Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » De spelregels van het vak bepalen
Apart hoofdstuk voor schoolleider in CAO PO 2014

De spelregels van het vak bepalen

Auteur: Joëlle Poortvliet

Duidelijkheid over de normjaartaak voor schoolleiders, een breder alternatief voor de BAPO-regeling en de bestuurders-cao integreren in de eerste volledige CAO PO. Tel daar bij op dat elke school in principe een directeur heeft en dat schoolleiders zelf over hun professionaliseringsbudget kunnen beschikken en je hebt grofweg de vijf punten waarmee de AVS de cao-onderhandelingen is ingegaan. Een heldere én haalbare inzet.

Elk jaar opnieuw worden arbeidsvoorwaarden voor onder andere schoolleiders vastgelegd in de CAO PO. De AVS vertegenwoordigt haar achterban in werkgroepen en commissies waarin sociale partners de gewenste regelingen voor alle werkenden in het primair onderwijs formuleren. Ook in de cao-onderhandelingen met de PO-Raad verdedigt de AVS de positie van de schoolleider. Nieuw is dat werkgevers- en werknemersorganisaties per 2014 ook de primaire arbeidsvoorwaarden mogen bepalen (salaris, bovenwettelijke uitkeringen, normjaartaak). En nieuw is AVS-woordvoerder Paul van Lent, die zich samen met onderhandelaar Harry van Soest over zowel de grote lijnen als de minutieuze details van de cao buigt.

Want detailwerk is het zeker, geeft Van Lent glimlachend toe. Hij en zijn collega Van Soest bemannen tevens de vijfkoppige helpdesk van de AVS waar cao-gerelateerde vragen bijna dagelijks binnenkomen. Neem de werktijdfactor (wtf). Van Lent: “De omvang waarop iemand wordt benoemd telt vier cijfers achter de komma. Als ik anderhalve dag werk, ben ik aangesteld voor – ik noem maar een gek voorbeeld – 0,2637 wtf.” Wtf is iets anders dan fte: de fulltime-equivalent. Dat gaat over de functie. Van Lent: “1 fte is een volle baan.” Van Soest: “Nou ja, een volle baan is eigenlijk 1,08 wtf. Formeel moeten we dat op 1,0000 houden. Maar wil je 1 fte invullen, dan heb je 1,08 persoon nodig.” Van Lent: “Kortom: stroperige materie.”

Op de schop
En daar moet vanaf dit jaar verandering in komen. De CAO PO gaat ingrijpend op de schop. Officieel is de huidige cao over de secundaire arbeidsvoorwaarden – deze liep tot en met 2012 en is nog anderhalf jaar verlengd – nog afgestemd met de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO), een overkoepelende orgaan van besturenorganisaties zoals de VOS/ABB en de Besturenraad. Sinds de oprichting van de PO-Raad in 2008 neemt de raad informeel het werkgeversdeel voor haar rekening. De WvPO hief zichzelf op en inmiddels is het ledenpercentage van de PO-Raad voldoende om ook officieel de werkgevers in het cao-overleg te vertegenwoordigen. Bovendien komen vanaf 2014 ook de primaire arbeidsvoorwaarden aan bod, voorheen bepaald door het ministerie. Dit betekent dat de sociale partners, waaronder de AVS, niet alleen gaan over de uitvoerende kant van benoeming, salaris en ontslag (secundaire voorwaarden), maar ook over de hoogte van de salarissen zelf, de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en het aantal uren in de normjaartaak (primaire arbeidsvoorwaarden).

Een mooie kans om er één logisch geheel van te maken. En het mag zeker eenvoudiger, beknopter en ook moderner, vinden de AVS’ers. Om dit voor elkaar te krijgen is in 2013 het hele onderwijsveld geraadpleegd. Van Soest: “Van onder tot boven hebben werknemers aan mogen geven wat er volgens hen in hun cao geregeld moet worden.” Het Innovatieschrift, waarin de verkregen informatie en standpunten zijn verzameld en gebundeld, vormt voor de sociale partners de basis om de nieuwe cao op te bouwen. Voor de eigen achterban hebben Van Lent en Van Soest ingezet op vijf punten. In willekeurige volgorde:

• Duidelijkheid over de normjaartaak. Welke taken horen bij een directeur en welke omvang brengt dat met zich mee? Van Soest: “Er is op dit moment geen onderscheid tussen onderwijsgevend personeel en directie. De wtf voor directeuren wordt berekend op basis van lestijd, terwijl zij in veel gevallen helemaal niet voor de klas staan.” Van Lent: “Die duidelijkheid over directietaken moet er snel komen, dat is hard nodig.”

• Een goede vervangings-/overgangsregeling voor de BAPO (zie kader).

• Elke school een directeur. Zo staat het in de wet op het primair onderwijs en daar worden besturen ook naar bekostigd. In krimpsituaties met kleine scholen kunnen uitzonderingen zich voordoen, maar in principe zou ook dan een directeur niet meer dan twee BRIN-nummers moeten aansturen. Van Lent: “Zodra het er meer worden, zien we in de praktijk dat leidinggevende taken – het voeren van gesprekken, aanspreekpunt zijn voor ouders, het regelen van de dagelijkse gang van zaken – terechtkomen op het bord van iemand die als leerkracht wordt betaald. Dat willen wij blokkeren.”

• Professionalisering van schoolleiders. Dit onderdeel is al opgenomen in de huidige cao (artikel 9.6), alleen moet het geld dat de minister hiervoor beschikbaar heeft gesteld – gemiddeld 2.000 euro per directeur – op persoonlijke basis beschikbaar komen. Van Lent: “We horen nu verhalen van besturen die tegen hun directeuren zeggen: ‘we gaan je dat bedrag nu niet toekennen, maar sparen het drie jaar op’. Daar zit de gevaarlijke kant aan dat het geld drie jaar later aan iets anders is besteed. Daarom willen we het oormerken.”

