Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Erkenning voor belangrijke rol en positie schoolleider; nu nog vertalen naar waardering in evenwichtig functiehuis met passend salaris
Beleidsreactie OCW op Onderwijsraadadvies ‘Een krachtige rol voor schoolleiders’

Erkenning voor belangrijke rol en positie schoolleider; nu nog vertalen naar waardering in evenwichtig functiehuis met passend salaris

Onderwijsministers Slob en Van Engelshoven hebben op 21 november hun beleidsreactie naar de Tweede Kamer gestuurd over het advies ‘Een krachtige rol voor schoolleiders’, dat de Onderwijsraad in april 2018 publiceerde. De ministers erkennen dat schoolleiders een cruciale rol spelen in het tot stand brengen van goed onderwijs. Dat hun rol de afgelopen jaren is veranderd en dat de huidige onderwijspraktijk en toenemende maatschappelijke druk op scholen veel van schoolleiders vragen. De bewindslieden kondigen dan ook concrete acties aan om de positie van schoolleiders te versterken.
De AVS is blij met de erkenning van het belang van de rol en stevige positionering van schoolleiders, maar roept op om ook de bijbehorende voorwaarden te betrekken bij het uitwerken van de acties. Voorzitter Petra van Haren: “Het gesprek om financiële ruimte moet niet uit de weg worden gegaan. Investeren in leiderschap is investeren in de kwaliteit van onderwijs.”

Gezien het vergrijzende schoolleidersbestand in het funderend onderwijs - in het po is het nu al steeds lastiger om vacatures tijdig te vervullen - hebben zowel kwaliteit als kwantiteit van de schoolleider prioriteit, aldus Slob en Van Engelshoven. “Onze ambitie bestaat uit drie onderdelen: er zijn (1) voldoende schoolleiders die (2) gekwalificeerd zijn en blijven voor hun belangrijke taak en (3) voldoende in positie zijn om die taak ook uit te kunnen voeren.”
In de beleidsreactie verwijzen ze naar uitwerkingen en processen die het onderwijsveld en ministerie komend jaar verder op moeten pakken. Hieronder de belangrijkste bevindingen, inclusief reactie van AVS-voorzitter Petra van Haren:

Overzicht

Schoolleidersagenda

Een van de voornemens van de ministers om de positie van schoolleiders te versterken, is om - in navolging van het voortgezet onderwijs - samen met schoolleiders in het primair onderwijs een schoolleidersagenda op te stellen. De vo-sector heeft al een schoolleidersagenda opgesteld met medewerking van honderden schoolleiders en -besturen. Deze wordt momenteel nader uitgewerkt in een implementatieplan waarin staat hoe de betrokken schoolleidersorganisatie én het ministerie van OCW hier uitvoering aan gaan geven.
De AVS heeft al veel zaken geagendeerd en wil de schoolleidersagenda po nadrukkelijk verder met nauwe betrokkenheid van schoolleiders uitwerken. AVS-voorzitter Van Haren: “Een goede agenda is nodig voor goede positionering. Het is daarbij van groot belang dat de beroepsgroep zelf haar veranderend en divers beroepsbeeld nader invult. Het vraagt van partijen een scherpe rolneming om de vaststelling daarvan op de juiste plek en de juiste manier te doen. Een passende waardering hoort daar dan bij in relatie tot complexiteit, context en schoolgrootte.”

Terug naar het overzicht

Schoolleidersopleiding op masterniveau

Ook willen de bewindslieden, samen met de relevante stakeholders, voor het funderend onderwijs (po en vo) verkennen of het wenselijk is om – in lijn met het advies van de Onderwijsraad – te streven naar één schoolleidersopleiding op masterniveau, aansluitend bij de al bestaande opleidingen. “Daarnaast wordt onderzocht of de huidige professionaliseringsactiviteiten voldoende aansluiten bij de vereiste strategische rol van schoolleiders. De vaardigheden die in een opleiding op masterniveau worden aangeleerd, zoals hogere orde denken en onderzoeken, zijn van meerwaarde om de strategische rol van de schoolleider te vervullen.” De ministers zien het als een taak van schoolbesturen om ervoor te zorgen dat startende schoolleiders een goed en effectief inwerk- en begeleidingsprogramma volgen.
De AVS pleit al jaren voor hoogopgeleide en gekwalificeerde schoolleiders en de ruimte die hoort bij hun doorlopende professionele en persoonlijke ontwikkeling. Van Haren: “Het schoolleiderschap is een vak apart. En een goede inwerkperiode en goede begeleiding moet er zijn voor alle medewerkers in het onderwijs, dus zeker ook voor schoolleiders.”

Terug naar het overzicht

Geen sectoronafhankelijke beroepsstandaard

Het advies van de Onderwijsraad om één sectoronafhankelijke beroepsstandaard te ontwikkelen met één schoolleidersregister voor alle sectoren (po, vo en mbo), vinden Slob en Van Engelshoven te ver gaan. “Er zijn tussen de sectoren grote verschillen in de posities en verantwoordelijkheden van schoolleiders - gezien de diversiteit in schaalgrootte van scholen en instellingen - en een sectoronafhankelijke standaard kan hieraan onvoldoende recht doen.”
Wel kunnen de ministers zich vinden in de aanbeveling van de Onderwijsraad om de huidige competentieprofielen nader te operationaliseren. “De huidige profielen zijn vaak abstract geformuleerd en weinig gericht op de dagelijkse praktijk.” In het funderend onderwijs verkennen ze samen met schoolleidersorganisaties hoe ze hen hierbij kunnen ondersteunen.
Daarnaast brengen de bewindslieden samen met de sectoren in kaart welke schoolleiderscompetenties duurzaam bijdragen aan goed onderwijs en goed presterende scholen. “Waar nodig initiëren we hier onderzoek op. Initiatieven als leerlabs en leergemeenschappen voor schoolleider zoals we die voor het vo al kennen, kunnen ook in andere sectoren bijdragen aan informeel leren, verspreiding van goede voorbeelden en wetenschappelijke kennis.”
AVS-voorzitter Van Haren: “Leiderschap is een begrip dat over alle sectoren heen in te vullen is. De uitwerking sector- en contextgebonden nader invullen vindt weerslag in de uitwerking van de competenties. Het is goed om een gezamenlijke en bovensectorale focus te hebben op wat ons bindt in leiderschap. Goed onderwijs met doorlopende lijnen vraagt om afstemming, juist ook in leiderschap.”

Terug naar het overzicht

Geen schoolleidersbeurs

Het advies van de Onderwijsraad om een schoolleidersbeurs in te zetten naar analogie van de lerarenbeurs, zien Slob en Van Engelshoven ook niet zitten. “Er zijn in alle sectoren middelen voor professionalisering beschikbaar in de lumpsum. Die middelen kunnen ook voor schoolleiders ingezet worden. Ook kennen de verschillende sectoren aanvullende maatregelen. In het po is er al een subsidiemogelijkheid voor vervangingskosten van schoolleiders. In het vo loopt een pilot met het Schoolleiders innovatie ontwikkelfonds, die in de zomer van 2019 wordt geëvalueerd.” Wel willen de ministers voor het funderend onderwijs inventariseren hoe de huidige professionaliseringsmiddelen op dit moment worden ingezet.
Van Haren: “Middelen voor professionalisering in tijd, geld en ruimte om te ontwikkelen moeten vanzelfsprekend zijn. Kwaliteit van onderwijs hangt een op een samen met de kwaliteit van de schoolleider. Daarom moet hier volop in geïnvesteerd worden en moet het belang voor iedereen binnen en buiten de sector onomstreden erkend worden.”

