Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Goede bestuurders, slechte bestuurders
Bovenschoolse steun ‘cruciaal’ voor schoolleiders

Goede bestuurders, slechte bestuurders

Auteur: Richard Hassink

Een persoonlijke klik met je bestuurder is niet noodzakelijk, vertrouwen en ruggensteun wel. Dat blijkt uit de ervaringen van drie schoolleiders die Kader Primair sprak. ‘Als dat vertrouwen er eenmaal is, kun je ook veel van elkaar hebben.’

Toen Jacqueline Kenter zes jaar geleden begon als directeur op basisschool De Touwladder in Sint-Michielsgestel, onderdeel van scholengroep Cadans Primair met twaalf scholen in de regio, vielen haar meteen een paar zaken op. “Onze bestuurder bleek gecharmeerd van het principe van gespreid leiderschap. Hij had een hekel aan regelgeving die in zijn ogen alleen maar verstikkend zou werken en wilde vooral inhoudelijk met ons aan de gang. Dat was trouwens ook een wens van de schoolleiders zelf, dus nu doen we veel onderzoek in ons directie-overleg. Bijvoorbeeld naar ICT, leerlijnen en het nut van toetsen en testen.”

Knopen doorhakken
Ook de stijl van leidinggeven spreekt Kenter aan.“Er heerst geen cultuur van baas en ondergeschikte, maar een van vertrouwen, waarin je profiteert van elkaars talenten. Dat klinkt misschien soft, maar het werkt wel. Iedereen heeft bepaalde competenties waar anderen hun voordeel mee kunnen doen. De een weet veel van personeelszaken, de ander is een kei in onderzoek. Een goede bestuurder heeft daar oog voor.” 

Ook legt haar bestuur zijn oor te luisteren bij schoolleiders. Dat het bestuur dat doet, wil niet zeggen dat het zelf geen besluiten durft te nemen. “Nee, bij ons heeft het bestuur de eindstem. Zonder knopen doorhakken kom je in bepaalde situaties niet verder. Maar dat gaat niet op een autoritaire wijze, waardoor er vanuit schoolleiders eigenlijk altijd wel respect voor is.”

Eenzaam
Dat de samenwerking met bestuur en bovenschools management ook een stuk minder vruchtbaar kan verlopen, heeft Stefan de Groot* aan den lijve ondervonden. Tot voor kort was De Groot twaalf jaar lang schooldirecteur op diverse basisscholen in de Randstad. “In die periode had ik te maken met zes verschillende bovenschoolse directeuren bij wie ik stuk voor stuk de steun miste die ik nodig had, terwijl ik telkens aangaf wat mijn behoeften waren. De functie van schoolleider is dan vrij eenzaam. Van alle kanten wordt er veel van je verwacht – team, ouders, gemeente, inspectie – en je hebt eigenlijk binnen je school niet iemand met wie je goed kunt sparren, bij wie je je ei kwijt kunt en die met je meedenkt. Die zaken hoop je dan te vinden bij je leidinggevende, maar die betrokkenheid was er totaal niet, waardoor de eenzaamheid op professioneel vlak alleen maar groter werd.”

De Groot vertelt dat de basisscholen waar hij werkte veelal in achterstandswijken lagen, waardoor hij ook nog vaak te maken had met heftige problematiek. “Ik zag mijn school als een community en zocht continu samenwerking met de politie, met maatschappelijk werk, met de gemeente. Ook daar kreeg ik van mijn leidinggevende nooit steun voor. En als er dan iets misging – zo was er ooit een zwaar geweldsincident bij mij op school – dan mocht ik het zelf opknappen. Toen ben ik trouwens wel rechtstreeks naar het college van bestuur gegaan, iets wat mij niet in dank werd afgenomen door mijn toenmalige bovenschoolse directeur.”

Billen bloot
Bovenschoolse steun is cruciaal, beaamt Paul Constandse, directeur van de Bisschop Ernstschool en waarnemend directeur van de Montessorischool De Basis in Goes, deel van de Prisma Scholengroep. “Het gebeurt niet vaak dat er een calamiteit is, maar ik weet dat ik in zo’n geval altijd terecht kan bij mijn leidinggevende, al is het zaterdagavond. En het fijne is dat dat niet via mail of telefoon gaat maar dat de bestuurder dan maandagochtend meteen op de stoep staat.” Wat Constandse betreft, hoeft zijn bestuurder het niet altijd eens met hem te zijn. “En als ik een steek heb laten vallen, dan mag het bestuur ook kritisch naar mij zijn. Niet om de hete brij draaien maar gewoon met de billen bloot. Maar onze basis is vertrouwen en als dat er eenmaal is, kun je ook veel van elkaar hebben.”

