Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Dolf van den Berg: ‘Gelijke monniken gelijke kappen gaat niet op in het onderwijs’

Dolf van den Berg: ‘Gelijke monniken gelijke kappen gaat niet op in het onderwijs’

Auteur: Irene Hemels

“Het onderwijs piept en kraakt.” Het probleem is niet gering volgens emeritus hoogleraar Onderwijskunde Dolf van den Berg. Hij pleit voor een fundamentele herbezinning op het onderwijs, dat volgens hem te veel uitgaat van standaarden en het gemiddelde kind. Van een pedagogische relatie tussen leraar en leerling is nauwelijks nog sprake. 

Van den Berg spreekt van een diep fundamenteel probleem op de scholen. De vereiste en gewenste differentiatie, zoals onder meer met Passend onderwijs wordt beoogd, is niet mogelijk binnen het bestaande systeem, meent hij. “In het huidige leerstofjaarklassensysteem staat niet de individuele leerling centraal, maar de standaard. We standaardiseren onderwijstijd ongeacht de verschillen tussen leerlingen. We standaardiseren op doelen, op inhoud: iedereen moet hetzelfde doel bereiken, het liefst langs dezelfde middelen en volgens dezelfde normering. Vanuit de onjuiste overtuiging dat elke leerling gelijk is, wordt onderwijsbeleid gemaakt en onderwijs bestuurd. Dat leidt tot absurditeiten als recent de rel rond dyslectici bij het eindexamen. Dyslectici mogen de spellingcontrole wel aanzetten, maar krijgen dan te maken met de maximale aftrek van fouten omdat het examen voor iedereen gelijk moet zijn!”

Maakbaar
Naast standaardisering kenmerkt het leerstofjaarklassensysteem zich ook door maakbaarheid en beheersing, somt Van den Berg op. “De maakbaarheid staat erg hoog in het vaandel. We hebben een geloof in het rationeel beheersen van het onderwijs en denken daarbij te veel vanuit besturen en niet genoeg vanuit de leraar. We willen alles beheersen via de ratio, leggen kinderen langs een meetlat door met cijfers te werken en hebben een beoordelingssysteem opgezet dat is geënt op competitie.”
Doordat het leerstofjaarklassensysteem uitgaat van het gemiddelde kind per leeftijdsgroep en omdat elk kind verschillend is in zijn of haar ontwikkeling, doet het geen recht aan de individuele ontwikkeling. “De hoogbegaafde en wat zwakkere leerlingen komen niet aan hun trekken, het hele systeem is gebaseerd  op de gemiddelde leerling. Door dat gebrek aan respect voor elke individuele leerling is het ten diepste een onmenselijk, inhumaan systeem. Neem het zittenblijven. Het is toch raar dat je de leerling die niet mee kan komen, laat doubleren. Dat heeft niets te maken met het volgen van een leerling in zijn ontwikkeling.”

Schotten afbreken
Kortom, wil het onderwijs vormgeven aan een ononderbroken ontwikkelingsproces van elke leerling dan is dat niet mogelijk binnen de huidige structuur waarin de individuele leerling ondergeschikt is aan de ordening op basis van de leeftijd van leerlingen. Het stellen van essentiële vragen stelt ons in staat om tot goede oplossingen te komen, meent Van den Berg. “Elke leraar geeft zich voor meer dan 100 procent en loopt toch vast in administratielast en toetsdruk, waardoor hij het gevoel heeft niet toe te komen aan waar het werkelijk om gaat. Je kunt wel meer procedures gaan ontwikkelen zoals nu veelal gebeurt, maar dat is een heilloze weg omdat het in de kern niets verandert aan het fundamentele ordeningsprincipe waarbij alles vanuit de optiek van de gemiddelde leerling wordt gedaan. We moeten ons afvragen: Waarom sturen we op standaardisatie en beheersbaarheid? Waarom vergelijken we leerlingen in een systeem van competitie en wedijver? Waarom is de leeftijd van leerlingen het indelingscriterium? Uitzonderingen daargelaten stellen we deze vragen te weinig. Als je echt differentieert kom je namelijk tot het afbreken van schotten tussen klassen en scholen. Dat vindt men eng, maar ondertussen zitten we met een differentiatieprobleem dat door onszelf is ontstaan.”