Terug naar het overzicht

Strategische rol schoolleider

De schoolleider is nu nog te vaak manusje van alles en loopt de gaten dicht die binnen een schoolorganisatie vallen. Met name voor het po en vo geldt dat schoolleiders soms zo veel operationele taken hebben dat zij aan hun strategische rol niet toekomen, zo merkt de Onderwijsraad op. Het is van groot belang dat de schoolleider tijd en ruimte ervaart om zijn strategische rol in te vullen. Slob en Van Engelshoven zien grote, onwenselijke verschillen in de positie en rol die schoolleiders hebben ten opzichte van het bestuur. “Daar waar de taak en rol van de schoolleider voldoende helder is en deze ook invloed en inspraak heeft op bestuursniveau, kan de schoolleider immers ook meer betekenen voor het onderwijs aan de leerlingen op zijn school.” De verdeling van rollen en verantwoordelijkheden kan in het funderend onderwijs nog duidelijker. De ministers vinden het daarbij van belang dat schoolleiders voldoende beleidsvrijheid en bestedingsvrijheid hebben om voor hun school of scholen eigenstandige keuzes te kunnen maken met betrekking tot onderwijskundig beleid en kwaliteit, leermiddelen en leeromgeving. “Het bestuur is verantwoordelijk om schoolleiders hiervoor voldoende ruimte te geven en geeft de schoolleider adequaat inzicht in financiële middelen. Alleen zo kan de schoolleider zijn strategische rol invullen.” Een optie die de Onderwijsraad aandraagt om de positie van de schoolleider te verhelderen, is om diens rol in de code goed bestuur op te nemen. De bewindslieden gaan met schoolleiders en sectororganisaties verkennen hoe de rol van schoolleiders het beste verduidelijkt kan worden en waar nodig actie ondernemen.
AVS-voorzitter Van Haren: “Schoolleiders moeten hun strategische rol op zowel school-, bestuurs-, lokaal-, regionaal als landelijk niveau kunnen invullen. Een stevige kluif. Om hiervoor ruimte te hebben moeten er voldoende ondersteunende functies in de school zijn, ook voor de schoolleider. Administratieve ondersteuning, een conciërge, en ook professionals in het managementteam van de school kunnen positioneren en faciliteren.”

Terug naar het overzicht

Rol schoolleider bij inspectietoezicht

Over de veranderde rol van schoolleiders bij het vernieuwd inspectietoezicht (sinds augustus 2017) - waarbij besturen in het funderend onderwijs rechtstreeks worden aangesproken over de onderwijskwaliteit in plaats van schoolleiders - zeggen Slob en Van Engelshoven: “Het is niet goed om daar nu meteen weer in te wijzigen. Het vraagt tijd voordat een verandering echt goed werkt.” De eindrapportage van het onderzoek naar de effecten van het vernieuwde toezicht wordt in 2020 verwacht. “Dat is het moment om waar nodig aanpassingen te doen.” Schoolleiders zijn volgens de bewindslieden de verbindende schakel en daarmee in de inspectieonderzoeken op scholen een vanzelfsprekende gesprekspartner, ook in de terugkoppeling. " Als besturen dat wenselijk vinden, kunnen zij hun schoolleiders uitnodigen voor de terugkoppeling van het inspectiebezoek aan het bestuur. Zo horen schoolleiders uit eerste hand wat de inspectie goed en minder goed vindt gaan op bestuursniveau. Dit helpt de strategische rol van schoolleiders en het goede gesprek binnen het bestuur."
De AVS vindt het terecht om de eindevaluatie afwachten, maar vindt dat schoolleiders nadrukkelijk een grote rol moeten hebben in het gesprek met de inspectie over het functioneren van hun school. Van Haren: “Het is maar de vraag of het gesprek met het bestuur hierop het antwoord is. De AVS denkt dat professionele scholen ook vanuit een goede zelfevaluatie met minder inspectietoezicht af kunnen en dat het gesprek binnen het bestuur vooral daarbij verder vorm moet krijgen.”

Terug naar het overzicht

Over de acties voor het funderend onderwijs zullen de bewindslieden de Tweede Kamer uiterlijk in het najaar van 2019 verder berichten.

De volledige beleidsreactie is hieronder te downloaden.

Downloads en links
Gepubliceerd op: 21 november 2018

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders