Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » De wereld binnen handbereik

De wereld binnen handbereik

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

Van kleuters die Engels leren, een uitwisselingsproject met Spanje tot een internationaal universitair onderzoek; er gebeurt al van alles aan internationalisering in het onderwijs. Om kinderen op te leiden tot wereldburgers pleit de Onderwijsraad voor een integrale aanpak.

Kinderen groeien op in een global village: door nieuwe media ligt de hele wereld binnen handbereik. De culturele diversiteit neemt toe, terwijl er tegelijkertijd sprake is van individualisering. De Nederlandse samenleving verandert sterk en dat werkt door in het onderwijs. “Onze taak is leerlingen voor te bereiden op die veranderde wereld”, vertelt Wil Fritz, schoolleider van de Edese schoolvereniging. “Burgerschap alleen is niet genoeg, het gaat om wereldburgerschap. Dat vraagt nog meer aan kennis en vaardigheden om kinderen een stevige basis te geven, van waaruit ze kunnen kijken zonder oordelen en openstaan voor anderen.

Moeilijk onderwerp
Burgerschap blijkt een moeilijk onderwerp voor scholen. Volgens de inspectie doen scholen er allemaal wel iets aan, maar is dat weinig planmatig. Wereldburgerschap is dan wellicht helemaal een stap te ver? Volgens Fritz kan juist internationalisering een belangrijke rol spelen om leerlingen goed toe te rusten. Sinds zijn aanstelling in 2005 werkt de Edese schoolvereniging volgens een integrale aanpak. Zo werkt de vvto-E school met EarlyBird, het programma voor ‘meer, beter en vroeger’ Engels op de basisschool. Alle groepen krijgen een deel van de reguliere lesstof in het Engels aangeboden. De school heeft ook een vakleerkracht Engels. Kleuters zingen bijvoorbeeld Engelse liedjes en vanaf groep 5 leren leerlingen lezen en schrijven in het Engels. “Door vroeg te beginnen met Engels geef je kinderen een cadeautje voor het leven”, vertelt Fritz, die in Rotterdam als directeur van een van de eerste EarlyBird-scholen al veel ervaring opdeed. “Kinderen maken zich tot een jaar of zeven de klanken nog goed eigen, wat belangrijk is voor een juiste uitspraak.”

Engels opent bovendien het venster naar de buitenwereld. “Het is een wereldtaal en daarmee een middel om te kunnen communiceren”, vertelt de schoolleider, die allerhande uitwisseling toejuicht en heeft ingebed in het onderwijsprogramma. Zijn school heeft zojuist een project van tweeëneenhalf jaar afgesloten waarin scholen uit vijf Europese landen zich bezighielden met het thema ‘zintuigen’. Scholen bezochten elkaar en leerlingen maakten presentaties over vragen als ‘hoe smaakt het kerstdiner’ of ‘hoe ruikt de omgeving van de school’? Fritz: “Leerlingen ontdekken dat het nogal verschil maakt of je in een drukke stad als Palermo woont of in het bosrijke Ede. Zo’n project maakt op een mooie manier de wereld groter voor ze.”

Grote internationale projecten kosten veel tijd en energie. Volgens Fritz krijg je er veel voor terug, maar moet je leerlingen en leraren er zeker ook niet mee overvoeren. Het is zoeken naar de juiste balans. Je hoeft ook niet per se naar het buitenland. “Skype is een mooi en veelgebruikt middel, hoewel echte ervaringen zoals leven in een gastgezin niet zo snel te vervangen zijn.” Scholen die willen beginnen raadt hij aan om contact op te nemen met EP-Nuffic, het expertisecentrum voor internationalisering in het onderwijs. “Er is zoveel mogelijk. Kijk wat bij je school past en ga er gewoon voor. Wat is er mooier dan leerlingen onvergetelijke ervaringen bieden?”

