Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Die hut moet instorten!’
Risicovol spelen op het ‘trainingsveld’ voor het leven

‘Die hut moet instorten!’

Auteur: Lisette Blankestijn

Veel kinderen bewegen te weinig. En als ze buitenspelen, is het beweegaanbod beperkt. Gevolg: meer ernstige valpartijen, motorische en sociale onhandigheid en minder kennis van de natuur. Daarom zijn uitdagende speelpleinen en buitenlessen waarbij je vies kunt worden belangrijk. Maar hoe ga je om met het risico dat daarbij ook weleens wat mis kan gaan?

Het is prachtig geworden, het nieuwe speelplein van basisschool Ter Does in Hoogmade. Een groep enthousiaste ouders ontwierp samen met een landschapsarchitect een plein in de stijl van een boerderijtuin. Het ziet er fantastisch uit. Kers op de taart, dankzij een gift: een echte tractor om lekker op te klimmen. Onklaar gemaakt, uiteraard. Maar helaas staat er een hekje eromheen; de tractor is vooralsnog een decorstuk. Nadat de keuringsdienst met stalen vingers had aangetoond dat er een gevaar was voor beknelling, mocht het toestel niet gebruikt worden. “Als je als school net wat anders wil, een speelvoorziening die wat uitdagender is dan een klimrekje, loop je tegen zoveel dingen aan”, verzucht directeur Kees Hagenaars. “En dat is jammer. Onze ouders zijn heel enthousiast; een enkeling is huiverig. Met het schoolbestuur van WIJ de Venen onderzoeken we nu de juridische mogelijkheden. Maar elke stap kost geld en ik kan het risico niet dragen dat ik aansprakelijk word gesteld als er iets gebeurt met een niet-gecertificeerde speelvoorziening.” Op hetzelfde plein in Hoogmade liggen even verderop rioolbuizen waar de kinderen doorheen zouden kunnen kruipen. Helaas: er zaten nog wat scherpe randen aan en die krijg je niet zomaar glad. Dus ook dit speelobject is voorlopig alleen nog om naar te kijken, vertelt Hagenaars. “Vroeger speelden we anders. Ik keek Ivanhoe en daarna gingen we elkaar met stokken (‘zwaarden’) te lijf. Dat kan nu niet meer. Kinderen moeten leren om risico’s te nemen, maar tegenwoordig worden ze vaak als prinsjes en prinsesjes beschermd.”
 
Bijenhotel
Dirk Vermeulen, adviseur bij het Kenniscentrum Buitenspelen, ziet in zijn praktijk veel gedoe rondom regeltjes en keurmeesters die ook niet altijd van de hoed en de rand weten. “Een kinderdagverblijf had een bijenhotel, maar de GGD keurde het af. Te gevaarlijk. Terwijl daar alleen solitaire bijen komen, die in principe niet steken.” Aan beknellingsrisico’s is vaak makkelijk wat te doen, vertelt Vermeulen. “Als je een ijzeren plaatje ergens op last, is het vaak wel verholpen. Als je alle risico’s uitsluit, krijgen kinderen problemen met hun motorisch managementsysteem. Armbreukrisico hoort bij opgroeien. De meeste kinderen weten vrij snel dat vallen en pijn er nu eenmaal bij horen. De veiligheidsnormen zijn er om risico’s uit te sluiten die kinderen niet kunnen overzien. Bijvoorbeeld dat een kind met een kettinkje kan blijven haken terwijl het ergens af glijdt.” Het hoofdknelrisico is berucht. “Als een kind ergens met de benen en billen doorheen kan, dan kunnen normaliter ook de buik en schouders erdoor. Maar het hoofd is in verhouding nog heel groot.” Reden voor een Rotterdamse school om de patrijspoortjes in haar speelboot dicht te lassen.” De meeste mensen vinden dit soort zelfgeorganiseerde toestellen gewoon leuk, weet Vermeulen. “We maken het elkaar moeilijker dan nodig. Aansprakelijkheid is niet te voorkomen. Ik adviseer meestal om na de keuring de grootste risico’s weg te werken, aangevuld met een pedagogisch verhaal dat risico’s bij opgroeien horen. Ook kan een schoolbestuur zich hard maken en voor het beleid gaan staan.”
 
Ravotten
Voor ontwikkelingspsycholoog Steven Pont is dit onderwerp zo belangrijk dat hij zijn naam verbond aan een campagne Risicovol spelen van VeiligheidNL. “We kunnen kinderen niet beschermen tegen het leven; we moeten hen ervoor klaarstomen. Dus moet er op het trainingsveld het een en ander kunnen gebeuren. Kinderen moeten ravotten; ze vallen heel vaak, als het goed is. We hebben onze kinderen nog nooit zo goed beschermd als nu. Tegelijkertijd roepen we steeds wat een gevaarlijke wereld het is en neemt het aantal kinderen met faalangst toe. Uiteraard moeten we basisveiligheid garanderen, maar een foutloze jeugd leidt niet tot een foutloos leven.”
 
