Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Hoe langer we bezig zijn, hoe meer puzzelstukjes op hun plek vallen’

‘Hoe langer we bezig zijn, hoe meer puzzelstukjes op hun plek vallen’

Auteur: Irene Hemels

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs neemt weer toe. Ook in het speciaal basisonderwijs is het leerlingenaantal gestegen, blijkt uit de Staat van het Onderwijs, het onderwijsverslag van de inspectie over schooljaar 2016/2017. “Passend onderwijs: doel ondersteund, uitvoering weerbarstig”, is erin te lezen. Het veld denkt daar genuanceerder over.

Volgens de onderwijsinspectie vindt 30 tot 40 procent van de leraren in het reguliere onderwijs de uitvoering van Passend onderwijs problematisch door tijdgebrek en het grote aantal leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. “Heel chargerend zal dat wel kloppen”, zegt Baukje van den Berg, directeur van basisschool Klaver Fjouwer. “Maar het hangt nogal af van de situatie. Als je drie verschillende leerjaren in een groep hebt en daarnaast ook verschillende zorgleerlingen, is het een hele kluif om elke kind steeds de aandacht te geven die het nodig heeft. Bij ons lukt dat niet altijd. Wij schakelen onderwijsassistenten in bij zorgen rond leerlingen die niet onder het basisarrangement vallen. Zij zijn een vertrouwd figuur voor leerlingen die het hard nodig hebben en ondersteunen tegelijk leerkracht en leerling. Dat werkt goed. Anderzijds hoort het bij het onderwijsvak dat je als leraar voortdurend denkt: heb ik wel iedere leerling in het oog?”

Verwachtingen

De inspectie concludeert verder dat onduidelijke verwachtingen over de basisondersteuning en beperkt zicht op de inzet van ondersteuningsmiddelen kunnen leiden tot een gevoel van overvraagd worden en de overtuiging dat scholen te weinig middelen krijgen. “Hierin kunnen we nog wel een stap zetten”, erkent Van den Berg, naast directeur ook kwaliteitszorgmedewerker bij Stichting Palludara, waar basisschool Klaver Fjouwer onder valt. “Hoe langer we bezig zijn met Passend onderwijs, hoe meer puzzelstukjes op hun plek vallen. Intern begeleider, schoolleider en -bestuur samen kunnen soms nóg beter doorploegen over wat wordt verstaan onder zaken als basisondersteuning en extra ondersteuning. Ook het invullen van het schoolondersteuningsprofiel kan met meer precisie. Dat zal zich uiteindelijk vertalen naar leraren die beter weten waar ze aan toe zijn.”

Volgens Joop Fortuin, CvB-voorzitter van Stichting Palludara, is het begrijpelijk dat leraren weinig zicht hebben op hoe het precies zit met de ondersteuningsmiddelen. “Maar het gevoel overvraagd te worden heeft veel meer te maken met de toenemende complexiteit van vragen waar leerkrachten en ib’ers dagelijks mee te maken hebben.” Bij Palludara is sinds de invoering van Passend onderwijs de uitstroom naar het speciaal (basis)onderwijs gehalveerd. Fortuin: “Wij hebben veel geïnvesteerd in competenties van leerkrachten. Van de reflex ‘we kunnen het niet meer, we gaan dit kind verwijzen’ is de grondhouding van onze leraren nu: wat zijn de onderwijsbehoeften van deze leerling en hoe kunnen we daaraan tegemoet komen?”

Toenemende frustratie

Berg en Bosch Onderwijs, een (v)so-school gericht op leerlingen met een vorm van autisme, volgt wel het landelijk beeld dat zich aftekent. Na een lichte daling neemt het aantal leerlingenaantal nu weer toe. Rob Damwijk, directeur/bestuurder: “Wij krijgen vooral zij-instromers binnen. Kleuters krijgen we nauwelijks meer. Kinderen komen bij ons later binnen en hebben dan zwaardere problemen ontwikkeld. Deels kost het socialisatie- en gewenningsproces tijd, maar ook worden problemen vaak onvoldoende onderkend in het reguliere onderwijs, waardoor de frustratie bij de leerling toeneemt.”

