Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Expatkinderen in regulier onderwijs: eenduidige aanpak ontbreekt
Aantal aanmeldingen groeit

Expatkinderen in regulier onderwijs: eenduidige aanpak ontbreekt

Auteur: Irene Hemels

Het Nederlandse onderwijs aan expatkinderen is overal verschillend geregeld en is voor expatouders onoverzichtelijk. Intussen kiezen zij wel steeds vaker voor reguliere scholen, die daar lang niet altijd voor toegerust zijn. Waar Utrecht een centraal beleid voert met een verplichte taalklas voor nieuwkomers en Amsterdam een subsidie heeft voor leerkrachten met NT2-expertise, vinden veel schoolbesturen het wiel zelf uit. “We zijn onze eigen zoek- en puzzeltocht gestart.”

De komende jaren stijgt het aantal kinderen van expats* in het Nederlandse onderwijs sterk. Steeds meer expats, zogenoemde internationals, kiezen voor reguliere Nederlandse scholen in plaats van internationale scholen, zegt Daan van Gent. Hij is onderzoeker en adviseur bij economisch onderzoeksbureau Decisio, dat de toegankelijkheid van Nederlandse scholen voor internationals onderzocht. “Internationals hebben steeds vaker kinderen waarvoor ze een school zoeken en blijven ook steeds langer in Nederland. Ze kiezen dan voor een Nederlandse school in de buurt, om beter aan te sluiten bij de Nederlandse samenleving.”
 
‘Veegklasje’
Veel gemeenten richten taalklassen in voor kinderen van buitenlandse afkomst. Na een jaar intensief Nederlandse les kunnen zij instromen op de reguliere basisschool. In deze klassen zitten vaak asielzoekerskinderen. Expatkinderen die al wat langer in Nederland verblijven, hebben in deze klassen vaak geen ‘klik’. Daarom kiezen hun ouders eerder voor een reguliere school. In een aantal regio’s zoals Eindhoven, Amsterdam en Den Haag, is het aantal expatkinderen op reguliere basisscholen booming. Amstelveen kan de toestroom zelfs niet meer aan. Van Gent: “Daar is een schoolbestuur gestart met een ‘veegklasje’ waar expatkinderen tijdelijk terechtkunnen om hen op weg te helpen.” In andere regio’s is de druk minder groot en vinden basisscholen vaak individuele oplossingen. “Dat varieert van individuele begeleidingstrajecten tot aparte taalklassen voor kinderen van internationals en tijdelijke taalgroepen die parallel aan het reguliere onderwijs lessen volgen.”
 
Aantrekkingskracht
Op basisschool Haanstra in het centrum van Leiden groeit het aantal aanmeldingen de laatste jaren flink. Directeur Brian Groot: “Bijna 10 procent van de kinderen heeft een internationale achtergrond. Het gaat zonder uitzondering om hoogopgeleide ouders die voor hun werk in Nederland komen. Inmiddels voer ik twee van de vijf aanmeldgesprekken in het Engels.” Haanstra neemt alleen kleuters aan. “Voor oudere kinderen heb ik geen plek. Simpelweg omdat we als school vol zitten.” Haanstra hoeft voor de groeiende populatie van expatkleuters zijn onderwijs niet anders vorm te geven. “Jonge kinderen pikken de Nederlandse taal heel snel op. Dat kost ze maar een paar weken. De taal- en woordenschatontwikkeling vindt op naturelle wijze plaats en waar nodig is er één-op-één begeleiding zoals die voor elk kind op school beschikbaar is. Zo normaal mogelijk, dat is ons uitgangspunt.”
De Eerste Leidse Schoolvereniging (ELS) heeft bijna 50 procent expatkinderen van hoogopgeleide, Engelssprekende en ambitieuze ouders van ‘over de hele wereld’ in de onderbouw. Directeur Ed Bossong constateert dat dit een aantrekkingskracht heeft op Nederlandse ouders. “Het geeft een internationaal gevoel dat ouders aanspreekt.” Ook op deze reguliere basisschool met driehonderd leerlingen volgen kinderen van internationals samen onderwijs met Nederlandse kinderen. “We hebben goed en degelijk taalonderwijs. Expatkleuters beginnen nauwelijks met een achterstand in groep 3.”
 
 
* Kinderen van expats worden internationaal werk­gerelateerde kinderen genoemd, oftewel kinderen van internationale kenniswerkers/internationals.
 
Leidse schooldirecteuren hekelen het gebrek aan gemeentelijke ondersteuning voor de opvang van expatkinderen in het reguliere onderwijs. “Alle gemeentelijke aandacht en financiën gaan uit naar de internationale school in oprichting in Leiden, terwijl de huidige instroom laat zien dat internationals graag naar een reguliere school gaan.”
 
