Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Denken in groepen zit maatwerk in de weg’
Gepersonaliseerd onderwijs op nieuwe vernieuwingsscholen

‘Denken in groepen zit maatwerk in de weg’

Auteur: Jaan van Aken

Vernieuwingsscholen laten zien dat het mogelijk is het onderwijssysteem zo in te richten dat het zich aanpast aan de ontwikkeling van individuele leerlingen. Bij basisschool De Verwondering kiezen kinderen zelf voor het leesland, rekenwoud of fantasierijk. Op De Nieuwste School in Tilburg doen leerlingen veel onderzoek en zijn zo eigenaar van hun eigen leerproces.

Twee papieren vliegtuigjes scheren door de hal van basisschool De Verwondering in Lent. Verwondering in optima forma, want de ‘piloot’ vraagt zich af waarom het ene vliegtuigje harder gaat. Door de scherpere punt, is na enig nadenken zijn conclusie. Het jongetje speelt op leerplein 1 voor groep 1-3, dat hij deelt met 130 andere kinderen. Hij had ook kunnen kiezen voor de ruimtes leesland, rekenwoud of fantasierijk (creatieve vakken) om het leerplein heen, want op De Verwondering bepalen leerlingen hun eigen leerroute. “Kinderen komen op school, kiezen iets en gaan aan de slag. Ze hebben een gevoel van vrijheid, terwijl er toch een heel duidelijke structuur onder zit en we veel voor hen bepalen. We sturen bij als leerlingen te vaak voor het leesland of de bouwhoek kiezen”, legt schoolleider Jan Willem Helmink uit.
Na leerplein 1 volgt leerplein 2 voor groep 4-5 en leerplein 3 voor groep 6-8. De school werkt in leerfases van een half jaar in plaats van leeftijd, maar overweegt die wat losser te hanteren. “Je denkt dan eigenlijk nog in groepen, wat maatwerk een beetje in de weg zit. Het grootste deel zal daarom na fase 6 in augustus naar leerplein 2 overgaan, maar als het voor de sociaal-emotionele ontwikkeling beter is wat langer te kunnen spelen op leerplein 1 dan doen we dat.”
Een belangrijke rol is weggelegd voor het International Primary Curriculum (IPC) voor de creatieve en zaakvakken. Het IPC is gericht op individueel niveau, probleemoplossend, creatief denken en jezelf leervragen stellen. “We werken met thema’s en bieden veel levensechte materialen aan. Zoals een winkel met boodschappen en kassa bij het thema voeding”, vertelt Helmink.
 
De Nieuwste School
Ook bij De Nieuwste School in Tilburg (vo) geven leerlingen vorm aan hun eigen leerproces door zelf onderzoeksvragen te formuleren binnen een thema van zes weken. Vervolgens doen ze in de onderbouw 10 uur per week onderzoek binnen de leergebieden humanics, science en arts. “Leerlingen krijgen eerst basislessen van expertdocenten over wat iedereen moet kennen en kunnen binnen een thema. Bij ‘eten’ gaat het bij arts over portretten en stillevens, bij science over voedselvertering en het lichamelijk stelsel en bij humanics leren leerlingen hoe de Turkse bakker en Poolse winkel hier gekomen zijn”, vertelt Bas Leijen, manager leerjaar 1 en docent humanics.
Vervolgens bepalen ze met hun mentor hun onderzoeksvraag. “Leerlingen hebben niet helemaal de vrije hand, ze krijgen de keuze binnen een thema. Het onderzoek is een verrijking van de basisstof en het thema is een kapstok. Je kunt via ‘eten’ bij vluchtelingen uitkomen. Een meisje interviewde een vluchteling omdat ze wilde weten wat hij meemaakt tijdens zijn reis en verwerkte dat tot een poster of filmpje om het antwoord aan de klas te presenteren.” De overige uren zijn bestemd voor geletterdheid, linguistics (vreemde talen), gecijferdheid, sport & bewegen en mentoruren. “We noemen dat geen Nederlands of wiskunde omdat we proberen aan te sluiten bij het thema door bij geletterdheid bijvoorbeeld aandacht te besteden aan interviewvragen”, verklaart Leijen.
Zowel De Verwondering als De Nieuwste School staan in de uitgave ‘Scholen om van te leren’ van Kennisnet, onder redactie van Frans Schouwenburg. Het bevat in totaal acht portretten van vernieuwende scholen die talenten van individuele leerlingen ontwikkelen. Schouwenburg wil laten zien dat het mogelijk is maatwerk voor leerlingen te realiseren en hoopt andere scholen te inspireren. “Deze acht scholen hebben allemaal een andere oplossing gevonden om echt gepersonaliseerd onderwijs aan te bieden”, zegt hij. “In grote lijnen heb je vijf knoppen om te differentiëren: inhoud, resultaat, proces, leermiddelen en tijd. Alle scholen zetten een of meer van die knoppen in. De resultaten van de acht scholen zijn goed, sommige zijn zelfs heel sterke scholen.”
 