Damwijk herkent het beeld van de inspectie in de Staat van het Onderwijs dat kinderen die eenmaal zijn ingeschreven in het (voortgezet) speciaal onderwijs niet makkelijk terugkeren in het reguliere onderwijs. “Ouders zijn blij dat hun kind bij ons met plezier naar school gaat, zij staan niet te springen het terug te laten keren. Aan de andere kant is terugkeer ook lastig door het gebrek aan tijd en geld voor goede begeleiding in het reguliere onderwijs.”

Communicerende vaten

De omvang en ontwikkeling van het (voortgezet) speciaal onderwijs verschilt per regio. Gemiddeld hebben samenwerkingsverbanden primair onderwijs anderhalf procent van hun leerlingen in het speciaal onderwijs (exclusief cluster 1 en 2). Samenwerkingsverband De Eem behoort naar eigen zeggen tot de helft waarbij het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs is gedaald. Directeur Brigitta Gadella: “Wij zien juist een lichte toename van het aantal kinderen dat naar het sbo gaat en een daling van leerlingen die naar het so gaan. Dat zijn communicerende vaten. Zie je een stijging in het so dan zul je een daling in het sbo zien, en andersom. Bij ons is de problematiek binnen het sbo zwaarder geworden; daar worden meer kinderen met so-problematiek geholpen. Het sbo houdt dus wat van de so-populatie binnen, dat zijn leerlingen die voorheen naar het speciaal onderwijs zouden zijn gegaan.”

Net als bij de meeste samenwerkingsverbanden heeft ook De Eem geïnvesteerd in de ontwikkeling van kwaliteitszorgsystemen. Gadella: “Het schoolondersteuningsprofiel geeft zicht op de kwaliteit die er is op school. Daarnaast maken we voor iedere school en elk schoolbestuur inzichtelijk welke arrangementen en middelen worden gebruikt en hoe zich dat verhoudt tot andere scholen binnen de stichting. Het beeld dat scholen niet weten welke ondersteuningsmiddelen er zijn of dat de uitvoering van Passend onderwijs problematisch is, herken ik helemaal niet. Ik ken natuurlijk niet alle 3.500 leraren in onze regio, maar het kan ook met beeldvorming te maken hebben.”

Eerder aan de bel trekken

Ondanks alle verbeteringen – zoals vroegsignalering en betere afstemming -, sinds de invoering van Passend onderwijs zou Gadella willen dat scholen tijdiger het samenwerkingsverband raadplegen om eerder interventies te kunnen doen en preventiever betrokken te worden binnen scholen. “Te vaak trekken scholen pas aan de bel als het niet meer gaat. We laten nooit een kind tussen wal en schip vallen, dus dan geef je een toelaatbaarheidsverklaring af. Als soms eerder anders was gehandeld, had het ook anders kunnen lopen.”

Schoolleider Van den Berg van basisschool Klaver Fjouwer (Stichting Palludara): “Vroegtijdig signaleren is belangrijk. Daarin hebben wij grote stappen gezet. Wanneer leerkrachten problemen signaleren delen ze dit met de ib’er, waarna een aantal gesprekken gevoerd wordt en afspraken in overleg met de ouders worden gemaakt. Eventueel komt onze ambulant begeleider en/of orthopedagoog of een andere extern deskundige in beeld en volgen relevante interventies. Er wordt een heel proces doorlopen, waarbij het voor ons zoeken is naar het juiste moment waarop we het samenwerkingsverband inschakelen. Ik denk dat het samenwerkingsverband er ook niet op zit te wachten dat we van elke zorgleerling een melding maken.”

 

Meer informatie: www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/staat-van-het-onderwijs en www.passendonderwijsis.nl

Downloads en links
Gepubliceerd op: 19 mei 2018

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)