Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Het kan zo niet langer’
Leerkrachten op de barricaden vo or meer salaris en minder werkdruk

‘Het kan zo niet langer’

Auteur: Richard Hassink

Harde actie in het primair onderwijs. Op 5 oktober leggen tienduizenden leerkrachten het werk neer. De motor achter deze staking is actiegroep PO in Actie, die in februari dit jaar op Facebook begon en inmiddels een beweging is met veel invloed. Met de ondersteuning van de onderwijsvakbonden, waaronder de AVS, en de PO-Raad groeide de beweging uit tot het PO-front. Initiators Thijs Roovers en Jan van de Ven leggen uit waarom de maat vol is en 270 miljoen niet genoeg is.
 
Pauw, Jinek, EenVandaag, RTL Late Night, de Volkskrant, Algemeen Dagblad… Het is maar een greep uit de vele talkshows, actualiteitenprogramma’s en landelijke dagbladen die zich het afgelopen half jaar meldden bij leerkrachten Thijs Roovers (38) en Jan van de Ven (35). Dat deden ze niet zozeer omdat ze naar eigen zeggen het mooiste beroep ter wereld hebben, maar omdat ze het gezicht zijn van PO in Actie. Deze actiegroep strijdt voor meer salaris en minder werkdruk voor leerkrachten in het primair onderwijs. In korte tijd schaarden zich vijf vakbonden (waaronder de AVS), werkgeversorganisatie PO-Raad en – het allerbelangrijkste – ruim 43.000 leerkrachten achter de eisen van PO in Actie. En zo was het PO-front, een uniek samenwerkingsverband, geboren. Na de eerste actiedag op 27 juni met een prikactie en een manifestatie op het Malieveld in Den Haag, is het nu tijd voor de volgende stap. Voor donderdag 5 oktober staat een staking gepland (zie ook kader ‘AVS steunt staking leraren’ voor het standpunt van de AVS om de leraren te steunen maar schoolleiders niet op te roepen tot staken).
 
Naar de Filistijnen
“De beroepsgroep is er klaar mee, het kan zo niet langer”, zegt Roovers. “Wij leerkrachten zijn geen mensen die snel de barricaden op gaan, maar we zien dat het primair onderwijs naar de Filistijnen gaat en dat de kinderen daar uiteindelijk de dupe van worden.” Roovers legt uit dat er steeds meer leerkrachten omvallen door de hoge werkdruk, dat te weinig jongeren kiezen voor de pabo en dat de status van het beroep tanende is, onder andere door een achterblijvende beloning. Daarom wil het PO-front dat ‘Den Haag’ over de brug komt met 900 miljoen euro voor meer salaris en 500 miljoen voor verlaging van de werkdruk. Beide eisen zijn even belangrijk, benadrukken de twee woordvoerders, maar ze beamen dat PO in Actie is ontstaan uit onvrede over het verschil in salaris tussen primair en voortgezet onderwijs, dat in sommige gevallen oploopt tot 20 procent. Van de Ven: “Thijs en ik hebben daarover afzonderlijk van elkaar opiniestukken in dagbladen geschreven, hij eind 2016, ik begin 2017. Via Twitter kwamen we in contact met elkaar en iets later werden we door Paul de Brouwer, een leerkracht uit Arnhem, benaderd of we ons wilden aansluiten bij de Facebookpagina die hij even daarvoor had opgericht met een aantal collega’s.” De community PO in Actie kende een vliegende start, na tien dagen stond de teller al op 15.000 volgers. “Ik denk dat de meeste leerkrachten wel wisten dat er salarisverschillen zijn tussen po en vo, maar niet dat er sprake is van een kloof. En eigenlijk is het ook heel vreemd, omdat we een gelijkwaardige opleiding hebben genoten, een gelijkwaardige titel hebben en een gelijkwaardige verantwoordelijkheid dragen.”

Roovers benadrukt dat een beter salaris niet alleen maar goed is voor de leerkrachten zelf, maar voor de hele sector. “Als we nu niets doen, hebben we in 2025 een tekort van 15.000 leerkrachten. We moeten het vak aantrekkelijker maken en dat kan met een eerlijker salaris.”

