Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Hoe regelen we dat ?
Iedereen wil goede aan sluiting po-vo

Hoe regelen we dat ?

Auteur: Marijke Nijboer

Door het later afnemen van de eindtoets is het schooladvies van de basisschool leidend geworden. Dat lijkt logisch, want de basisschool kent het kind na acht jaar door en door. Toch verloopt de overgang van po naar vo verre van gladjes. Dat blijkt ook uit drie recente peilingen van de Algemene Vereniging Schoolleiders. Twee schoolleiders, Paul Rosenmöller (voorzitter VO-raad) en AVS-voorzitter Petra van Haren aan het woord over de knelpunten en mogelijke oplossingen.
 
Primair én voortgezet onderwijs klagen over hoe de onlangs aangepaste wetgeving uitpakt. Zelfs de OESO bemoeit zich ermee: die vindt dat Nederland de eindtoets weer doorslaggevend moet maken. Leerkrachten zouden zich onbewust te veel laten leiden door de eisen van ouders, en niet weten of hun leerlingen beter of slechter presteren dan het landelijk gemiddelde. Uit onderzoek van zowel de OESO als de onderwijsinspectie bleek bovendien dat kinderen van laagopgeleide ouders lagere schooladviezen krijgen dan klasgenoten uit betere milieus. Een geschrokken minister Bussemaker bedacht snel dat de eindtoets weer zwaarder moet gaan wegen dan het advies van de basisschool. ‘Paniekvoetbal’, vinden veel basisscholen.
Judith Sliedregt, directeur van de Adalbert basisschool in Mook, is juist heel blij met de nieuwe wetgeving. “Mede omdat ik zie dat veel vo-scholen alleen naar de eindtoets kijken. Ze vergeten dat wij de kinderen acht jaar in huis hebben gehad en het totaalplaatje kennen. Wij kijken niet alleen naar de scores, maar ook naar houding, gedrag, vaardigheden, thuissituatie.” Basisscholen zijn volgens haar prima in staat om een goed advies te geven. “Daarvoor is een protocol opgesteld waarvan we de stappen zorgvuldig doorlopen. Daarmee, en met onze kennis van het kind, kunnen wij een gedegen advies geven.”
 
Kwaliteit schooladvies
Net als deze schoolleider zijn de PO-Raad, VO-raad en AVS nog steeds voorstander van een schooladvies dat leidend is. De AVS denkt niet dat het weer in ere herstellen van de eindtoets als selectie-instrument de leerlingen betere en meer objectieve kansen geeft. Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, denkt wel dat de kwaliteit van de advisering nog verder kan verbeteren. “We hebben op goede gronden afgesproken dat het schooladvies leidend zou zijn. Maar leerkrachten zouden zich kunnen bezinnen op de manier waarop ze de thuissituatie laten meewegen. En ze zouden zich nog beter op de hoogte kunnen stellen van de verschillen tussen met name de vmbo-leerwegen. Wij zien echter geen aanleiding om het systeem weer op z’n kop te zetten.”
AVS-voorzitter Petra van Haren: “De schooldirecteur is eindverantwoordelijk voor het schooladvies en de manier waarop dit tot stand komt. Per school wordt daar verschillend mee omgegaan. Dat doet recht aan de autonomie van de school. De professionals in het po zetten nadrukkelijk de belangen van leerlingen voorop. De verwijzing dient in het teken te staan van maximale kansen voor ieder kind. Scholen moeten altijd kijken of het nog beter kan. Maar daarmee zeg ik niet dat het nu niet goed gaat. Ik zou willen waken voor generieke processen en generieke adviezen.”
 
Moment eindtoetsafname
Er moeten meer knelpunten worden opgelost. Neem het moment van de eindtoetsafname. “Door de verschuiving van februari naar april krijgen we de resultaten laat terug”, rapporteert een schoolleider po in een AVS-peiling. “Vóór 1 juni moet de verwijzing naar het vo gedaan zijn. Er is amper ruimte voor contact met de ouders en het invullen van alle documenten.” Een ander: “Wij hebben het afnemen van de eindtoets en het herzien van de adviezen als zeer onnatuurlijk ervaren, vanwege het feit dat het door de eerder vastgestelde plaatsing op de vo-scholen voelt alsof alles al afgerond was.”
De VO-raad is echter niet voor het terugbrengen van de eindtoets naar februari. “Want dan komt weer de vraag wat we daarna nog doen met de kinderen in groep 8”, zegt Rosenmöller. “Een of twee weken eerder zou wel prettig zijn. Het moet gebeuren voor de meivakantie.”
De AVS en andere partijen deden hiervoor een succes­volle aanvraag bij OCW. De (papieren) afname vindt in 2017 en 2018 plaats voor de meivakantie. De afname­periode is een evaluatie­onderdeel van de Wet Eindtoetsing PO.
 
Enkel- of meervoudig advies
Een kind voor wie de bestemming nog niet helemaal duidelijk is, heeft baat bij een meervoudig schooladvies. Zo kan nog een jaartje worden aangezien hoe het zich ontwikkelt. Daar is vaak echter geen ruimte voor. In 54 procent van de gevallen wordt er vanuit de eis van het vo uitsluitend enkelvoudig geadviseerd, blijkt uit een AVS-peiling. Uit onderzoek door OCW blijkt dat ruim de helft van de vo-scholen te maken heeft met een plaatsingswijzer, en in meer dan de helft hiervan is afgesproken om alleen enkelvoudig te adviseren. Staatssecretaris Dekker is hier tegen, en inmiddels heeft de Tweede Kamer de regering opgedragen om het verplicht stellen van een enkelvoudig advies in een plaatsingswijzer te verbieden.
Ook de VO-raad wil af van plaatsingswijzers die enkelvoudige adviezen vereisen. Steeds meer vo-scholen raken ervan op de hoogte dat hun onderbouwrendement niet langer naar beneden wordt bijgesteld wanneer een kind uiteindelijk terechtkomt op het laagste van zijn twee geadviseerde schoolniveaus. Rosenmöller voorspelt dan ook dat steeds meer vo-scholen hun reserves tegen meervoudige adviezen zullen laten varen.
Natuurlijk zijn er ook nu al vo-scholen die leerlingen met een dubbel schooladvies verwelkomen. Calvijn Juliana in Rotterdam bijvoorbeeld, een school voor vmbo gemengd en theoretisch, laat regelmatig leerlingen toe met een advies voor kader-gemengd. “De cijfers tellen mee, maar komen niet op de eerste plaats. Wij gaan voor de wat zwakkere leerlingen in onze wijk”, zegt onderwijsteamleider Jaap Diepenhorst.
 
Advies bijstellen
 Scoort een leerling boven verwachting op de eindtoets, dan mag het schooladvies naar boven worden bijgesteld. Van de schoolleiders in het po meldt 65 procent die hiermee te maken heeft dat ook te doen, meestal voor meerdere leerlingen en vaak op verzoek van de ouders. Het lijkt er dus op dat de inspectie te somber is. Zij stelt in haar Onderwijsverslag 2014/2015 dat slechts 15 procent van de leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, een hoger advies kreeg. Minister Bussemaker wil daarom een wetswijziging: bij kinderen die hoger scoorden dan hun oorspronkelijke schooladvies, moet het advies verplicht naar boven worden bijgesteld. Nu is alleen de heroverweging verplicht.
OCW is misschien ook onnodig somber. Niet alleen stelt 65 procent van de basisscholen bij een beter gemaakte eindtoets het advies naar boven bij; het bijgestelde advies wordt vaak ook probleemloos overgenomen door de vo-school. Van de 525 schoolleiders melden er maar 28 (5 procent) dat de vo-school hier niet zonder slag of stoot in meegaat.
Zo’n 16 procent van de basisschooldirecteuren zegt ook niet altijd mee te gaan in verzoeken van ouders om bijstelling van het schooladvies. “We vinden de uitslag van de eindtoets niet in overeenstemming met hetgeen de betreffende leerling in de klas laat zien. Ook gerelateerd aan werkhouding en sociaal emotionele ontwikkeling van de leerling”, verklaart iemand. De basisschool gaat doorgaans niet over één nacht ijs: “We hebben opnieuw gekeken naar alle resultaten van de afgelopen jaren en deze vergeleken met de deelresultaten van de verschillende getoetste deelvaardigheden bij taal en rekenen. Uiteindelijk hebben we ons, in overleg en met onderbouwing, gehouden aan het basisschooladvies.”
 
‘Extra brugklas geopend’
Basisscholen zijn veel tijd kwijt aan de communicatie met ouders en vo-scholen over de bijstelling van het schooladvies en de herziene verwijzing. En dat moet ook allemaal nog snel, gezien de plaatsingsproblemen op het vo. Maar het hardst knelt de praktische uitvoering van die plaatsingen. Het blijkt voor veel vo-scholen lastig om plekken vrij te houden voor leerlingen die na een bijgesteld advies worden aangemeld. “Het vo heeft de klassenindeling al rond voor de uitslag van de eindtoets”, schrijft iemand. De AVS en veel andere partijen zien een forse uitbreiding van het aantal ‘dakpanbrugklassen’ (met heterogene onderwijsniveaus, red.) als een oplossing voor dit probleem. Rosenmöller is het daarmee eens.
Krijg je als basisschool je leerlingen niet geplaatst? Soms helpt enige druk. Een basisschooldirecteur in een AVS-peiling: “Onze kernprocedure kent drie rondes.
De havo was na de eerste ronde al vol bij de verschillende vo-scholen. Na veel protest van verschillende po-scholen en een extra bestuurlijk overleg is er gelukkig een extra brugklas geopend.”
 
Vo wil extra informatie
Ruim de helft van de basisscholen (53 procent) wordt vóór de inschrijving gevraagd om extra informatie te leveren aan het vo. In 37 procent van de gevallen gebeurt dat op een verplichtende manier vanuit de vo-school. Vaak vloeit zo’n verzoek voort uit de plaatsingswijzer (48 procent). Dit is in strijd met de regelgeving dat het schooladvies leidend is. AVS-voorzitter Petra van Haren is geschokt over deze cijfers: “Vo-scholen mogen wel aanvullende informatie vragen, maar niet om deze te gebruiken als second opinion op het gegeven schooladvies.” Een onlangs in de Tweede Kamer aangenomen motie van D66 verbiedt vo‑scholen om toetsgegevens van het basisonderwijs op te vragen.
De Adalbert basisschool wordt soms gevraagd om een hele lijst aan extra documenten te overleggen over leerlingen. Directeur Sliedregt vindt dat onterecht en onnodig. “Vo-scholen moeten erop vertrouwen dat po-collega’s hun advies goed samenstellen. Als ze vragen hebben, moeten ze het gesprek aangaan.” Rosenmöller: “Scholen moeten nog wennen aan de nieuwe wetgeving. En ze willen zekerheid dat het kind op de goede plek terechtkomt. Scholen mogen geen extra informatie opvragen voor de plaatsing, maar ik vind dat dit wel kan als het gaat om de vraag welke extra ondersteuning een leerling nodig heeft.”
 
Warme overdracht
Van de door de AVS geënquêteerde schoolleiders meldt 79 procent dat alle inschrijvingen zijn gerealiseerd op de vo-school van keuze. Bij 21 procent, toch een aanzienlijk deel, is dat niet gelukt. Van de basisschooldirecteuren kent 23 procent ouders die hierbij tegen problemen aan liepen. Hoe regelen we de overgang po-vo beter? Het (nog) verder professionaliseren van schoolleiders en leraren en een nauwere verbinding tussen po en vo in een gezamenlijke lijn voor funderend onderwijs kunnen hieraan bijdragen, aldus Van Haren.
“Ga voor een warme overdracht, dan kun je kijken of je begrip hebt voor elkaars standpunten”, zegt schoolleider Sliedregt. Daar is Rosenmöller het mee eens. “Het goede gesprek tussen po en vo, dat is waar het om gaat. Uiteindelijk willen we hetzelfde: zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.” 

Gepubliceerd op: 2 september 2016

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)