Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » De grote, boze school: feit of fictie?
Onderwijs café discussieert over schaalvergroting

De grote, boze school: feit of fictie?

Auteur: Winnie Lafeber

Moet er een halt geroepen worden aan schaalvergroting in het po en vo? Is het goed dat er een fusietoets wordt ingesteld? Hebben ouders nog wel genoeg keuzevrijheid als scholen fuseren? Moeten we ons zorgen maken over ‘de menselijke maat’ of zijn de emoties rondom schaalvergroting gebaseerd op ‘fictie’ in plaats van feiten? Allemaal thema’s die de revue passeerden tijdens het tweede Onderwijscafé op dinsdag 16 juni in café Dudok in Den Haag.

Schaalvergroting in het onderwijs staat al een tijd op de politieke agenda. Deze zomer debatteert de Tweede Kamer over een wetsontwerp over het uitvoeren van de fusietoets. Het onderwerp schaalvergroting stond dan ook centraal tijdens het tweede Onderwijscafé, een initiatief van de AVS, PO-Raad en VO-raad. Voordat de theoretische inleiders het onderwerp mogen duiden en het panel – bestaande uit mensen uit ‘het veld’ - aan het woord komt, krijgen de drie bestuurders van de drie organiserende partijen het woord. ‘Fictie’, is het antwoord, als gespreksleider Bas van ’t Wout vraagt: de grote, boze school, is dat feit of fictie? In het rondje ‘actualiteiten’ vraagt de goed ingelezen gespreksleider waar zij wakker van liggen. Simone Walvisch, bestuurslid van de PO-Raad, maakt zich zorgen om de economische situatie en wat dit betekent voor het onderwijs. Ondanks alle negatieve aspecten van de crisis, kijkt AVS-voorzitter Ton Duif liever naar de uitdaging die het oplevert: “het is tijd om te bezinnen of we effectief met de middelen omgaan. Schaalvergroting kan ook effectief zijn, omdat je bespaart op je overhead. Een aantal kernen zijn leefbaar gebleven dankzij bestuurlijke schaalvergroting.”

Is er eigenlijk wel sprake van een ‘probleem’? Is de door de politiek gepropageerde ‘menselijke maat’ – na jarenlang juist schaalvergroting gestimuleerd te hebben - wel zoek? Vinden ouders en kinderen eigenlijk wel dat ze niet ‘gezien en gehoord’ worden? Walvisch vindt het allemaal wel meevallen. “Het gemiddeld aantal leerlingen op een basisschool is 225 leerlingen. Die kan je als directeur nog wel allemaal kennen. Bovendien schrijven schoolbesturen niet alles voor, scholen zijn redelijk autonoom.” Sjoerd Slagter van de VO-raad meent dat de samenleving om transparantie roept. “Als sector moeten we dit wel serieus nemen.” Duif vraagt zich af of het beeld wel klopt, dat de menselijke maat ontbreekt. “Er heerst een bepaald sentiment dat schaalvergroting niet deugt, mensen praten elkaar na. Kritische journalisten moeten kijken of dit beeld wel klopt.”

CDA-kamerlid Jan de Vries (rechts): “Er liggen veel gevoelens rond schaalvergroting, waar we wel een antwoord op moeten vinden.”

Fusietoets
En de fusietoets, waar een wetsvoorstel op tafel ligt? Walvisch en Duif vinden deze overbodig. “Het is een politiek instrument. Zitten we hierop te wachten?”, aldus Walvisch. Duif: “Het is een wantrouwen van de politiek, je hoeft hier geen wetsvoorstel van te maken. Wel moet je goed de effecten van een fusie in kaart brengen, bijvoorbeeld via een fusie-effectrapportage (FER).”

Als inleiders zijn prof. dr. Paul Zoontjens en prof. dr. Elbert Dijkgraaf uitgenodigd. Zoontjens, lid van de Onderwijsraad, die de fusietoets adviseerde aan de regering, vindt een externe toetsing wel relevant. “De keuzevrijheid van ouders mag niet in het gedrang komen. Fuseren hoeft niet slecht te zijn, maar we moeten wel kijken naar de relevante argumenten hiervoor. Het is wel gemeenschapsgeld.” Dijkgraaf: “Het is een niet-evidence based fusietoets. De toets lijkt bepaald door wat op dit moment de cultuur in Den Haag is.” CDA-kamerlid Jan de Vries, die halverwege het debat komt binnenlopen, laat bij binnenkomst meteen van zich horen. “Er liggen veel gevoelens rond schaalvergroting, waar we wel een antwoord op moeten vinden. Hoge salarissen spelen ook een rol in deze emotie. Ik had graag gezien dat het onderwijsveld zelf met een initiatief tot een toets was gekomen.” Slagter is het eens met De Vries: “We mogen meer verantwoordelijkheid nemen als sector. Maar we zijn daar ook al mee bezig, zoals horizontale verantwoording en het vastleggen van codes.”

“Inleiders Elbert Dijkgraaf en Paul Zoontjes discussiëren over de voor- en nadelen van schaalvergroting.”

“Inleiders Elbert Dijkgraaf (links bij microfoon) en Paul Zoontjes (rechts)
discussiëren over de voor- en nadelen van schaalvergroting.”

