Home » Artikelen » 'De gevolgen raken je pedagogisch klimaat'

'De gevolgen raken je pedagogisch klimaat'

Auteur: Lisette Blankestijn

Een zedendelict, bedreigingen via sociale media, een grote brand of een vliegramp. De suïcide van een leerling, een dodelijke steekpartij of een leraar die een hartstilstand krijgt terwijl hij voor de klas staat. Er zijn tal van calamiteiten die een school in het hart kunnen treffen. Hoe manage je dat?

Iedere school, groot of klein, in de stad of op het platteland, kan te maken krijgen met een calamiteit. Een school staat immers midden in de samenleving. Of zoals Paul Mahieu, hoogleraar Onderwijsmanagement aan de Universiteit van Antwerpen, het formuleert: “Vanuit de aard van hun maatschappelijke roeping zijn scholen vatbaar voor crisissituaties.”

Niet elk opstootje leidt tot een crisissituatie. Wanneer is iets een crisis of calamiteit? Een kleine rondvraag. Michael Hoppe, beleidsadviseur Veiligheid, Integriteit en Crisismanagement bij het ministerie van OCW: “Ik spreek van een crisis of calamiteit als zich een gebeurtenis voordoet waarbij een school een incident niet aankan en de hulp gen raken moet inroepen van politie, brandweer, gemeente of een andere externe partij.” Ruud de Sain, senior AVS-adviseur (traint en begeleidt schoolteams en ouders bij calamiteiten): “Het is een verstoring van een systeem, dat raakt dan emotioneel beladen.” Machiel van de Laar, adviseur bij het calamiteitenteam van KPC Groep: “Het heeft een dusdanig grote impact dat de dagelijkse gang van zaken op school uit evenwicht raakt. De gevolgen ervan raken je pedagogisch klimaat. Het is goed om daarop voorbereid te zijn, zodat je weet welke stappen je als school moet zetten om dat evenwicht zo snel mogelijk te hervinden. Hier sluit Paul Mahieu zich bij aan: “William Yule en Anne Gold kozen een treffende titel voor hun boek over crisismanagement op scholen: ‘Wise Before the Event’. Zorg ervoor dat je als schoolleider en -bestuur op alles bent voorbereid, en leer daarbij van de ervaringen van anderen.” Voorbereid zijn Toch zijn veel scholen níet goed voorbereid op een crisis. Waar een ontruiming meestal wel netjes periodiek wordt geoefend, beschikken maar weinig scholen over een crisisplan en -team. Ruud de Sain (AVS): “Het ‘calamiteitendenken’ moet op de agenda komen. Ik weet niet precies hoeveel scholen en besturen een crisisteam hebben ingericht, maar ik merk dat het nog geen gemeengoed is. Ik pleit ervoor om op bestuursniveau een crisisteam te organiseren. Zo’n team kan een protocol opstellen en daarmee de contouren van wat je moet doen als zich iets voordoet. Wie moeten we waarover informeren en wanneer? Wie praat met de ouders? Wie doet de perscontacten? Iedere groep betrokkenen heeft zijn eigen benadering nodig.”

Machiel van de Laar (KPC): “Het is heel belangrijk dat je bij calamiteiten de ouders snel informeert. Heb je te maken met een geweldsincident, dan zijn de ouders heel bezorgd, ze willen weten wat dit met hun kind doet. Soms vragen de ouders zich af of kun kind niet ook slachtoffer is, bijvoorbeeld als een leraar wordt beschuldigd van seksueel misbruik. Daarom is het belangrijk om snel te handelen. Met sociale media kun je meteen berichten dat zich iets ernstigs heeft voorgedaan, en dat de school snel contact opneemt met de betrokken ouders.”

Terreuraanslag
Michael Hoppe (OCW): “Ik zie dat veel onderwijsinstellingen wel een calamiteitenprocedure hebben. Daarin staat een aantal mogelijke gebeurtenissen uitgewerkt, zoals ‘Wat doen we als er een kind overlijdt’. Er zijn minder scholen die echt een uitgewerkt crisisplan hebben. Op de website van School en Veiligheid staat hoe je je bestaande beleid vertaalt naar zo’n plan.” En als je echt voorbereid wilt zijn, moet je ook af en toe oefenen, vindt Hoppe. “We hebben op het ministerie zelf ook geoefend. Een van de scenario’s was een grootschalige hack in het digitale systeem met alle examen- en diplomagegevens van vo-scholen. Ook hebben we een terreuraanslag geoefend. Dat deden we steeds samen met een aantal onderwijsinstellingen, daardoor zien wij waar het beter kan.” Wie trekt de kar van het crisisbeleid? Van de Laar ziet dat in het primair onderwijs de directeur vaak overal bij betrokken en verantwoordelijk voor is. “Het is de vraag of dat handig is. Beter is om dit onderwerp te delen binnen je organisatie: iemand vanuit het management, maar ook de intern begeleider en bhv’er. Ook externe partijen zoals de GGD, GGZ, Jeugzorg, politie en brandweer horen aan tafel als het over veiligheid gaat. Vaak zijn die contacten er al vanuit het zorgadviesteam.”