Van de Ven en Roovers vinden dat de onderwijsvakbonden en de PO-Raad de afgelopen jaren te weinig oog hebben gehad voor de beloning in het primair onderwijs (zie voetnoot voor een reactie van de AVS). Van de Ven: “Tien jaar geleden zijn de functiewaarderingsprofielen opgesteld en die zijn sindsdien niet meer opgewaardeerd, terwijl er genoeg aanleiding voor was.” Roovers vult aan. “In die tijd is er heel veel veranderd: Passend onderwijs, 21st century skills, obesitas tegengaan... Dat vraagt heel veel van leerkrachten, terwijl er niets tegenover staat.” Ook de functiemix is het tweetal een doorn in het oog. “Er is destijds afgesproken dat 40 procent van de po-leerkrachten op dit moment in de LB-schaal zou zitten”, zegt Van de Ven.
“De realiteit is dat slechts een kwart van de leerkrachten in de LB-schaal zit en driekwart in de LA-schaal. Er zijn geen harde afspraken gemaakt waardoor het een spel werd tussen scholen en schoolbesturen, waarbij vaak het ene gat met het andere werd gedicht.”
 
Bak geld
Volgens het PO-front is 900 miljoen euro nodig om de lerarensalarissen in het po te repareren en de doorstroommogelijkheden te vergroten. “We beseffen dat dat een bak geld is”, erkent Van de Ven, “Daarom hebben we een aantal scenario’s voorgelegd waarbij een fatsoenlijke eerste stap gezet kan worden naar een eerlijker salaris. Wel willen we daarbij procesafspraken maken om binnen de komende kabinetsperiode tot een totale dichting van die salariskloof te komen. Overigens kost die 900 miljoen de schatkist uiteindelijk maar 550 miljoen, omdat 350 miljoen via de inkomstenbelasting weer terugvloeit.”
Afgelopen zomer dreigde de PvdA uit het demissionaire kabinet te stappen als er niet 270 miljoen euro voor het po uitgetrokken zou worden. Maar ook die 270 miljoen, die sinds Prinsjesdag zwart op wit staat, vindt het PO-front onvoldoende. Roovers: “Dat is een doekje voor het bloeden.” “Sterker nog”, zegt Van de Ven, “het gevaar kan ontstaan dat het nieuwe kabinet vindt dat het po achter in de rij mag aansluiten omdat er al iets is gedaan.”

Met de 500 miljoen voor werkdrukverlaging zou het PO-front graag zien dat de klassen kleiner worden en dat er meer handen bij komen in de scholen. “Functies als onderwijsassistent en conciërge zijn de laatste jaren wegbezuinigd en hun taken zijn bij de leerkrachten op het bord gekomen”, zegt Roovers. “Ik heb bij de start van het schooljaar mijn lokaal staan boenen, gesleept met dozen met boeken en alles zelf uitgepakt en ingedeeld. Het is niet dat ik me daar te goed voor voel, maar het gaat uiteindelijk wel allemaal af van de tijd die je aan leerlingen wilt besteden.”

Overigens vinden beide voormannen dat de sector zelf ook in de spiegel moet kijken als het gaat om werkdruk door regeldruk en administratieve lasten. Van de Ven: “We moeten ons veel meer afvragen waarom we doen wat we doen. Vaak doen we veel meer dan noodzakelijk, meer dan bijvoorbeeld de inspectie van ons eist. Samen met de schoolleiding moeten we kijken in welke administratieve zaken en in welke taken we het mes zouden kunnen zetten. Daar kunnen we vandaag al mee beginnen.”
 
Tomatenkistje
Roovers en Van de Ven zijn de komende maanden nog heel druk met het PO-front. “Wat we doen, komt allemaal bovenop ons gewone werk”, zegt Van de Ven, die drie dagen per week voor schakelklas 3/4 van de Josefschool in het Brabantse Overloon staat. Daarnaast is hij ook nog Statenlid voor D66 in Limburg, waar hij zo’n twee dagen per week aan besteedt. “Voor het PO-front moet ik regelmatig vanuit mijn woonplaats Venray naar de Randstad voor overleg. Dat lukt niet altijd, dus ik doe ook veel vanuit huis via de telefoon, mail en Whatsapp.” Voor Roovers is dat wat eenvoudiger omdat hij in Amsterdam woont en werkt. “Ik draai nu groep 4 op de Leonardo da Vincischool in Oud-West, vijf dagen per week. Toen ik ja zei tegen dit werk heb ik me niet voldoende gerealiseerd dat ik nu eigenlijk twee banen heb. Maar het geeft ook veel energie.”

Wat drijft hen eigenlijk? “Ach”, zegt Roovers, “ik ben het type dat overal alles vanaf wil weten en dan kom je ook achter zaken die niet rechtvaardig zijn.” Van de Ven vindt zichzelf niet van het ‘type tomatenkistje’. “Maar als ik zie dat er iets niet in de haak is, wil ik daar wel iets aan doen.”

