Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Eigen coach voor startende leraar
‘Het werk is te complex geworden om alleen te doen’

Eigen coach voor startende leraar

Auteur: Astrid van de Weijenberg

Een eigen klas, met de deur dicht en niemand op wiens autoriteit je vaart: voor startende leraren kunnen de eerste jaren overweldigend zijn. Daarom is er steeds meer aandacht voor de begeleiding van deze groep, zodat ze er niet alleen voor staan. Een coach kan daarbij helpen.

“In de weken voor Kerst zakken alle startende leraren door hun hoeven, maar ook ervaren leraren hebben het dan zwaar. Dat te weten, zorgt al voor rust bij starters.” Aan het woord is Bas Huijbers, docent maatschappijleer en lerarenopleider aan het IJburg College in Amsterdam. Vertrouwen geven is het belangrijkste wat je als begeleider van starters kunt doen, vindt hij. “Leraar zijn is een zwaar beroep. Een stuk moeilijker dan velen vooraf denken. De opleiding is goed, maar het is theorie. Echt zwemmen leer je pas in de praktijk. Het is dus vlieguren maken. En ik vind het ook niet dramatisch dat een deel van de starters het niet redt. Dat is jammer van de investering, maar het hoort er ook gewoon bij. Niet iedereen is geschikt om leraar te worden.”

Basisbekwaam
Vanwege de hoge uitval kwam het ministerie van OCW in 2013 met een plan voor de begeleiding van beginnende leraren. Naast vermindering van werkdruk moest er ook betere begeleiding in de klas komen, een belangrijk onderdeel van de Lerarenagenda 2013-2020 (delerarenagenda.nl). Steeds meer scholen en schoolbesturen wijzen starters daarom een coach toe. In het primair onderwijs zijn daarvoor afspraken vastgelegd in de cao. De ontwikkeling van de startende leraar moet verlopen van basisbekwaam (zorgt voor een veilig en stimulerend leerklimaat in en om de klas, biedt structuur, orde en duidelijkheid in de les en laat de leerlingen actief meedoen) naar vakbekwaam (geeft aandacht en begeleiding die passen bij de behoeften en mogelijkheden van elke individuele leerling). En het gaat niet alleen om lesgeven en verantwoordelijkheid dragen voor de groep. Zoals de lerarenorganisatie Onderwijscoöperatie het formuleert in haar commentaar op de cao-afspraken: “Goed onderwijs vindt haar succes ook in de mate waarin de leraar de verantwoordelijkheid deelt met anderen in het team en de wijze waarop er gecommuniceerd wordt met de omgeving, bijvoorbeeld ouders en verzorgers.”

Leergemeenschap
De startende leraar moet beseffen dat hij er niet alleen voor staat. De school moet een leergemeenschap zijn, vindt Bas Huijbers van het IJburg College. Een startende leraar moet welkom zijn, mag fouten maken, moet bijvoorbeeld ondersteund worden in zijn administratie. Als coach wil Huijbers mensen bij elkaar brengen, een leerklimaat creëren en ervoor zorgen dat hij snel vindbaar is als er problemen zijn.
Negentig procent van de leraren loopt aan tegen problemen op het gebied van klassenmanagement. Oefenen, oefenen, oefenen, vindt Huijbers. “Er zijn bovendien honderd verschillende oplossingen voor een probleem. Een goede coach dringt dus niet zijn eigen oplossing op, maar luistert naar wat de ander nodig heeft.” Huijbers zit geregeld achter in een lokaal zijn eigen werk te doen en pikt tegelijkertijd mee hoe de les gaat. Het kan soms ook een oplossing zijn, vindt hij, om de leraar een les voor te laten bereiden en die door de coach of een collega te laten uitvoeren. Waarom gaat het dan wel goed? Of gaat dat ook niet goed en ligt het aan de voorbereiding? In het voortgezet onderwijs is de coaching vooral vraaggestuurd. “Het is fijn als je bij iemand terecht kunt met vragen”, zegt Aniek Heerink, sinds dit jaar docent maatschappijleer aan het Kaj Munk College in Hoofddorp. “Zeker als die persoon los staat van de beoordeling. Maar tegelijkertijd ben ik er na mijn opleiding ook aan toe om het nu eens zelf te proberen. Dus ik hoef niet voortdurend iemand achterin het lokaal te hebben.”

Andere onderwijssetting
Willem Plomp, hoofd Opleidingen van schoolbestuur Staij (Samen Tussen Amstel en IJ) in Amsterdam, zou het graag helemaal anders doen bij de begeleiding van startende leerkrachten en stelt de onderwijssetting zelf ter discussie. “Veel problemen komen voort uit het kader waarin wij starters plaatsen, namelijk één leerkracht op één groep met de deur dicht. Als je dat kader verandert, heb je veel minder problemen. Zet bijvoorbeeld vier leerkrachten op vier groepen en maak ze collectief verantwoordelijk. Het werk is ook te complex geworden om alleen te doen. En het gat tussen de lerarenopleiding en de praktijk is te groot. Een derdejaars aan de lerarenopleiding zou al meer ingebed moeten worden in een school, om dan twee jaar de tijd te krijgen daar in te groeien. Dat heeft hij een heel andere start. Tachtig procent van de problemen heb je dan niet meer.”

De twintig Staij-scholen zijn volop aan het denken over professionalisering in de scholen. Zo werken drie scholen bijvoorbeeld met Stichting Leerkracht en een aantal werkt groepsoverstijgend. Staij heeft een eigen coachingteam waar ook Plomp deel van uitmaakt. “Wij hebben niet één concept voor starters. We focussen niet op doelgroepen. Onze coaching is voor iedereen beschikbaar. De insteek is dat we coaching steeds sneller inzetten. Voor iedereen en niet alleen als er problemen zijn, maar ook preventief. We hebben bijvoorbeeld ook een eigen assessmentteam waardoor we snel weten met welk niveau we te maken hebben en dus op welke ontwikkeling we ons moeten richten.”

Klankbord
Naast coaching en intervisie organiseert Staij studie- en inspiratiemiddagen met thema’s voor starters. Het coachingteam van Staij verzorgt lesobservaties, ontwerpt kijkwijzers, doet aan beeldcoaching (coaching op basis van videobeelden, foto’s en andere beelden) en ondersteunt leerkrachten met leerwerkkaarten (werkvormen).
Beau Herder (26) is zo’n starter die daar gebruik van maakt. Ze werkt op groep 6/7/8 van de 4e Montessorischool De Pinksterbloem. Het is haar tweede jaar met een eigen klas. Daarvoor werkte ze voor Bureau Inzet als invaller. Ze wordt gecoacht door Willem Plomp. Maar ook in haar vorige baan kreeg ze intensieve begeleiding. Jaarlijks, gedurende het hele schooljaar. Iedere periode kreeg ze een keer bezoek van een coach en jaarlijks vond ook videobegeleiding plaats. “Ik vind het prettig om buiten school een klankbord te hebben. Ik geef aan waar mijn leervraag zit, waar wil ik dat de coach op let. Dat Willem niet van mijn school is, vind ik wel prettig. Hij kijkt meer naar mij en heeft minder de bril op van de school.”

Iedere week stelt Herder doelen op met Plomp en aan het eind van de week evalueren ze samen of die doelen ook gehaald zijn. “Ik ben zelf erg georganiseerd en gestructureerd. Dat is effectief, maar ik kan soms doorschieten in de structuur ten koste van de sfeer. Samen met Willem heb ik een lijstje gemaakt van waar ik goed in ben, van wat ik wil bereiken en wat ik in moet zetten om dat te bereiken. Daarnaast vind ik het soms moeilijk om prioriteiten te stellen. Als stagiaire en invaller was ik nooit eerder eindverantwoordelijk voor een groep. Nu wel. Doe ik wel wat ik moet doen? Wat is het belangrijkste en wat kan ik even laten liggen? Als je niet uitkijkt, houdt het werk nooit op. Ik moet echt tegen mezelf zeggen: Nu ga ik even tv-kijken.” Een goede coach heeft veel kennis over het theoretische kader, vindt Herder. Hij hoeft niet per se praktijkervaring te hebben. Een goede coach kan goed luisteren en meedenken. Je kunt alles tegen hem zeggen. Dat moet wel op basis van gelijkheid gebeuren, vindt ze. Herder: “Je wilt leren van een ander, maar je brengt ook kennis mee als starter. Dat moet je ook niet vergeten.” Het hadden de woorden van Willem Plomp kunnen zijn, die vindt dat de focus te veel ligt op wat starters nodig hebben en niet op wat ze kunnen.

Begeleiding of beoordeling
Coaches zijn niet altijd op alle scholen een bovenschools medewerker of externe partij. Vaak is het ook een collega van dezelfde vakgroep, de intern begeleider of de directeur. Dat laatste stuit vaak op een ongemakkelijk gevoel bij de starter. Is dit begeleiding of beoordeling? Deskundigen benadrukken daarom ook dat het belangrijk is dat coaching en beoordeling van elkaar worden gescheiden. Begeleider en beoordelaar mogen dus nooit dezelfde persoon zijn (zie bijvoorbeeld Houtveen, Versloot en Groenen, Houten 2006).
Herder: “Bij ons doen de adjunct en de ib’er ook begeleiding. Ik weet niet waarom ik een coach van buiten school heb, maar ik vind het wel prettig. Coaching moet per definitie buiten de beoordeling staan. Daar heb ik bij aanvang van het traject ook duidelijkheid over gevraagd. Ik kreeg eerst een assessment en een IQ-test om te weten waar mijn sterke en zwakke kanten zitten. Dan wil je natuurlijk wel weten wat daarmee gedaan wordt. Je moet je veilig voelen en er moet een klik zijn met de coach. Anders kun je het beter niet doen.”

Gepubliceerd op: 10 februari 2016

Verschenen in

Kader Primair 6 (2015-2016) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)