Nadelen schaalvergroting
Zitten er wel zoveel nadelen aan schaalvergroting? Onderwijsraadlid Zoontjens heeft ze allemaal op een rijtje. “Door schaalvergroting kan een bestuur kan zo ver op afstand staan, dat het geen invloed meer kan uitoefenen over de dagelijkse stand van zaken. En de keuzemogelijkheid van ouders kan in het gedrang komen.” Uit de discussie komt de angst voor een heel groot bestuur naar voren dat zoveel hegemonie krijgt, dat de onder dit bestuur vallende scholen teveel op elkaar gaan lijken. Elbert Dijkgraaf, die voor het ministerie van OCW een onderzoek deed naar de relatie tussen schaalgrootte en onderwijskwaliteit, concludeert dat schaalgrootte geen negatief effect heeft op leeropbrengsten en schoolklimaat. Ook vindt Dijkgraaf dat een grotere schaal niet per se leidt tot minder betrokkenheid van ouders. “Het is wel de kunst op tijd te stoppen met schaalvergroting”, meent hij. CDA-kamerlid De Vries is het daarmee eens. “De vraag, ‘van wie is de school?’ wordt belangrijker naarmate besturen groter worden. Bestuurders moeten de school nog wel ‘kennen’.”

“De panelleden ‘uit de praktijk’(v.l.n.r.): Bestuurder Niek van der Zanden, directeur Ron van Hoeven, aardrijkskunde docent Wouter Schenke en ouder Corine Gijzen.”

Ouders
De keuzevrijheid van ouders, wordt die beperkt als er sprake is van grote fusies? De theoretici, de hoogleraren Paul Zoontjes en Elbert Dijkgraaf, kunnen zich voorstellen dat dit een probleem voor ouders kán zijn. Maar wat vinden de mensen uit de praktijk? Ron van Hoeven, directeur van de Openbare Basisschool Stap voor Stap in Elst, is actief betrokken bij fusietrajecten. “Er blijft genoeg keuze voor ouders, ook na een fusie. Scholen hebben nog steeds hun eigen onderwijskundige visie. Van verschraling hoeft dus geen sprake te zijn. Sterker nog, een kleine school kan soms blijven bestaan door samen te gaan met een groot bestuur.”  Uit het publiek komt een kritisch geluid. Een lid van een ouderorganisatie zegt zich wel zorgen te maken. “Wij krijgen veel belletjes van ouders met vragen over de keuzemogelijkheden. Soms worden er scholen opgeheven.” Is de schoolgrootte een bedreiging? Zij vindt van wel. “Ouders geven aan bij een groot bestuur te ver op afstand te staan van de bestuurders, waardoor zij, zelfs al zitten ze in de (G)MR, niet meer betrokken zijn bij het schoolbeleid.” Panellid en voorzitter van een college van bestuur Niek van der Zanden nodigt haar uit op de MR van zijn school. Bij hem zit het bestuur wel rechtstreeks aan tafel met de GMR en zijn er speciale thema-avonden voor MR-leden. “Ouders kiezen voor een school, niet voor een bestuur.” Daarmee snijdt Van der Zanden nog een ander discussiepunt aan: heeft een besturenfusie wel invloed op wat er op schoolniveau gebeurt? CDA’er De Vries reageert hierop: “de politiek onderkent het verschil tussen schoolgrootte en bestuursgrootte te weinig. Als je praat over de lokale schoolgrootte, dan is het niet zo’n erg probleem.” Volgens docent aardrijkskunde Wouter Schenke bestaat de ‘grote, boze school’ niet op schoolniveau, de directeur staat nog dicht genoeg bij de leerlingen. “Wel moeten we het probleem tijdig inzien bij fusies op bestuurlijk niveau.” Volgens een ouder die voor het panel is uitgenodigd is de grootte medebepalend voor de keuze waar de kinderen naar school gaan. Corine Gijzen: “Ik vind het wel belangrijk dat mijn kinderen op een school zitten waar de leerlingen elkaar kennen.”

Daarmee lijkt ‘het probleem’ van schaalvergroting gerelativeerd. De ‘menselijke maat’ kan heel goed op schoolniveau blijven bestaan, terwijl op bestuursniveau gefuseerd wordt (om van schaalvoordelen te profiteren). En is er eigenlijk wel sprake van schaalvergroting? “In het PO zijn er bijna 600 eenpitters, dat is 50 procent van alle besturen. Er is helemaal geen ‘probleem’”, roept PO-raad bestuurslid Walvisch. Niet iedereen uit het publiek is het daarmee eens. “We moeten ervoor waken dat besturen te groot worden, want dat heeft gevolgen voor de werkvloer”, en “weet het bestuur wat er leeft bij de ouders?”, en “er is een groot verschil tussen po en vo” zijn opmerkingen die het probleem terug op de kaart zetten. Kortom, het onderscheid tussen ‘feit’ en ‘fictie’ is toch niet helemaal duidelijk na een middagje debatteren. Na afloop werd er nog flink gediscussieerd over dit toch wel boeiende onderwerp.

Tekst: Winnie Lafeber
Foto’s: Jan de Groen

 

Gepubliceerd op: 17 juni 2009
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Doelgroep(en)

Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)