Kernwaarden
De Sain pleit ervoor om bij calamiteiten houvast te zoeken bij de kernwaarden van de school. “Je schoolvisie en de kernwaarden die daarbij horen, sturen je gedrag als schoolorganisatie. Dat zou ook bij calamiteiten moeten gelden. Houd ook bij heftige emotionele situaties vast aan je pedagogische of antropologische uitgangspunten. Vaak zie ik juist het omgekeerde gebeuren. Als er iets ingrijpends gebeurt, raken mensen gedesoriënteerd. Net als een zeiler die op het Sneekermeer uit een bootje valt: die spartelt en proest eerst, voordat hij zwemt. Terwijl het beter is af te gaan op het goede dat je al hebt. Vertrouw op je patronen. Je beheerst die schoolslag en hoeft dus niet te zoeken naar antwoorden op vragen als ‘hoe ga ik hierover communiceren’. Als je het maar doet in samenhang met je kernwaarden.”

Impact
Een calamiteit kan een enorme sociaalpsychologische impact hebben, weet De Sain. “Na een jaar wordt die impact vaak minder, dan heb je alle feestdagen en jaarlijkse schoolrituelen ná die gebeurtenis een keer samen meegemaakt. Kinderen gaan vaak vrij snel over tot de orde van de dag. Of ze beleven het gebeurde heel anders dan volwassenen. Ik was betrokken bij een school die een leerkracht had verloren bij de vliegramp in Tripoli. Een van de kleuters huilde verschrikkelijk. Toen de invalleerkracht hem wilde troosten zei hij: “Juf had nog een knikker van mij en die krijg ik nu nooit meer terug.” Volwassenen voelen zich vaak verantwoordelijk om ‘niet te vergeten’. De cultuur van de school bepaalt hoe lang een overleden leerling of leraar herdacht wordt. Vaak ook verschilt de impact tussen collega’s onderling.” Ook Van de Laar komt regelmatig bij scholen die getroffen zijn door een calamiteit, zoals laatst na een steekpartij. Hij weet dat na zo’n gebeurtenis de school nooit meer dezelfde wordt. “De impact van zoiets is ongelooflijk, er verandert iets aan het gevoel van veiligheid. Incidenten met een dodelijke afloop blijven nog lang zichtbaar in rituelen en gedenkplekken. Goede nazorg is heel belangrijk. Wij adviseren scholen om de nasleep van dergelijke gebeurtenissen ook af te ronden. De directeur moet daarbij inschatten wat het team en de leerlingen nodig hebben, en hoe lang.”

Positieve effecten
Een crisis kan ook een positieve impuls geven aan scholen, heeft De Sain gezien. “Door de saamhorigheid die ontstaat, de verbinding die van de gedeelde kernwaarden uitgaat, het samen delen van verdriet en vreugde.” Hoogleraar Mahieu: “Een ramp biedt de school vaak de kans om haar kwaliteiten in de kijker te stellen. Een school in Brugge slaagde erin om na een zware brand binnen een week weer operationeel te zijn. Dat getuigde van managementvaardigheid en van goede externe relaties. En de Turnhoutse school voor speciaal onderwijs die een busongeluk meemaakte, wist het speciaal onderwijs op een positieve manier voor het voetlicht te halen. De onderlinge hulpverlening was namelijk zeer succesvol, leerlingen hebben leraren kunnen redden. De school slaagde erin dit via de pers naar buiten te brengen als resultaat van het belang dat de school hecht aan attitudevorming en sociale vaardigheden. Dat dat lukte, kwam mede door de leiderschapsstijl van de directeur, die de communicatie over de ramp heel beheerst organiseerde.” De Sain herkent het belang van sterk leiderschap. “Als zich iets voordoet, is doortastend optreden van de leiding nodig. Die moet de structuur aangeven, op basis van de feiten die zich voordoen. Vergewis jezelf ervan dat iedereen naar eer en geweten handelt. Natuurlijk moet iedereen het calamiteitenplan kennen, maar toch kan er wat mis gaan. Wees dan tolerant. Vind elkaar óók op wat mis gaat. Veroordeel elkaar niet, maar vul elkaar aan.”

Meer weten?
• Ways to professionalise school leadership in times of turbulence and complexity, Paul Mahieu (Ed.), Antwerpen, Garant, 2010, ISBN: 9789044126808
www.schoolenveiligheid.nl/web/crisismanagement 
www.kpcgroep.nl/calamiteitenteam (met o.a. de publicatie ‘Als een ramp de school treft: omgaan met calamiteiten in het onderwijs’)

Gepubliceerd op: 1 december 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders