Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Dat je vrije tijd kunt verdienen, geeft leerlingen enorme boost’
Maatwerk doet cijfers en motivatie stijgen

‘Dat je vrije tijd kunt verdienen, geeft leerlingen enorme boost’

Auteur: Daniëlla van ’t Erve

Nederlands volgen op vmbo-niveau, maar wiskunde op havo? Dat kan al binnen de huidige regels. De meeste scholen – vooral in het voortgezet onderwijs – durven het bieden van maatwerk en daarmee het loslaten van bepaalde structuren nog niet aan. Maar zij die het doen zijn lovend. “Leerlingen vinden het hier nu veel plezieriger.”

Een vaandeldrager spoort zijn paard dusdanig aan tot volle galop dat de kleuren vervagen. Het logo van vmbo-school Maarten van Rossem in Arnhem zegt volgens directeur Freddy Sikkes alles over het belang van onderwijs op maat. “Elk kind heeft zijn eigen kleur; zijn eigen talenten en mogelijkheden. Hoe meer je aansluit bij die kleur, hoe steviger het op het paard gaat zitten en hoe beter het de bewegingen kan sturen.”

Vier jaar geleden is de vmbo-school gestart met het Kameleonproject. Net zoals een kameleon de kleur aanneemt van de omgeving, past de school het niveau van de lesstof aan bij de 550 leerlingen. Ze kunnen vakken op een hoger of lager niveau volgen en vervolgens gedifferentieerd examen doen. Een leerling van de beroepsbegeleidende leerweg kan bijvoorbeeld een diploma halen met twee vakken op het kaderniveau en twee op het niveau van de theoretische leerweg. “Leerlingen deden nu voor het eerst examens op verschillende niveaus”, vertelt Sikkes. “Wij geloven erin, maar het blijft natuurlijk wel spannend wat de resultaten* zullen zijn.”
 
Wel hoger, niet lager
Sikkes was een van de drie directeuren uit het voortgezet onderwijs die half april mocht aanschuiven bij een rondetafelgesprek over maatwerk met de Vaste Kamercommissie Onderwijs. De Tweede Kamer stemde vervolgens in met een pilot waarbij vo-leerlingen expliciet het recht krijgen vakken op een hoger niveau af te ronden en een maatwerkdiploma te ontvangen. Er komt ook een experiment om leerlingen die begaafd zijn in aanzienlijk wat vakken, toe te laten tot een hoger niveau vervolgonderwijs, bijvoorbeeld universiteit in plaats van hbo. Daarnaast loopt er al een proef waarin meerdere scholen versneld vwo aanbieden. Het afsluiten van een vak op een lager niveau ziet staatssecretaris Sander Dekker echter niet zitten. Eerder adviseerde de Onderwijsraad ook al negatief: het gevaar bestaat dat leerlingen lui worden en afzakken naar een lager niveau of dat het diploma devalueert. “Heel jammer”, vindt Sikkes, die ziet dat slechts 5 procent van de leerlingen een vak volgt op een lager niveau. “Sommige kinderen hebben net een zetje extra nodig. Als je slecht bent in wiskunde en steeds maar onvoldoendes haalt, raak je juist gedemotiveerd. En dat kan doorslaan naar alle vakken. Terwijl als een leerling dat vak op een lager niveau mag volgen, waardoor hij de stof begrijpt, hij weer vertrouwen in zichzelf krijgt en plezier in het leren. Vervolgens kan hij het misschien alsnog weer op een hoger niveau afsluiten.”
 
Struikelblok
Binnen de huidige regels is ook al veel mogelijk om maatwerk te bieden, maar veel scholen zijn huiverig. Vorig jaar deden nog geen 2.000 (1,16 procent) van alle eindexamenleerlingen examen in een vak op een hoger niveau. De organisatie vormt een groot struikelblok, blijkt uit een enquête van de VO-raad. Ook speelt mee dat leerlingen maar een keer per jaar examen kunnen doen. Daarnaast is de manier waarop de inspectie opbrengsten meet een belemmering. Het idee dat leerlingen op hun eigen tempo vakken op verschillende niveaus kunnen afsluiten, staat haaks op een opbrengstenmodel dat uitgaat van gestandaardiseerde leerroutes en nominale opleidingsduur.
Vmbo-school Maarten van Rossem besloot klein te beginnen. Pas nadat een proef met honderd leerlingen positief uitpakte, werd het project schoolbreed ingevoerd. Sikkes: “Ondanks de hoge werkdruk kiest het team bewust voor deze vernieuwing, omdat ze zien dat maatwerk werkt.” De kaders zijn duidelijk: alleen leerlingen die twee toetsperiodes achter elkaar voor een vak een 7,5 of hoger halen, mogen dit vak op een hoger niveau volgen. Als een leerling twee keer voor een vak een 5 of lager haalt, mag hij dit op een lager niveau volgen. De docent neemt hierin de beslissing. “Leraren zullen hiervoor veel beter moeten kijken naar kinderen om te analyseren wat ze nodig hebben en aankunnen”, vertelt Sikkes. “Bovendien krijgen ze te maken met verschillende niveaus in een klas en zullen ze dus moeten differentiëren. Iedereen heeft scholing gehad in het goed om kunnen gaan met verschillen.”
Voor deze vernieuwing hoeven de bestaande klassen niet op de schop. “Geleidelijk aan zullen we de structuur verder loslaten”, verwacht Sikkes. “Het mooist is natuurlijk als leerlingen hun eigen plan kunnen maken en bijvoorbeeld een vak op havo- of vwo-niveau kunnen afsluiten. Maar zover zijn we nog niet.”
 
Eigen rooster kiezen
Op vmbo-school De Dyk in Leeuwarden kan de leerling sinds dit jaar zijn eigen rooster samenstellen waarin hij 20 procent van de lessen zelf mag bepalen. Uit onderzoek naar de leesvaardigheid van leerlingen van de theoretische leerweg bleek dat het niveau uiteenliep van basis tot vwo. “Als je ze dus allemaal dezelfde tekst geeft, zullen er zeker vijf leerlingen niets van begrijpen en vijf anderen zullen zich doodvervelen”, vertelt directeur Hawé van der Panne. “Dat de verschillen in één vmbo-klas zo groot zijn, was echt een eyeopener.”
In Zweden zag hij het positieve effect van autonomie op leerlingen, naast het aanpassen van de lesstof aan hun niveau. Een leerling op De Dyk kan daarom nu zelf meer of minder lessen kiezen in een bepaald vak, vooral gaan bijspijkeren of juist het vak volgen waarin hij goed is en zo een jaar eerder examen doen. Voor leerlingen die meer uitdaging zoeken, is er de havo-route met meer zelfstandigheid en minder controle en instructie. Verder zijn de lestijden aangepast, zodat de pubers kunnen uitslapen. De dag begint om 9 uur, instructielessen en toetsen zijn pas na 10 uur.
“Roostertechnisch komt er ontzettend veel bij kijken”, erkent de directeur. “Er moet rekening worden gehouden met keuzes van leerlingen en de beperkingen hierin, maar ook dat de klassen niet te vol raken. Drie programma’s zijn nodig om dit alles goed te regelen, dus als iemand een betere oplossing weet hoor ik dat graag!”
Maar het resultaat is hoopvol: de motivatie stijgt en de cijfers gaan omhoog. Dat komt ook door het slimme beloningssysteem dat de school heeft ingevoerd: leerlingen met voldoendes mogen namelijk een half uur later beginnen. Haal je een onvoldoende, dan begint de lesdag om 9 uur met een extra mentorles. “Dat je vrije tijd kunt verdienen, geeft leerlingen een enorme boost”, vertelt Van der Panne. “Het aantal onvoldoendes is in dit eerste half jaar al met meer dan de helft gedaald. De meeste leerlingen willen namelijk niet naar school als dat niet hoeft.”
Ondanks de organisatorische worsteling raadt hij elke school aan om over te stappen. “Iedere school kan dit”, denkt Van der Panne. “Van de schoolleider vraagt het daadkracht om knopen door te hakken en docenten moeten vooral leren loslaten en vertrouwen op de leerlingen. De rol van mentor wordt belangrijker. Het goed volgen en coachen van leerlingen in hun keuzes vraagt om dagelijkse individuele begeleiding, daarom begint elke dag met een half uur mentoraat. Ik zeg niet dat we nu een ideale school zijn waar nooit meer een leerling uit de les wordt gestuurd, maar leerlingen vinden het hier wel plezieriger.”
 
Aansluiting basisonderwijs
In het sectorakkoord VO is afgesproken dat scholen aan het eind van dit schooljaar een plusdocument meegeven waarop ze niet-cognitieve vaardigheden als samenwerking, creativiteit en ondernemerschap kunnen vermelden. Bijna een derde van de scholen doet dit volgens de VO-raad al. “Het is goed dat we meer dan alleen een cijfermatig overzicht kunnen bieden”, vindt directeur Van der Panne die het document ziet als een tussenvorm naar het werken met een portfolio. “Het vervolgonderwijs krijgt meer inzicht in wat een leerling kan en kan daar op aansluiten.”
De aansluiting met de basisschool vraagt volgens de directeur wat dat betreft meer aandacht. “Kinderen hebben daar al geleerd te plannen en zelfstandig te werken, en dan krijgen ze op het vo een vast rooster en zetten docenten het huiswerk voor ze in het digitale leerlingvolgsysteem”, zegt Van der Panne. “We denken veel te veel voor ze. Dat ze ongemotiveerd zijn wijten we aan de hormonen, maar misschien komt het wel omdat we hun zelfstandigheid afnemen.”
Volgens Jan Bos, directeur van basisschool De Bras in Den Haag en voormalig docent aardrijkskunde, hebben vo-scholen inderdaad nog een slag te maken in de aansluiting met het basisonderwijs. De Bras is gestart in 2002 en biedt adaptief onderwijs waarbij de ontwikkelingsvraag van leerlingen centraal staat. De 370 leerlingen werken volgens een eigen planning in verschillende ruimtes bij verschillende leerkrachten. De ontwikkeling wordt bijgehouden in een digitaal portfolio. Er zijn nagenoeg geen methodes, leerkrachten geven geen cijfers en werken niet met gestandaardiseerde toetsen. Het concept vraagt volgens Bos een verregaande manier van loslaten. De leerlingen doen het goed in het vo, het merendeel gaat naar havo/vwo. Volgens de schoolleider hebben de leerlingen geen last van de knip met de vo-school, waarin ze een bepaalde structuur moeten volgen. “Onze leerlingen staan zo stevig in hun schoenen en weten zo goed wat ze willen, dat het blijkbaar geen probleem is.” Dat vo-scholen meer maatwerk willen bieden, juicht Bos toe. “Als scholen dan ook goed kijken naar welke leer- en ontwikkelingsbehoefte leerlingen bij binnenkomst hebben, maakt dat de overgang veel minder groot.”
 
* De uitslag van de eindexamens was bij het ter perse gaan van deze Kader Primair nog niet bekend.

Gepubliceerd op: 1 juni 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)