Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Een goede school leider kan echt het verschil maken’
Minister Arie Slob bezoekt De Bloeiende Betuwe

‘Een goede school leider kan echt het verschil maken’

Auteur: Tineke Snel

Minister Arie Slob van Onderwijs bezocht eind januari basisschool De Bloeiende Betuwe in Rhenoy. Daar ging hij in gesprek met de twee schoolleiders, teamleden en leerlingen. Slob: “De schoolleider heeft een cruciale rol, ook in het gesprek over werkdruk.”
 
De Bloeiende Betuwe, een dorpsschool met 115 leer­lingen, is al zes jaar een excellente school. De school biedt Engels aan vanaf groep 1 en heeft een uitgebreid cultuureducatie­programma. De kwaliteit van het onderwijs is hoog en de resultaten van de leerlingen zijn goed. Het team is er trots op en straalt dat ook uit. “Door de goede naam hebben we veel zijinstroom van leerlingen”, zegt de jonge, ambitieuze directeur Frank Koelen. “Voor ons een bevestiging dat we het als school goed doen.”
Koelen vormt samen met adjunct-directeur Hannie Kerkhof ook de directie van een andere school van stichting Fluvium, obs Jan Harmenshof in Geldermalsen. Ook deze school is excellent en heeft het A Keurmerk Engels. Een kwart van de leerlingen stroomt wat Engels betreft uit op het examenniveau vmbo-t. Kerkhof: “De kers op de taart voor de leerkrachten is dat ze voor bijscholing naar Engeland gaan.”
Minister Arie Slob laat zich in de klassen van De Bloeiende Betuwe informeren door leerlingen en leerkrachten. Groep 1 tot en met 4 krijgt één uur Engels en de bovenbouw anderhalf uur per week. Ook wordt een keer per maand bijvoorbeeld de tekenles in het Engels gegeven. “Engels leren vanaf groep 1 heeft meerwaarde”, zegt een leerkracht tegen de minister. “De veilige sfeer die ontstaat om Engels te spreken wordt als zeer positief ervaren.”
Koelen laat tijdens de rondleiding ook trots het schoolplein zien aan Slob. Gelegen tussen de boomgaarden, geen huis te bekennen in de omgeving, kunnen de leerlingen daar naar hartenlust hun pauzes doorbrengen. Een walk of fame van een schoolverlatende groep 8 maakt het plein compleet.
 
Meer handen
Op De Bloeiende Betuwe heeft iedere leerling in groep 5 tot en met 8 een eigen Chromebook. “De processen gaan gestructureerder”, antwoord Koelen op de vraag van Slob of een goede inzet van ict werkdrukverlagend is. Een leerkracht geeft de voordelen aan: “Ik heb meer inzicht in het werk van de kinderen, de tijd wordt efficiënt gebruikt, je bent flexibeler dan met een boek en ik heb niet zoveel nakijkwerk.”
Alle leerkrachten op De Bloeiende Betuwe staan voor een combinatieklas. Een leerkracht die met veel niveauverschillen te maken heeft zegt tijdens de koffiepauze tegen de minister: “Meer handen in de klas vind ik belangrijk. Ik ben op zes niveaus aan het werk.” “De ondersteuning van de onderwijsassistent is enorm waardevol”, geeft een collega aan.
“Ik ben ervan overtuigd dat een goede schoolleider echt het verschil kan maken, ook richting zijn personeel”, zegt Slob tegen de directeuren. ’Ik zie mezelf als hitteschild’, zei Koelen tijdens de Nationale Schoolleiders Top in november tegen de minister. Die uitdrukking heeft de minister onthouden, zo blijkt. Slob: “Ik heb het een paar keer als voorbeeld gebruikt. Het is een prachtige omschrijving. Als de schoolleider alles wat op de school afkomt met de leraren deelt, belast je ze met een heleboel zaken die erg werkdrukverhogend zijn. Als je als een hitteschild dingen bij ze weg weet te houden, zet je ze in hun kracht en kunnen zij zich richten op de taken die primair tot hun verantwoordelijkheid horen.”
Met het wegvallen van een leerkracht in een van de hoogste groepen en geen vervanger kunnen krijgen, is de werktijdfactor van Koelen tijdelijk verhoogd, zodat hij nu twee dagen zelf voor de klas staat. Koelen: “Binnen de stichting hebben we de afspraak gemaakt: je gaat niet voor de klas als directeur want je hebt je eigen taken die heel erg belangrijk zijn. Dit is echter een noodsituatie die tot uitzondering leidt.”
 