Veerkracht
Het toverwoord is veerkracht, legt Pont uit. “Resilience. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die risicovol mogen spelen, meer mentale veerkracht hebben. Dingen moeten gecontroleerd fout gaan, want dan kun je leren. Dat gebeurt niet met een iPad: die geeft kinderen een gevoel van meesterschap met levels, waardoor ze denken dat ze heel snel vorderingen maken. Bij het buitenspelen leer je wél hoe je je moet hernemen na een teleurstelling. Dat hoort gewoon in de pedagogiek, dus moeten we het toestaan en op onze speelplekken niet te angstig zijn. Die hut moet instorten! Herpak ik mezelf en bouw ik hem weer op? Er mag best wat frustratie terug in de pedagogiek.”
Buil
In de praktijk ziet Pont dat je pedagogisch medewerkers niet zenuwachtiger kunt maken dan met een overdracht van een kind met een buil op zijn hoofd. “Terwijl je het ook kunt omdraaien: ‘Ouders, als uw kind bij ons in al die jaren geen buil oploopt, doen wij ons werk dan wel goed?’ We willen kinderen toch niet voorbereiden op een gewatteerde wereld? Scholen zouden minder bang moeten zijn voor claims en hun pedagogisch beleid goed moeten uitleggen. ‘Zo doen we het, en ja, we hebben een verbandtrommel die we soms ook nodig hebben – maar dat is met een reden’.”
 
Toestemmen
Het verantwoorden naar ouders toe is voor veel scholen een drempel, merkt Judith Stolwijk, zelfstandig sportpedagoog, docent Bewegingsonderwijs aan de pabo en vakleerkracht van groep 7. “Je leert de wereld kennen met je lichaam, van liggen tot kruipen naar lopen en klimmen. Het is belangrijk ouders mee te nemen en uit te leggen waarom kinderen risico’s moeten leren nemen. Ikzelf doe dit meteen de eerste ouderavond – de rest van het jaar klaagt niemand over een kapotte knie. Laat ouders ook uitspreken waarvoor ze bang zijn.” Hun instemming doet ertoe: “De eerste drempel die een kind ervaart, is de ‘mag ik’? Pedagogische professionals zijn zich daarvan niet altijd bewust. Een toestemmend knikje van ouder of leerkracht is van groot belang. Volwassenen moeten het spelen faciliteren met aanvaardbare risico’s.”
 
Sociale competenties
Kinderen lijken op dit moment minder risicocompetent dan vroeger: ze kunnen minder goed omgaan met fysieke uitdagingen. Maar Stolwijk ziet meer redenen om risicovol spelen en bewegen te stimuleren. “Als kinderen in aanraking komen met het verkennen van hun eigen grenzen, dan levert dat (sociale) competenties op: ze kunnen elkaar helpen grenzen aan te geven en te verleggen. En ze ervaren dat een ander kind ergens misschien veel beter in is.” Stolwijk beschrijft de ‘No Rules School’ in Nieuw Zeeland, waar leerlingen alles mogen meenemen om op het schoolplein mee te spelen. “Het pestgedrag werd minder, het zelfvertrouwen en de leerprestaties gingen omhoog. Een nationale verzekering ondervangt het risico op kosten.” Risico’s nemen heeft ook impact op de hersenontwikkeling: de prefrontale cortex ontwikkelt zich (mede) door het ervaren van verschillende risico’s. Nog een tip voor leerkrachten? “Het is niet erg om je een keer om te draaien als je wat spannends ziet gebeuren. Vindt een collega het misschien minder eng? Laat hem of haar dan die activiteit begeleiden.” 
 
 
Zie ook: Handboek Personenschade (2017) o.a. over aansprakelijkheid van scholen. Deventer: Wolters Kluwer
 
 
De spelregels
In Nederland regelt het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) wat speeltoestellen zijn en waaraan ze moeten voldoen. Ze mogen ‘bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens.’ Volgens het WAS moeten speeltoestellen voor het openbaar domein voldoen aan Europese productnormen. De leverancier levert bij elk speeltoestel plaatsings- en onderhoudsvoorschriften. Het WAS schrijft een risicoanalyse voor. Speeltoestellen die onder Europese productnormen worden verkocht, worden geacht hieraan te voldoen. Zelfgemaakte/bedachte speelvoorzieningen (zoals een stuk boom waarop geklommen kan worden of een tractor zoals in Hoogmade) moeten worden voorzien van zo’n risicoanalyse. Een goede ontwerper kan die zelf opstellen. De school kan deze analyse laten checken bij het Keurmerkinstituut. Soms volgt dan een aanwijzing om bijvoorbeeld het risico op vingerknellen aan te pakken.
 
Lekker vies 
Tijdens de jaarlijkse internationale ModderDag, dit jaar op 28 juni, roept IVN Natuureducatie iedereen – waaronder scholen, bso’s en kinderdagverblijven – op om naar buiten te gaan en contact te hebben met natuur en aarde. Basisschool Natuurlijk! in Venlo-Blerick deed vorig jaar mee. Voor Anouk Huijs (leerkracht groep 2/3 en Leraar van het jaar 2019) was dat een heel bijzondere dag: “Veel kinderen zijn niet meer zo gewend om buiten te spelen en vies te worden. Ze waren heerlijk sensorisch bezig – hoe voelt modder eigenlijk? Modder is geen standaard speelgoed, maar de leerlingen dachten out of the box en merkten dat je er wel wat mee kunt. Ook was die dag heel goed voor de sociale vaardigheden. Sommige kinderen wilden een moddergevecht doen. Welke regels spreken we af? De ouders waren net zo enthousiast als wij.”
Scholen organiseren de ModderDag zelf en melden hun activiteit aan. Ze krijgen dan materialen, zoals checklists, draaiboeken en een poster.
 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 11 mei 2019

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)