Wachtlijsten
De forse toename van leerlingen op internationale scholen en internationale afdelingen, waar wachtlijsten ontstaan, draagt ook bij aan de groei van het aantal expatkinderen in het reguliere onderwijs. Dat bevestigt Barbara Everaars, directeur van basisschool De Blijberg in Rotterdam. De school heeft een zelfstandig draaiende internationale afdeling op een aparte locatie. Everaars: “Bij ons groeit de instroom misschien niet zo hard, maar landelijk loopt de druk snel op. De wereld wordt mobieler en we zien een grote uitbreiding van internationale bedrijven. In Den Haag en Amsterdam is de groei exponentieel.” De internationale afdeling van De Blijberg is volledig Engelstalig en werkt volgens het International Primary Curriculum (IPC) met native speakers als leerkracht. Vanuit haar deskundigheid heeft Everaars een belangrijk advies aan reguliere scholen: “Zorg dat je je assessment goed op orde hebt. Je moet goed kunnen toetsen of en welke ontwikkeling bij expatkinderen plaatsvindt. Dat vereist specifieke scholing.”
 
Pittig
Het is inderdaad geen ideale situatie om een taalprobleem van een mogelijk leerprobleem te onderscheiden, erkent schooldirecteur Frédy Beekkerk van Ruth van de Rijswijkse Mariaschool. “Daar gaat tijd overheen en het is soms een beetje een zoektocht, waarmee misschien wel kostbare tijd verloren gaat.” Om die reden neemt de school – waar zich de laatste jaren ook steeds meer kinderen melden van internationale kenniswerkers die in de buurt komen wonen – bij voorkeur alleen de kleuters van expats aan. Beekkerk van Ruth: “We zien dat kleuters al spelenderwijs de taal leren. Oudere broers en zussen nemen we af en toe wel aan, maar liever niet. Vanaf groep 3 heb je de Nederlandse taal nodig om te leren lezen en vanaf groep 4 geldt dat al helemaal als rekenen erbij komt. Dan wordt lesgeven aan leerlingen die geen Nederlands spreken heel pittig en moet je haast de hele dag iemand erbij hebben die vertaalt. Dat is nauwelijks te doen.”
Een aantal jaren geleden had de Mariaschool gedurende één jaar nog een schakelklas waar alle anderstaligen driemaal in de week een dagdeel NT2, Nederlands als Tweede Taal, kregen. “De kinderen werden ondergedompeld in de Nederlandse taal. Je zag het taalniveau met grote sprongen vooruit gaan”, zegt intern begeleider Monique Borsten. Om financiële redenen moest de school hiermee stoppen. De school hanteert nu woordenschatmethodiek LOGO 3000, leerkrachten hebben NT2-cursussen gevolgd en kleuters die dat nodig hebben krijgen wekelijks een aantal keer een half uur Nederlandse taalles van een expert van buiten. En dan nog blijkt het lastig om taalproblematiek van ontwikkelingsproblematiek te onderscheiden.
 
Radicaal veranderd
Waar bijvoorbeeld in Leiden LUMC en ESTEC in het naburige Noordwijk zorgen voor een groeiende groep van kenniswerkers, trekken in Eindhoven Philips, Eindhoven Airport en hightechbedrijf ASML hoogopgeleide internationals aan. Ien de Kock van de Eindhovense basisschool De St@rtbaan heeft in drie jaar tijd haar school radicaal zien veranderen. “We zijn onze eigen zoek- en puzzeltocht gestart. Van de gemeente ontvangen we hiervoor geen financiële steun. We hebben het hele taalonderwijs opnieuw vormgegeven, een taalcoördinator aangesteld, NT2-leerkrachten opgeleid en we zijn een taalklas gestart waarin kinderen van internationals maximaal één jaar verblijven, terwijl we ze gelijktijdig koppelen aan een reguliere klas om hen snel te laten integreren. Je begint en al werkende weg loop je tegen problemen aan. Of een kind leer- of ontwikkelingsproblemen heeft zie je soms pas laat, omdat je vooral met taal bezig bent. Bovendien is de overdracht van ouders ook niet altijd zuiver en zien we dat het speciaal basisonderwijs ook niet toegerust is om expatkinderen op te vangen.”
 
Community
De geringe ervaring van reguliere scholen met meertalige kinderen en hun ontwikkeling wordt ook door internationals genoemd als nadeel. Daarnaast wijzen zij op het gebrekkige Engels en de geringe aansluiting met andere ouders op school, aldus onderzoeker Van Gent. “Als je echt goed onderwijs wilt aanbieden, zorg er dan voor dat de school een community wordt. Zodat ook buitenlandse ouders zich thuis voelen. Je ziet dat internationale scholen juist daarop sterk scoren.”
Ouders moeten zich vanzelfsprekend welkom voelen, zeggen de directeuren van reguliere basisscholen. Beekkerk van Ruth: “Maar een specifieke taak van de school? Dat gaat wat ver. De aansluiting moet organisch ontstaan, dat valt of staat met andere ouders van dezelfde nationaliteit die elkaar kunnen opvangen. Wij zijn recent gestart met IPC-onderwijs waarbij de school steeds meer openstaat voor ouders en we ook meer ouders de school zien binnenkomen.” Investeren in ouders heeft de aandacht, zegt ook collega De Kock. “De aanwezigheid van expatkinderen is een inspirerende ontwikkeling die veel aanpassingsvermogen en een open mind van leerkrachten vraagt. Aan een grote groep expatouders geven we Nederlandse les, omdat ze daar behoefte aan hebben. Een mooie manier om betrokkenheid te stimuleren. En eerlijk is eerlijk, het Engels van onze leerkrachten is wel een dingetje. Daar werken we hard aan.”

Gepubliceerd op: 6 april 2019

Verschenen in

Kader Primair 8 (2018-2019) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)