Hoe kijkt u als minister aan tegen deze vervangingsproblematiek?
“De keuze die jullie hebben gemaakt is een hoge uitzondering, een noodzaak. We hebben beleid gemaakt hierop, dat is niet voor niets. Het is van belang dat je zo snel mogelijk een stap terug kunt doen. Want wie beschermt jou?” Koelen en Kerkhof wisselen begripvolle blikken uit. Het is duidelijk dat zij elkaar in de gaten houden en elkaar er op aan zullen spreken als zaken niet werken. “Ik heb de verantwoordelijkheid het lerarentekort terug te dringen met alles wat in mijn vermogen ligt”, zegt Slob. “We hebben allemaal een verantwoordelijkheid, we hebben hetzelfde doel: dat onderwijs aantrekkelijk is, dat er genoeg en goede mensen voor de klas staan en dat schoolleiders hun cruciale rol goed kunnen uitvoeren.”
 
Er is een behoorlijk bedrag beschikbaar voor de professionalisering van schoolleiders. Hoe ziet u de rol van de schoolleider bij professionalisering?
“Er is een behoorlijke groep schoolleiders die de komende jaren uitstroomt, er moet goede aanwas komen”, zegt de minister. “Aandachtsgebied is om daar tijdig in te investeren. Er moeten goede mensen klaarstaan die in de plaats van de uitstromende schoolleiders komen. Het onderwijs moet aantrekkelijk zijn, zodat ook mensen van andere sectoren kunnen instromen. Ook hier zie je de cruciale rol van de schoolleider, het belang van goed opgeleide leidinggevenden in het onderwijs. Schoolleiders verbinden zich dan ook aan een register en er zijn gelden voor hun professionalisering. Dat is beleid dat ik als nieuwe minister voortzet.”
Slob vervolgt: “De schoolleider is ook heel belangrijk voor de professionalisering van leraren. Hij maakt daar samen met het team beleid op. De schoolleider moet scherp zicht hebben op wat nodig is om het onderwijs van de toekomst te kunnen geven. Een mooi voorbeeld is hoe jullie bezig zijn met ict. Daar moeten leraren in meegenomen worden en intrinsiek voor gemotiveerd worden. Heel bepalend is dat de schoolleider zich niet beperkt tot de basale zaken als roosters maken en ouders informeren, maar ook met de bovenschoolse leiding bespreekt: wat voor visie hebben wij op onderwijs? Vinden we het belangrijk dat we Engels geven?”
 