Wettelijke grenzen
De scholen konden hun onderwijsconcept binnen (wettelijke) grenzen grotendeels zelf bepalen omdat het alle acht nieuwe scholen waren. “Dat is een enorm voordeel”, denkt Schouwenburg. Helmink van De Verwondering bevestigt dat: “Doordat we vanaf nul zijn begonnen, was er weinig weerstand bij ouders, want ze kiezen voor het concept. De kerndoelen zijn vrij algemeen en daardoor niet moeilijk om aan te voldoen. Kinderen leren bij ons veel meer.” De Nieuwste School kwam tot het onderwijsprogramma door terug te redeneren vanuit de exameneisen en kerndoelen voor de onderbouw, legt Leijen uit. “We hebben gekeken hoe we die eisen en doelen binnen de thema’s konden inpassen.”
Ze liepen daarbij soms tegen – onder meer wettelijke – grenzen aan. Leijen merkt op dat er geen examen humanics of science bestaat. “In de bovenbouw bieden we daarom reguliere vakken aan en dat maakt vakoverstijgend onderzoek lastiger te organiseren.” Schouwenburg verwacht dat maatwerk vroeg of laat tot flexibele examens zal leiden. “Een leerling die een individueel leerpad volgt, moet dat bij de finish kunnen afsluiten.” Helmink zou het IPC in het Engels willen geven. “Ik mag wel Engelse les geven, maar geen les in het Engels. Ook vind ik dat er nog steeds excessief veel aandacht is voor taal en rekenen.”
Leijen vindt niet dat maatwerk belemmerd hoeft te worden door de ‘schotten’ tussen de verschillende onderwijsniveaus in het vo en dat er minder aandacht is voor maatwerk ‘aan de onderkant’. “Bij ons zitten leerlingen uit de eerste twee jaar van de onderbouw van mavo, havo en vwo bij elkaar. Dat geldt ook voor die uit het derde jaar havo en vwo. Wij vragen van docenten dat ze differentiëren op mavo-, havo- en vwo-niveau door te werken met instructiegroepen en flipping the classroom (klassieke instructie online thuis volgen; huiswerkopdrachten, projecten en leervaardigheden in de les, red.). Een leerling kan makkelijk een vak op een ander niveau volgen.”
Leerlingen hebben niet zo’n moeite met meer of juist minder maatwerk bij de overstap binnen het funderend onderwijs, merken de twee schoolleiders. Schouwenburg is wat sceptischer: “Het is wachten tot basis- en middelbare scholen elkaar vinden in doorlopende leerlijnen. Veel vo-scholen beginnen het eerste jaar opnieuw.”
 
Duidelijke visie op ict
Schouwenburg merkt dat ict bij vernieuwende scholen een minder prominente rol heeft dan verwacht. “Tegelijkertijd hebben ze een veel duidelijker visie op ict dan reguliere scholen. Ze hebben veel rijke leeropdrachten ontwikkeld, waarbij devices een vanzelfsprekend onderdeel zijn.” De Verwondering en De Nieuwste School zien ict als middel om tot leren te komen. Helmink: “Je zou maatwerk kunnen leveren zonder ict, maar dat willen we niet omdat het een toegevoegde waarde heeft. Leerlingen werken in een hybride omgeving: uit boeken, op papier, met tablets, laptops en software die draait op alle besturingssystemen, waarmee ze thuis ook werken.” Bij De Nieuwste School heeft iedere leerling een laptop. Leijen: “Al het – veelal door docenten zelf ontwikkelde – materiaal bieden we aan via Magister. We werken weinig via bestaande digitale methodes, programma’s of apps.”
Echt adaptief materiaal is nog schaars. “Adaptief materiaal geeft nog steeds vooral aan dat iets goed of fout is, en niet wat een leerling niet begrijpt. Als je kinderen op de voet wilt volgen, faalt het huidige aanbod nog”, zegt Schouwenburg.
 
Toepasbaar
“Als schoolleiding is het belangrijk open te staan voor initiatieven van het team en hen zelf verantwoordelijkheid te laten nemen,” vindt Leijen van De Nieuwste School. Als schoolleider is Helmink van De Verwondering veel met de beheersmatige en beleidskant bezig. “Dat is soms een spanningsveld, want mijn kracht ligt bij de onderwijsinhoud. Ik observeer graag op het leerplein, praat met kinderen en leerkrachten. Die zaken neem ik mee naar het ontwikkelteam om vandaaruit actie te ondernemen.”
Schouwenburg, Helmink en Leijen denken alle drie dat maatwerk goed toepasbaar is op reguliere scholen. Leijen ziet steeds meer scholen werken met onderzoeksvragen. “Een docent moet durven het boek los te laten. En om thematisch en vakoverstijgend te werken, zul je met collega’s moeten overleggen.” Helmink denkt wel dat het moeilijk is. “Je krijgt te maken met weerstand van leerkrachten, ouders en kinderen. Maar het kan wel, als je een visie, lef en doorzettingsvermogen hebt en in stappen de omslag maakt.” Schouwenburg: “Je moet met leraren in gesprek over hun pedagogische ambities: hoe wil je zijn als leraar en hoe krijg ik dat voor elkaar? Als teams kansen zien en leidinggevenden zich richten op veranderingen, dan kan het.”
 
Meer weten?
De uitgave ‘Scholen om van te leren’ onder redactie van Frans Schouwenburg is te downloaden via www.kennisnet.nl/artikel/scholen-om-van-te-leren

Gepubliceerd op: 1 juni 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)