Tegengas
Heb je als schoolleider een grote mate van vrijheid of moet je klakkeloos het beleid van het bestuur uitvoeren? “Ik krijg graag de ruimte om zelf beleid te voeren en die ruimte nam ik ook”, zegt Stefan de Groot. “Maar ook dat werd me soms wel nagedragen. Dan kreeg ik te horen dat ik lastig te sturen was. Anderzijds heb ik ook wel zaken van hogerhand doorgevoerd waar ik het eigenlijk niet mee eens was. Dan zat ik met vijf mensen leerkrachten te observeren met een kwaliteitskaart van acht pagina’s.” Jacqueline Kenter staat ook niet altijd te juichen als het bestuur bepaalde zaken wil doorvoeren op de scholen. “Maar er wordt wel altijd goed geluisterd naar tegenargumenten. Als die steekhoudend zijn, dan kan het zijn dat een besluit wordt teruggedraaid.” Constandse herkent dat. “Het mooie is dat je door tegengas te geven steeds meer tot de kern komt. Schoolleiders kunnen vaak beter inschatten welke uitwerking beleid op de werkvloer heeft. Ons bestuur staat daar eigenlijk altijd voor open.”

Eigen keuzes
Kenter maakt de kanttekening dat je als schoolleider niet een koers kunt varen die heel erg afwijkt van de koers die in het directie-overleg samen met het bestuur is bepaald. “Maar als het goed is, sta je achter de koers omdat je je daaraan gecommitteerd hebt.” Constandse is blij dat hij binnen de vastgestelde koers de ruimte krijgt om dingen op eigen houtje te doen. “Zo hebben we als school besloten de komende jaren stevig in te zetten op goed rekenonderwijs en begrijpend lezen, terwijl andere scholen weer een andere keuze hebben gemaakt. Er is vrijheid om zaken op te pakken die bij je school passen.” Ook op personeelsgebied mag Constandse zijn eigen keuzes maken. “Van een van de leerkrachten vond ik dat zij beter tot haar recht kwam als onderwijsassistent. Ik moet dat dan wel staven met argumenten en analyses, maar het bestuur gaat daar dan uiteindelijk in mee.” Toch vliegt het Constandse weleens aan dat hij zo vaak verantwoording moet afleggen door allerlei documenten bij het bestuur aan te leveren. “Maar aan de andere kant begrijp ik het ook, want zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk.”

Raad van Toezicht
Verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid op scholen is in feite niet het bestuur maar de Raad van Toezicht. De schoolleider is de uitvoerder van dat beleid. Desondanks hebben Constandse en De Groot vrijwel nooit contact gehad met RvT-leden. Kenter daarentegen wel. “Ze komen bij tijd en wijle langs op school om voeling te houden met de werkvloer en zijn heel soms aanwezig bij het directie-overleg.” Kenter vindt die betrokkenheid een groot goed, maar ziet ook een gevaar. “Je moet ervoor oppassen dat de raad niet op de stoel van het bestuur gaat zitten” zegt ze. “Bij ons zijn we er met z’n allen scherp op dat dat niet gebeurt.”

Persoonlijke klik
Vertrouwen is het geheim van een goede samenwerking, daar zijn de drie het over eens. Bij Stefan de Groot heeft het gebrek daaraan hem uiteindelijk opgebroken. In 2017 belandde hij in de ziektewet en datzelfde jaar werd zijn contract op instigatie van zijn schoolbestuur beëindigd. Wat voor hem daarbij ook een rol speelde, was de hoge werkdruk die het bestuur in zijn ogen zelf in de hand werkte. “Zo kregen we in de laatste week van het schooljaar een uitnodiging en uitgebreide stukken voor een voortgangsgesprek voor na de vakantie. Vervolgens was je daar dus je hele vakantie mee bezig, op z’n minst in je hoofd. Zo werd er vaak veel over de scholen uitgestort zonder dat er goed werd nagedacht over de consequenties voor de werkdruk.”

Is het – bijvoorbeeld om dergelijke situaties te voorkomen – nodig dat je een persoonlijke klik hebt met je bestuurder? “Nee, helemaal niet”, stelt Constandse. “Geen probleem om een keer iets te drinken samen, maar ik stel meer prijs op een goede, professionele werkrelatie dan op een vriendschap. Dat houdt het in mijn ogen zuiver.”

* Om privacyredenen is de naam Stefan de Groot gefingeerd. Zijn werkelijke naam is bekend bij de redactie.

 

Gepubliceerd op: 27 september 2019

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)