Beide mannen merken dat ze een flinke gunfactor hebben, ook bij de media. Van de Ven: “Wij zijn geen vakbondsbestuurder, we staan dagelijks met onze voeten in de klei. Als wij ons dan hard maken voor het vak van leraar komt dat veel geloofwaardiger over.” 

 
De AVS merkt op dat er in juli 2016 door de onderwijs­vakbonden een salarisverhoging van 5,05 procent is gerealiseerd voor de sector primair onderwijs. En school­besturen hebben inderdaad moeite om 40 procent van de leerkrachten in de LB-schaal te krijgen. De AVS wijst schoolbesturen daarom in ieder Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) op hun verantwoordelijkheid hieromtrent.
Tot slot hebben leerkrachten sinds de CAO PO 2014 – 2015 enkele uren voor duurzame inzetbaarheid en de mogelijkheid tot overleg met de directie over hun inzet (overlegmodel). De cao biedt hen duidelijkheid over de inzet en werking van de jaartaak.
 
AVS steunt staking leraren
De AVS steunt de gevraagde t 900 miljoen van het PO-front voor de lerarensalarissen en staat daar namens haar leden helemaal achter. Als de politiek nu niet investeert, zijn er straks geen leraren meer. Toch roept de AVS schoolleiders niet op tot staking. De inzet van de staking heeft namelijk alleen betrekking op de salarisverhoging van leerkrachten, terwijl de inzet van de AVS zich ook richt op salarisverhoging voor schoolleiders; dat hoort er voor de AVS vanzelfsprekend bij. Voorzitter Petra van Haren: “Door onze leden niet op te roepen tot staken benadrukken wij deze inzet naar alle betrokkenen.” De AVS komt op voor de belangen van de schoolleider. Al aan het begin van dit jaar heeft de AVS samen met haar leden de inzet voor schoolleiders bepaald waarmee ze de cao-gesprekken ingaat. “Straks aan de cao-tafel zullen wij deze inzet en de belangen van schoolleiders, waaronder salarisverhoging en werkdrukvermindering, een prominente plek geven.”
Ze roept schoolleiders wel op om op 5 oktober vooral de leerkrachten te ondersteunen in hun actie.
 
De schoolleiders van Thijs en Jan: ‘Twee knappe koppen’
“Ja, ik ben heel erg trots op Thijs (Roovers, red.)”, zegt Audrey Verschuren, directeur van de Leonardo da Vincischool in Amsterdam. “Maar ook op Jan van de Ven, hoor. Het zijn twee knappe koppen die samen de kar trekken en het politieke spel snappen. Daar kunnen we als sector alleen maar heel blij mee zijn.” Verschuren vertelt dat Roovers vanwege zijn werk voor het PO-front geen uitzonderingspositie op school heeft. “Heel soms vraagt hij of hij een uurtje eerder weg mag omdat hij ergens een vergadering heeft, en dan regelen we dat.”

Jochem Gerrits, directeur van de Josefschool in Overloon, maakt exact hetzelfde mee met Jan van de Ven, die gewoon van maandag tot en met woensdag zijn groep draait. “Boeiend is ook dat we vaak informatie uit eerste hand krijgen als Jan vertelt over de vorderingen.” Is zo’n kritische collega niet lastig tijdens teamvergaderingen? “Nee hoor, helemaal niet. Ik houd van kritische collega’s, zolang het maar op een respectvolle manier gebracht wordt. En dat doet Jan altijd.”
 
De vo-docent: ‘Veel sympathie’
“Ik wist wel dat er een verschil in beloning is tussen po en vo, maar had er geen idee van dat die zo groot is”, zegt Joke de Jong, Leraar van het Jaar 2016 in het vo en docent drama bij scholen­gemeenschap Het Schoter in Haarlem. “In het vo lopen de schalen uiteen van LB tot LE. In het po houdt het vaak op bij LB. Dat moet echt beter, daarom steun ik deze actie van harte. En daarin sta ik niet alleen; in de lerarenkamer komt dit onderwerp regelmatig voorbij en dan merk ik dat er veel sympathie is.” De Jong vindt dat politiek en overheid de eisen van het PO-front heel serieus moeten nemen, maar betwijfelt of ze die 1,4 miljard euro toe zullen zeggen. “Misschien lukt het wel in stappen, zodat je binnen een x aantal jaren naar een gelijkwaardig salaris groeit.”
 

Gepubliceerd op: 30 september 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)