• Duidelijkheid over de status van de cao bestuurders. De Wet normering topinkomens (2012) eist dat ook bestuurders (als werknemers) onder een cao vallen. Ook in het po hebben zij inmiddels hun eigen arbeidsvoorwaarden. Althans, bestuurders die lid zijn van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) kunnen aanspraak maken op de door hen geformuleerde cao. Andere bestuurders vallen onder de CAO PO. Van Soest: “Voor onze leden die een bestuursfunctie vervullen willen wij duidelijkheid: blijft de bestuurders-cao zelfstandig naast de onze bestaan, of maken we hem onderdeel van? Wij zijn voorstander van dat laatste.”

De vijf punten zijn geïnspireerd door het Innovatieschrift, waaraan volgens Van Soest en Van Lent opvallend veel schoolleiders hebben meegedaan. Ook heeft het duo de inzet afgestemd met de eigen AVS-commissie Arbeidsvoorwaarden & personeelsbeleid. Deze commissie komt zo’n vier tot zes keer per schooljaar bij elkaar en bestaat uit acht personen. Er is ruimte voor nieuwe leden. Van Lent: “Deze commissie is hèt gremium waar AVS-leden kunnen meepraten en meedenken over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden voor schoolleiders. Ook kunnen ze delen wat op het gebied van personeelsbeleid in hun eigen school speelt.”

Leiderschap cruciaal
Van Lent en Van Soest ervaren in de diverse overleggen en aan de onderhandelingstafel ruimte voor de positie van de schoolleider. Ondanks dat leidinggevenden qua aantal ver onderdoen voor bijvoorbeeld leerkrachten in het po (onder andere vertegenwoordigd door de AOb en CNV). Van Lent: “Het zou anders zijn als de sociale partners zeggen: ‘Nee hoor, een school heeft helemaal geen directeur nodig’. Dan hadden we een probleem en zouden we als kleine partij moeten opboksen tegen tegenovergestelde standpunten.” Maar zoals het er bij het ter perse gaan van deze Kader Primair naar uitziet, krijgen schoolleiders voor het eerst een eigen hoofdstuk in de cao, waar alle voor hen relevante regelingen en condities worden toegelicht. Van Lent: “Ook in de voorstellen van andere bonden wordt de rol en positie van de directeur beschreven in termen als ‘cruciaal’. Leiderschap doet er toe.”

Van Soest en Van Lent laten in elke bijeenkomst hun stem horen. “’Denk daarbij ook aan de schoolleider, vergeet de positie van de schoolleider niet, de schoolleider moet daar ook een stukje in krijgen’. Door dat stelselmatig te zeggen krijgen we stap voor stap meer grip, en wellicht meer invloed, om het hoofdstuk schoolleiders gerealiseerd te krijgen.”

Meer weten
Onderwijsbonden en werkgeversorganisaties hebben met veel mensen uit het primair onderwijs gebrainstormd en gediscussieerd over een nieuwe CAO PO. De uitkomsten van deze sessies zijn gebundeld in het Innovatieschrift ‘mijn werk, onze scholen’, zie www.avs.nl/dossiers/personeelsbeleid/caopo.
Op dit moment onderhandelen werkgevers en werknemers over de nieuwe CAO PO 2014. Zodra het mogelijk is zal de AVS hierover meer informatie verstrekken. Tot het vaststellen van de CAO PO 2014 is de verlengde CAO PO 2013 van kracht, zie www.avs.nl/ vereniging/publicatiesenproducten/caopo2013.

AVS-leden die interesse hebben in deelname aan de commissie Arbeidsvoorwaarden & Personeelsbeleid, kunnen contact opnemen met Harry van Soest, h.vansoest@avs.nl, tel. 030-2361010.
 

Van BAPO naar duurzame inzetbaarheid
‘Gooi geen oude schoenen weg voor je nieuwe hebt’

De BAPO (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen Primair Onderwijs) is ooit in het leven geroepen om jongeren kans te geven op een baan in het onderwijs. Werknemers leverden allemaal een stukje loon in om vanaf 52 jaar minder te kunnen gaan werken. Ook de werkgever droeg daar aan bij. Door ophoging van de pensioenleeftijd en versobering van mogelijkheden om eerder te stoppen met werken, past de BAPO niet meer in deze tijd. Bovendien wordt het met een vergrijzend onderwijspersoneelsbestand erg duur. In de nieuwe CAO PO komt het woord BAPO niet meer voor, maar dat betekent niet dat er geen regeling komt.

Paul van Lent, cao-woordvoerder voor de AVS: “Je kunt niet zeggen: ‘We stoppen met de BAPO en morgen moet iedereen zijn rechten inleveren’. We moeten goed nadenken over een goede overgang. Je gooit geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. Het gaat om de vraag: hoe houden we mensen vitaal aan het werk gedurende hun hele loopbaan? Een jonge leerkracht wil misschien van faciliteiten gebruik maken om een gezin te stichten, terwijl een veertiger behoefte heeft aan een studie of wereldreis en daarvoor langdurig verlof wil opnemen. Of denk aan de werknemer die voor een zieke echtgenoot of ouder moet zorgen, ongeacht zijn of haar leeftijd. Voor de oudere collega’s is het wellicht nodig – en dat kan individueel sterk verschillen – om iets minder te werken, of om hun expertise anders in te zetten. Bij ‘duurzame inzetbaarheid’ kun je aan veel meer dingen denken dan alleen een specifiek budget voor de 52-plusser.”

Gepubliceerd op: 14 januari 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)