Niet doelmatig
Uitgaan van een gemiddeld niveau en een leeftijdsordening is bovendien juist níet doelmatig en efficiënt, aldus de emeritus hoogleraar. “Sommige leerlingen kunnen veel meer, maar dat wordt niet bereikt. En heel veel leerlingen die wat zwak functioneren, hebben ontzaglijke stress om het niveau te halen dat van hen gevraagd wordt. Als we het onderwijs veranderen voor de betere en zwakkere leerlingen, verandert het ook ten goede voor de overige leerlingen. Door het onderwijs zo te organiseren dat het ontwikkelingsniveau en de eigen kwaliteiten en capaciteiten van een kind de uitgangspunten zijn, daag je alle kinderen meer uit.”

Eigen kind
Zowel aan schoolleiders als leraren stelt Van den Berg vaak de vraag: Als jouw kinderen nu op deze school zouden zitten, of over vijf jaar naar deze school zouden gaan, hoe zou je dan het onderwijs vormgeven? “Dit leidt tot boeiende discussies en creatieve ideeën. Je wilt altijd het beste onderwijs voor je eigen kind! Er zijn mooie voorbeelden waarbij de eigen organisatie geherstructureerd wordt en de pedagogische dimensie weer tot leven wordt gebracht. Integratie van vakken, meer projectwerk, de inrichting van niveaugroepen, de inrichting van een goed portfoliosysteem om de ontwikkelingsgang van elke leerling goed in beeld te krijgen. Zonder uitzondering zeggen leraren op scholen waar men het onderwijs op een andere manier is gaan organiseren dat het veel makkelijker is en er meer tijd en rust voor alle leerlingen is gekomen.”

Pedagogische dimensie
Opschudding van vanzelfsprekendheden en automatismen leidt tot herstel van de pedagogische dimensie in het onderwijs naar de overtuiging van de emeritus hoogleraar. “Pedagogische dimensie betekent dat elke leidinggevende en leraar goed weet wat de psychologische verschillen zijn tussen leerlingen en dat ze die verschillen goed kunnen waarnemen, herkennen en erkennen. En het onderwijs daarop proberen aan te passen. Daarbij hoort vertrouwen hebben in de kracht en kwaliteit van elke leerling, of die nu het syndroom van Down, adhd of dyscalculie heeft. Je daagt leerlingen meer uit door uit te gaan van hun eigen kwaliteit en capaciteit, daardoor ontwikkelt een leerling zich verder.”
Voor deze door Van den Berg begeerde herbezinning op het onderwijs ligt de sleutel in handen van de leraar die zich meer toelegt op het pedagogisch handwerk. “De persoonlijke, pedagogische relatie tussen leerling en leraar maakt het mogelijk om zich te verbinden aan de leerling en hem te ondersteunen in zijn ontwikkeling. Het mag niet meer gaan om concurrentie, wedijver of het gemiddelde kind. Een leraar gelooft in de leerling, motiveert en moedigt hem aan. Zo draagt hij bij aan gedegen, gedifferentieerd onderwijs, waarbij minder sprake zal zijn van de ontwrichtende krachten van de instrumentele rationaliteit.”
 
Leerkring Herstel van de pedagogische dimensie
In september start onder leiding van Dolf van den Berg en Jos Hagens de leerkring ‘Herstel van de pedagogische dimensie’ bij het AVS Centrum Educatief Leiderschap. Meer informatie en aanmelden: www.avs.nl/cel/lhpd

Gepubliceerd op: 18 april 2016

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)