Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » IKC: waar een wil is, is een weg
Verruiming wet- en regelgeving zou het makkelijker maken

IKC: waar een wil is, is een weg

Auteur: Astrid van de Weijenberg

De school van de toekomst is een vorm van een integraal kindcentrum, een IKC. Dat zegt twee derde van de schoolleiders in een peiling van de AVS. Over het hoe en waarom van een IKC, over wensen, kansen en barrières.

Een verheugende uitkomst, noemt Job van Velsen van het Landelijk Steunpunt Brede Scholen de uitkomst van de AVSpeiling. Want waar een wil is, is een weg, zegt de voorvechter voor innovatieve samenwerkingsvormen. Van Velsen: “Een IKC heeft één leiding, één team, één plan. Niet vierkante meters in een gebouw zijn het uitgangspunt, maar een visie.” De fase van visievorming wordt vaak overgeslagen bij de ontwikkeling van een IKC, merkt Van Velsen. “En dan blijkt achteraf dat het fundament niet stevig is. Er is niets om op terug te vallen.”

Werken vanuit een visie betekent volgens hem dat je eerst twee vragen beantwoordt. Waarom willen we een IKC? En met wie willen we een IKC? Alle mogelijk deelnemende partijen worden daarbij betrokken, en mensen uit alle lagen van die organisaties. Werken in een IKC heeft namelijk overal invloed op: van pedagogiek en didactiek tot financiën en P&O. Maak bij het formuleren van een visie gebruik van de aanwezige data, adviseert Van Velsen. Analyses van de wijk laten zien welke partijen mee kunnen doen. Ook wensen van ouders en toetsresultaten geven inzicht in wat op welke plek nodig is.

Toekomstbestendig Onderwijsbestuurder
Peter de Jong van Perspecto in Terneuzen bevindt zich middenin een dergelijke ontwikkeling. In Zeeuws-Vlaanderen zullen ongeveer twintig IKC’s komen. De Jong: “Dit is een krimpregio. Onze insteek is tweeledig. Aan de ene kant willen we onze voorzieningen – veel kleine scholen en kleine kinderopvanglocaties – toekomstbestendig maken. Uitgangspunt is dat er voldoende kinderen moeten zijn om over twaalf jaar nog te bestaan. De kinderen die nu geboren worden, moeten er hun hele schoolcarrière kunnen blijven. Aan de andere kant is er het kwalitatieve aspect. We willen de ontwikkeling van kinderen versterken en verbeteren door een verbinding te maken tussen alle kinderen van nul tot twaalf jaar. In plaats van denken in hokjes.” Zeeuws-Vlaanderen startte met de AVS-leergang ‘Directeur IKC’ voor schooldirecteuren en leidinggevenden in de kinderopvang. De drie rollen van een IKC-directeur – ondernemer, veranderaar en ontwikkelaar – staan daarbij centraal. De Jong: “Het unieke is dat deelnemers concreet aan de slag gaan met de vorming van een IKC en samen lerend optrekken.” Daar moeten besturen zich niet te veel mee bemoeien, vindt hij. “Aan de basis moeten ze uitvinden wat ze samen kunnen doen. Kunnen we wat doen aan de schooltijden? Kunnen we de blokken onderwijs en opvang/vrije tijd wat in elkaar schuiven, zodat we de tijd beter benutten? Kunnen pedagogisch medewerkers en leerkrachten samen scholing volgen? Wat nodig is en welke procesvolgorde wenselijk is, is afhankelijk van de lokale situatie.”

Segregatie
In Tilburg is het de gemeente geweest die een voortrekkersrol heeft gespeeld door pilots rondom de vorming van IKC’s op te zetten. Geert de Wit, bestuurder bij kinderopvangorganisatie Kinderstad, is groot voorstander van intensieve samenwerking tussen verschillende kindvoorzieningen. Hij is daarom ook nauw betrokken bij het landelijke initiatief Kindcentra 2020. Daarin zitten afgevaardigden uit het primair onderwijs en de kinderopvang, wethouders en Het Kinderopvangfonds. De Wit: “Er zit nu een onnatuurlijk knip tussen nul tot vier en vier tot twaalf jaar. Met andere arrangementen kunnen we de ontwikkeling van kinderen verbeteren. Door bijvoorbeeld binnen- en buitenschools leren meer op elkaar af te stemmen. Het stelt ouders ook beter in staat om zorg voor kinderen en werk te combineren. Het huidige stelsel werkt bovendien segregatie in de hand, een onderscheid tussen kinderen van werkende en niet-werkende ouders.” Ook zonder extra geld voor de pilots zou Kinderstad enthousiast zijn over IKC’s. Maar het steuntje in de rug van de gemeente Tilburg helpt. Het extra werk, het extra overleg kost geld. Dat heeft de kinderopvang in deze tijden van teruglopende vraag niet op de plank liggen. De Wit is ook kritisch. “Zelfs als je van goede wil bent, kun je geen optimaal systeem ontwikkelen. Je loopt tegen een woud van regelgeving aan. Onderwijs en kinderopvang blijven verschillende rechtspersonen die werken vanuit ieder een eigen werkgeversrol, met eigen cao’s, eigen aansturing en een ingewikkelde btw-regeling. Ik zou heel graag leerkrachten inzetten in de voorschoolse tijd of in de buitenschoolse opvang en andersom: pedagogisch medewerkers als klassenassistenten. Dat kan allemaal, maar is wel houtje-touwtjewerk. Daarbij komt dat maar 20 procent van de kinderen naar de bso gaat en ook het aantal kinderen in de dagopvang terugloopt. Hoe kun je dan goede arrangementen aanbieden? Het hangt nog te veel af van bevlogen locatieleiders in onderwijs en kinderopvang. Het is nog onvoldoende verankerd in wet- en regelgeving en dus niet duurzaam.”

Een barrière minder
Het initiatief Kindcentra 2020 pleit daarom voor ontwikkelrecht voor alle kinderen. Alle kinderen moeten een vast aantal dagdelen naar een voorschoolse voorziening kunnen. Werkende ouders kopen waar nodig dagdelen bij. Wethouder René Peeters van Almere, ook lid van de projectgroep Kindcentra 2020, vindt het van groot belang dat alle kinderen naar een vorm van IKC komen. Peeters: “Ik ben ook wethouder Zorg en een IKC is een mooie vindplaats. Hier kunnen we in de gaten houden hoe het gaat met de kinderen in hun gezinnen. Ik pleit ook voor bijvoorbeeld een jeugdverpleegkundige in een IKC. Zit je aan de wortel, dan voorkom je zwaardere zorg later. Het toevoegen van een orthopedagoog aan een team bijvoorbeeld, zoals dat bij ons op tientallen scholen is gebeurd, heeft de doorverwijzing naar het speciaal basisonderwijs aanzienlijk verminderd.” In Almere heeft de kinderopvang het peuterspeelzaalwerk overgenomen. “Dat is al weer een barrière minder”, zegt Peeters. Almere garandeert de toegankelijkheid, ook in tijden van zwalkend overheidsbeleid, zoals de wethouder het formuleert. De gemeente betaalt de peuterspeelzaal vanaf twee jaar voor kinderen die geen kinderopvangtoeslag krijgen of voor wie er geen geld uit achterstandsmiddelen is. Peeters: “Wij willen als gemeente uitstralen dat we dit belangrijk vinden. Daarom faciliteren we gebouwen voor IKC’s en investeren in dagarrangementen. Dat is onze rol als gemeentebestuur: uitleggen dat we het belangrijk vinden, zorgen voor continuïteit van beleid en voor geld. Geld helpt.”

Respect
Schooldirecteur Anja Hulshoff van De Bodde, een school voor zeer moeilijk lerende kinderen van vier tot twintig jaar, vindt een gedeelde pedagogische visie een groot voordeel van een IKC. De Bodde doet mee aan de pilots in Tilburg, die lopen tot april 2016. Hulshoff: “Zeker voor onze leerlingen is het niet handig als de pedagogisch ideeën tussen school en opvang na school erg verschillen. Daarnaast is het een grote wens van ouders dat de mensen die met hun kind werken ook intensief samenwerken.” De Bodde is aan het experimenteren met een blogboek waarin ouders de professionals uitnodigen om te laten zien waaraan zij met hun kind werken. Er moet straks één loket komen voor aanmelding. Maar ook ziekmelding moet maar één keer, net als oudergesprekken. En dan met iedereen aan tafel. “Dat is minder makkelijk dan het lijkt”, zegt Hulfshoff. “Want dat kunnen voor ouders ook weer te veel mensen zijn.”
Belangrijk voor een goede samenwerking is respect voor elkaars werk, aldus Hulshoff. “De mensen die onze kinderen na school begeleiden, hebben hun eigen expertise. Ze zijn meer dan een vrijetijdsclubje. Daar kunnen wij wat van leren en zij van ons.” Samenwerking moet plaatsvinden vanuit gelijkwaardigheid, vindt ook Job van Velsen.

Flexibel
“Dat de regie bij het onderwijs ligt, vind ik het meest logisch, omdat alle kinderen naar school moeten. Daar is de meeste continuïteit. Maar andere partijen, zoals de kinderopvang, zijn niet minderwaardig. Dat is de uitdaging voor de leider van een IKC: de verbinding tot stand brengen en elkaars kwaliteiten benutten en versterken. Daarvoor heb je eerst een relatie nodig. Je moet elkaars cultuur leren kennen. Begrip voor elkaar hebben. Dan pas komt samenwerking tot stand.” Schoolleiders vinden zelf dat het leiderschap van een IKC vraagt om flexibiliteit en specifieke capaciteiten voor de aansturing en verantwoordelijkheden, blijk uit de peiling van de AVS.
Van Velsen heeft in het land te veel mooie voorbeelden gezien om sceptisch te zijn over IKC’s. “Natuurlijk is het niet handig dat je een pedagogisch medewerker twee contracten aan moet bieden als deze in de voorschool en als klassenassistent wil werken. Een meer hedendaagse cao en verruiming van wet- en regelgeving zou het makkelijker maken. Maar: twee brinnummers onder één leiding kan ook nu al. Ook voor het btw-probleem bij de uitwisseling van personeel tussen onderwijs en kinderopvang is een oplossing te vinden. Het is een kwestie van willen. Je kunt morgen echt beginnen.”

Scholing leidinggeven aan IKC
De AVS verzorgt trainingen, een leergang en advies op maat met betrekking tot de toekomst van en leidinggeven aan brede scholen en IKC’s, zie Leergang Directeur Integraal KindCentrum (IKC)

 
Gepubliceerd op: 4 maart 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)