Home » Artikelen » Doeners laten doen
Zo kan het ook! Good practice

Doeners laten doen

Auteur: Andrea Holwerda

Scholen voor funderend onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdagingen aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Door al in het eerste jaar praktijkvakken te geven, weet het Rotterdamse Beroepencollege De Swaef (vmbo) de motivatie van leerlingen vast te houden, resultaten te verbeteren en nieuwe leerlingen te trekken.

Vmbo-locatie De Swaef van het Wartburg College in Rotterdam zag zes jaar geleden haar leerlingenaantal steeds verder teruglopen. “We hadden last van het niet al te beste imago van het vmbo”, vertelt toenmalig directeur Jaap van Dam. “De onderwijsresultaten waren ook niet denderend. Dat vertaalde zich in krimp van de leerlingenaantallen naar 550. Daardoor werd het moeilijker onze afdelingen goed gevuld te krijgen. Vervolgens kwamen we ook financieel in zwaar weer.” Reden voor de betrokkenen om over te gaan tot actie. Uit een analyse bleek dat de inrichting van het onderwijs op de school niet goed paste bij de leerstijl van de leerlingen.Waar ze tijdens de open dag enthousiast raakten bij het zien van de praktijklokalen, kregen ze eenmaal op De Swaef pas na twee jaar praktijklessen. “De motivatie van onze doeners was dan zo gezakt”, stelt Van Dam. “Dat moest echt anders.” Dit leidde tot het plan voor het omvormen van De Swaef tot Beroepencollege. “Speerpunt was dat de leerlingen in het vervolg vanaf de start een dag in de week praktijkvakken kregen”, vertelt Van Dam. In het eerste jaar kan tijdens die acht uur kennis worden gemaakt met alle zeven afdelingen: van bouwtechniek, zorg & welzijn tot handel & verkoop. Om vervolgens in het eerste deel van het tweede jaar de uren op de twee favoriete afdelingen in te vullen, en in de tweede helft van het jaar en verder op de afdeling waar een leerling examen wil doen. Om dit waar te kunnen maken, moest het team er flink de schouders onder zetten. “Maar iedereen voelde de urgentie”, stelt Van Dam. Om ruimte te krijgen voor de praktijkuren werd besloten zaakvakken als geschiedenis, aardrijkskunde en economie te clusteren tot één vak. Van Dam: “Docenten gingen samen aan de slag met het maken van nieuw lesmateriaal.” Ook de praktijkdocenten bogen zich over te geven lessen. “Die kregen nu leerlingen van 12/13 jaar en bij alle vakken jongens én meisjes.” Met natuurlijk verloop en docenten die ook praktijklessen konden en wilden geven, is het schuiven in de uren opgevangen. In de afgelopen vier jaar is met de leerjaren mee aan de verdere uitwerking van de nieuwe aanpak gewerkt. Zo werd besloten om tweede- en derdejaars samen les te gaan geven, om van elkaar te kunnen leren, maar ook de praktijklokalen goed gevuld te hebben. Er is geïnvesteerd in gereedschap en machines. En er is op gelet dat met de aandacht voor de praktijk, de aandacht voor de theorie niet helemaal zou verslappen, vertelt Van Dam. Er is gediscussieerd over hoe de theorievakken beter op de praktijkvakken kunnen aansluiten. “Het was een spannende tijd”, concludeert hij. Maar goed was volgens hem tegelijkertijd het enthousiasme bij iedereen verder te zien groeien. “En dat leerlingen nu bewuster voor een afdeling kiezen. Dat ze trots zijn op wat ze doen. Er zijn door de eerste examenleerlingen ook betere resultaten behaald.” Het leerlingenaantal steeg daarnaast naar 700. De exploitatie is sluitend. Van Dam gelooft er dan ook in dat het concept werkt. Net als zijn opvolger Gerard den Besten, die dit schooljaar het stokje van hem overnam. “De basis is goed. Daar bouwen we nu op verder.”

Ook een creatieve aanpak op uw school? Mail naar communicatie@avs.nl o.v.v. ‘Zo kan het ook!’

Gepubliceerd op: 6 februari 2015
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)