Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Eerst ontslagen en vanaf 2015 gebrek aan leerkrachten

Eerst ontslagen en vanaf 2015 gebrek aan leerkrachten

De leerlingenaantallen dalen en leerkrachten gaan later met pensioen. Startende leerkrachten komen daardoor maar moeilijk aan werk. Toch komt binnen drie jaar een forse uittocht van babyboomers op gang. Staatssecretaris Zijlstra van OCW heeft begin juli aan de Tweede Kamer gemeld dat de nieuwe arbeidsmarktprognose door meerdere ontwikkelingen is bijgesteld. De voorspelde lerarentekorten zijn in het voortgezet onderwijs minder groot dan gedacht. In het primair onderwijs wordt voor 2019 juist een tekort van 2.700 fte’s verwacht, onder andere door een dalende instroom op de pabo’s en de verwachte pensioengolf.

Het aantal scholieren in het basisonderwijs daalt sinds 2010 van 1,65 miljoen naar 1,55 miljoen leerlingen in 2016. Hierdoor hoeven scholen nauwelijks nieuwe krachten aan te trekken. De pensioengolf die momenteel op gang komt, kent echter naar verhouding een veel grotere omvang en kan na 2015 leiden tot 1.000 à 1.400 onvervulde formatieplaatsen: de uitstroom van de vele duizenden leerkrachten is immers niet op te vangen met het aantal afgestudeerden van de pabo. De belangstelling voor de pabo is behoorlijk minder dan voorheen en de mensen die op dit moment hun opleiding voltooien gaan bij gebrek aan vacatures in het onderwijs op zoek naar ander werk.

Prognosecijfers
Ten opzichte van de prognose van 2011 zijn voor het voortgezet onderwijs de voorspelde lerarentekorten afgenomen. Dit komt onder andere omdat de leeftijd waarop leerkrachten uittreden is gestegen door gewijzigd beleid rond (pre)pensioen. Velen blijven daardoor langer werken. Daarnaast is zeer recent uit realisatiecijfers over 2011 gebleken dat zowel binnen het po als het vo de leerling/leraarratio (aantal leerlingen per leerjaar) met ongeveer 4 procent is gestegen ten opzichte van 2010. Het doortrekken van deze ontwikkeling leidt tot daling van de tot nu toe voorspelde tekorten in het vo. Hoewel dit effect ook in het po optreedt, nemen daar de tekorten toe door de dalende instroom op de pabo’s. In het po wordt voor 2016 een lerarentekort van ongeveer 400 fte’s voorspeld. Dat is ongeveer 1,4 procent van de werkgelegenheid. Het tekort neemt in de jaren daarna toe tot een piek van 2.700 fte’s in 2019, zo’n 2,8 procent van de werkgelegenheid. In 2020 neemt het voorspelde tekort weer af tot 2.300 fte’s (2,4 procent van de werkgelegenheid). Staatssecretaris Zijlstra is bezig om de recente ontwikkelingen nader te analyseren.

De sociale partners, waaronder de AVS, roepen politieke partijen op om dit probleem gezamenlijk in de kiem te smoren en roepen de Tweede Kamer op het geld dat nu wordt bespaard door de terugval in het aantal leerlingen, in het onderwijs te investeren. Scholen kunnen met die middelen jonge leerkrachten aantrekken of in dienst houden en hen klaarstomen voor een loopbaan in het onderwijs.

Krimp
In bepaalde regio’s is sprake van krimp, omdat het aantal leerlingen terugloopt. De krimp heeft gevolgen voor de formatie en de kans bestaat dat leerkrachten ontslagen moeten worden. In andere regio’s is echter behoefte aan gekwalifi ceerd personeel. De staatssecretaris is niet van plan om via subsidies boventallig personeel voor die regio’s te behouden. Dit zou volgens de bewindsman tekorten bij andere schoolbesturen in andere regio’s vergroten. Zijlstra legde in juni 2012 een banenplan voor het po van de Algemene Onderwijsbond (AOb), dat voorziet in behoud van werkgelegenheid, naast zich neer. De middelen voor het banenplan komen vooral uit het Participatiefonds, dat immers bespaart op uitkeringen. De staatssecretaris gaat er dus echter vanuit dat mogelijke overschotten aan leerkrachten in een regio worden gecompenseerd door tekorten elders, waar stijging van de leerlingenaantallen optreedt. Wel vindt hij meer regionale samenwerking wenselijk, zoals het Personeelscluster Oost Nederland (PON) en regionale vervangingspools, bijvoorbeeld in de provincie Limburg. Tot slot geeft Zijlstra aan dat hij het met terugwerkende kracht mogelijk heeft gemaakt dat de zogeheten kleine scholentoeslag voor kleine scholen die fuseren, over een langere periode wordt afgebouwd. Daardoor krijgen de scholen meer tijd om hun formatie bij te stellen en beter te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Het ministerie van OCW ondersteunt daar waar nodig initiatieven van regio’s en scholen.

De prognoses van de staatssecretaris is te downloaden in het dossier Formatie en  Het banenplan van de AOb en de reactie van Zijlstra zijn te downloaden in het dossier lumpsum.

Gepubliceerd op: 21 juni 2012
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)