB’s in antipestprogramma’s zien alle bevraagden niet zitten, omdat seksuele voorkeur of genderidentiteit geen redenen zijn om te pesten. “Door LHTB’s in een adem te noemen met pesten breng je anderen alleen maar (meer) op ideeën.” In antwoord op Kamervragen over de positie van de LHBTleerling in antipestprogramma’s zei staatssecretaris Sander Dekker dat een programma niet in zijn totaliteit LHBTsensitief is. Hij heeft bewust gekozen voor een generieke aanpak tegen pesten die ‘sensitief’ moet zijn voor bepaalde kwetsbare groepen, zoals LHBT-leerlingen, maar ook voor jongeren met een beperking of een specifieke culturele of religieuze achtergrond. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker kondigt in een reactie op het rapport van het SCP extra maatregelen aan. Zo zal het expertisecentrum voor leerplanontwikkeling SLO een handreiking ontwikkelen met concrete voorbeelden per schoolsoort en leeftijdsgroep van de inhoudelijke uitwerking van het thema seksualiteit en seksuele diversiteit. De handreiking komt na de zomer uit. Ook komt er een leermiddelenscan om na te gaan of en hoe seksuele diversiteit in de meest gebruikte leermiddelen voorkomt en het kenniscentrum seksualiteit Rutgers WPF is gevraagd begin 2015 een conferentie voor leraren te organiseren over de invulling van dit thema. Ook zal de onderwijsinspectie vanaf volgend jaar expliciet letten op de kwaliteit van de voorlichting over seksuele diversiteit. 

Meer weten?
www.gayandschool.nl (met o.a. kwartetspel)
www.edudivers.nl en www.edudivers.nl/mijn-id/geenid-test
http://expreszo.nl/meldpunt (meldpunt voor slechte voorlichting over seksuele diversiteit)

Gepubliceerd op: 4 september 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)