Wat is het meest richtinggevend: het schoolbeleid of de ­individuele professionaliseringsbehoefte?
“Het beleid waar je als school heen wilt. Kijk naar de mensen die je hebt en de mogelijkheden die ze hebben. Hierin sturen en begeleiden is de taak van de schoolleider. Een goede schoolleider staat niet met zijn vinger omhoog van ‘zo moet het’, maar probeert mensen intrinsiek te motiveren en mee te krijgen. Als je die snaar weet te raken, en je mensen staan open om nieuwe dingen op te pakken en hebben door dat het de zwaarte van hun vak kan verminderen, krijg je een drive in de school. Dan moet er wel een duidelijke visie zijn. Hier een studiedag over ict beleggen legt één op één verbinding met waar je mensen mee bezig zijn. Dan willen ze zich inzetten en hebben ze er plezier in.” Adjunct Hannie Kerkhof: “Als juist aan de basis veel goed is geregeld, is er meer lucht voor ze. En dat zien ze.”
Slob: “Sommige leraren hebben meer taken dan uren waarvoor ze betaald worden. Als je als schoolleider daar niet scherp op bent, loop je het risico dat dat een heel jaar doorgaat. Hoe scherp heb je je keuzes met elkaar gemaakt? En wat vraag je van de leraar? Je vraagt het maximale wat ze in zich hebben, dat vragen we ook van leerlingen, maar de schoolleider bewaakt de grens. Ook hier weer de cruciale rol van de schoolleider: in de gaten houden wat acceptabel is.”
Slob vindt dat we met elkaar het imago van het onderwijs moeten bewaken. “We zijn met elkaar verantwoordelijk voor het collectieve beeld dat ontstaat richting samenleving. Natuurlijk zijn er problemen in de sector en daar moeten we aandacht voor hebben, maar kijk wat hier in de klassen gebeurt en de gesprekken die ik zojuist had met de leerkrachten. Dat zijn toppers die tot in hun tenen gemotiveerd zijn om met kinderen te werken. En daar zichtbaar van genieten. Ook dát is onderwijs. Dat beeld mag niet wegzakken onder een grauwsluier van problemen.”
 
Directeur Koelen: “Onze beide scholen zijn excellent, met heel gedreven teams die er met hart en ziel voor gaan. Ze accepteren een hoger werkdrukniveau. In een peiling van de AVS zijn heel veel werkdrukverlagende maat­regelen genoemd die schoolleiders hebben door­gevoerd. Een aantal van die zaken heb ik hier ook toe­gepast. Maar er is een grens aan wat je zelf kunt realiseren. Dan heb je middelen nodig.”
 
Wanneer kan een schoolleider volgens u nog in eigen beheer zaken oplossen?
Slob: “Dat er vanuit de overheid geld komt gaat gebeuren. Ik heb niet eerder meegemaakt dat er voor een sector zoveel geld is vrijgemaakt in het regeerakkoord. Ik moet zorgen dat er zo snel mogelijk plannen komen en dat het geld bij de scholen terechtkomt, zodat er op schoolniveau gebruik van kan worden gemaakt. Deze school stopt wellicht geld in ict, een andere school in meer handen in de klas en weer een andere school in een betere schoolleider. De specifieke situatie van de school moet mede bepalend zijn voor wat je gaat doen met de werkdrukgelden. Dan komt er structureel geld naar het onderwijs waarmee je keuzes kunt maken voor je school. Jij weet wat op deze school de goede knop zal zijn om in te drukken ter vermindering van de werkdruk. We vragen wel verantwoording voor wat er met dat geld gebeurt.”
 
De schoolleider in de nabije toekomst richt zich volgens u voornamelijk op?
“Hij zou zich vooral heel erg bewust moeten zijn van de verantwoordelijke positie die hij inneemt in zijn school, ook met betrekking tot hoe zijn personeel kan functioneren. Dat zou gisteren ook al zo moeten zijn…”
 
De schoolleider van de nabije toekomst heeft als grootste uitdaging?
“Het onderwijs verder te begeleiden naar de toekomst. Hoe we het vroeger deden verandert. Een bord met krijtje zie je bijna nergens meer. De schoolleider hoort ervoor te zorgen dat veranderingen door kunnen gaan. Ook ouders stellen zich anders op. Dat moet je kunnen managen.”
Slob specifiek tegen Koelen: “Dat je zo jong zulke dingen doet in de school en hoe je het doet, ik hoop dat je dat vast weet te houden. Stressbestendig zijn is belangrijk, want ook zwaardere momenten moet je kunnen beheersen. Je wordt bewaakt, dat heb je met je adjunct samen goed georganiseerd.” Een laatste boodschap van de minister aan alle schoolleiders: “Doe eerst dat wat je zelf doet goed, dan heb je meer recht van spreken naar de mensen om je heen.”
 
Het bezoek van minister Arie Slob aan De Bloeiende Betuwe vond plaats voordat het werkdrukakkoord in het primair onderwijs werd getekend.

Gepubliceerd op: 9 maart 2018

Verschenen in

Kader Primair 7 (2017-2018) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)