Inbedden in curriculum
Waarom wil je als school iets aan internationalisering doen? Het begint met visie, benadrukt Myrna Feuerstake, teamcoördinator primair onderwijs bij EP-Nuffic. “Veel scholen vragen zich af hoe ze internationalisering kunnen oppakken, maar er zit nog een vraag voor. Aan welke competenties wil je werken, wat wil je bereiken? Pas als je helder hebt wat je wilt, kun je daar de activiteiten bij zoeken.” of kunst. Op die manier is het niet iets wat er nog eens bovenop komt.” De kosten worden vaak als knelpunt gezien, maar ook hier is meer mogelijk. Zo zijn er verschillende subsidies die tweetalig onderwijs of buitenlandse projecten mogelijk maken. En steeds meer gemeenten – zoals Amsterdam, Leiden en Den Haag – maken geld vrij om Engels op de basisschool goed vorm te geven. “Het leren van een vreemde taal is niet belangrijker dan het leren omgaan met andere culturen”, vindt Feuerstake. “Maar een taal is wel hét instrument om anderen te kunnen begrijpen en daadwerkelijk te kunnen samenwerken.”

Plusdocument
Sophianum, scholengemeenschap voor vmbo tot en met gymnasium, ligt vlak bij de grens met België en Duitsland en is een van de 39 Elos-scholen die Europese en internationale oriëntatie in het curriculum hebben opgenomen. Tijdens lessen en vakoverstijgende projecten is er intensief aandacht voor Europa en de wereld en er zijn uitwisselingsprojecten en stages in het buitenland. Sophianum legt bovendien waar mogelijk een verbinding met internationalisering. Voor het Technasium worden bijvoorbeeld ook opdrachtgevers uit het buitenland gezocht. Daarnaast is er een internationale stroom waarin vwo-leerlingen extra projecten in het buitenland kunnen doen of internationaal erkende taalcertificaten behalen. “Voor onze school is het heel logisch om Euregionaal te denken en leerlingen wegwijs te maken in het wonen en werken over de grens”, legt directeur Hans Hupperetz uit. “Het leren van een vreemde taal is ook onmisbaar voor doorstroming naar de universiteit of het hoger onderwijs.”
De school biedt geen tweetalig onderwijs, maar heeft ervoor gekozen leerlingen meertalig op te leiden. Hupperetz: “We zitten op fietsafstand van Franstalig België, dus Frans is belangrijk, net als Duits en Engels. Dus hebben we gekozen om deze drie talen vanaf de onderbouw aan te bieden en hiervoor extra uren uit te trekken.” EP-Nuffic stimuleert doorlopende leerlijnen naar het vervolgonderwijs. Zo wordt er gewerkt aan een eindtoets Engels die laat zien welk Europees referentieniveau de leerling in groep 8 behaald heeft. Het expertisecentrum maakt zich sterk om eindexamens in een andere taal dan het Nederlands af te nemen en juicht de komst van het plusdocument toe, een soort bijlage bij het vo-diploma waarin alle extra activiteiten en taalcertificaten kunnen worden opgenomen. “Prima ontwikkelingen”, vindt directeur Hupperetz. “Veel zaken waardoor leerlingen groeien krijgen geen plek op het diploma, waardoor ze onzichtbaar blijven. Het leven in gastgezinnen, een cursus EHBO of een maatschappelijke stage zijn bouwstenen voor burgerschap die we als school hebben geïntegreerd in vakken en activiteiten. Door ze op het plusdocument te vermelden, krijgen ze status.”

Betekenisvoller
Volgens de directeur is internationalisering voor alle scholen van belang en ook haalbaar door eigen accenten te leggen. Begin bij het personeel, adviseert hij. “Door te investeren in leraren die scholen in het buitenland bezoeken, ontstaat er bewustwording hoe belangrijk internationalisering is. Hun ervaringen zie je in de lessen terug. Door een vak te koppelen aan internationalisering, wordt het betekenisvoller voor de leerling waardoor de motivatie toeneemt, en daarmee weer de arbeidssatisfactie van leraren.”
Verder noemt hij het essentieel om als schoolleiding vierkant achter het belang van internationalisering te staan. “Als het initiatief alleen van leraren komt, wordt het lastig om het goed van de grond te krijgen. Scholen zullen leraren moeten faciliteren door ruimte vrij te maken in het taakbeleid en door het bieden van scholing. Er gaat veel tijd in zitten en niet alles is natuurlijk mogelijk, maar het bieden van een bredere blik op de wereld is een verrijking voor de hele school.”

Meer informatie: www.epnuffic.nl en www.internationalisering.nl

Gepubliceerd op: 9 mei 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)