Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » “Bureaucratie in basisonderwijs toegenomen”

“Bureaucratie in basisonderwijs toegenomen”

Uit recent onderzoek van de Volkskrant blijkt onder andere dat een meerderheid van de directeuren in het primair onderwijs (57,4 procent) vindt dat de bureaucratie in het onderwijs is toegenomen, ondanks de nadruk die het ministerie legt op deregulering. Opvallend is dat de jongere directeuren minder bureaucratische last ervaren dan de oudere. Dit lijkt samen te hangen met een verschil in opvatting over de functie en taken: jongere directeuren zien zichzelf meer als fulltime manager.

Uit het onderzoek door de Volkskrant - waarvoor zo´n 200 directeuren uit het primair onderwijs zijn geïnterviewd - blijkt dat men niet zozeer een toename aan regels ervaart, maar wel meer administratieve verantwoordingslast en het feit dat veranderingen in regelgeving elkaar steeds sneller opvolgen als reactie op maatschappelijke excessen. Daardoor zou men niet genoeg toekomen aan het implementeren van beleidsplannen en evalueren van vernieuwingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels rond (brand)veiligheid, die als overdreven en betuttelend ervaren worden en onnodig veel tijd en aandacht vergen, wat ten koste zou gaan van de kwaliteitszorg. Tegelijkertijd ervaren de directeuren iets meer autonomie vanuit het ministerie van OCW dan voorheen. Maar de ruimte die OCW biedt, wordt weer ingeperkt door andere regelstellende partijen zoals: gemeentelijke diensten, schoolbesturen zelf, samenwerkingsverbanden en vooral de Onderwijsinspectie. De slechte afstemming tussen deze partijen, die allemaal iets (vaak dezelfde gegevens) verwachten en eisen van de scholen, leidt volgens de Volkskrant tot onnodige bureaucratie.

Over het algemeen zijn weinig directeuren goed op de hoogte van de bron van bepaalde regels. Schoolbesturen stellen bijvoorbeeld zelf regels op over het schrijven van het schoolplan of het controleren van de boekhouding door een accountant. Veel directeuren denken dat het hierbij gaat om een wettelijk voorschrift vanuit het ministerie. De onderzoekers van de Volkskrant denken dat daar een slag te slaan is: "Wanneer directeuren regelgeving die van het bestuur komt, inderdaad toeschrijven aan het bestuur in plaats van aan de `verre´ overheid, zou dit mogelijk een positief effect kunnen hebben op de beleving van inspraak en op de mate van vrijheid die wordt ervaren door deze directeuren", aldus de onderzoekers.

Autonomie
Opmerkelijk is dat scholen mét een bovenschools manager minder positief zijn over hun beleidsvrijheid dan scholen zonder. De Volkskrant concludeert hieruit dat autonomie niet alleen op bestuurs- en bovenschools niveau moet gelden, maar dat deze ook gedeeltelijk doorgegeven moet worden aan de scholen zelf. Een toename in autonomie betekent vaker dat de directeur van mening is dat de bureaucratie niet is toegenomen. Directeuren van eenpitters vinden het vaakst dat hun autonomie is toegenomen en zien hun bestuur meer als dienstverlenend orgaan. Ze volgen de regels van bestuur en andere partijen niet zonder nadenken op, willen bovenschools meedenken en hebben meer bestedingsvrijheid door lumpsum (in plaats van dat het blijft hangen op bestuursniveau). Eenpitters vrezen dan ook voor de tendens van schaalvergroting, die afbreuk doet aan hun beleidsvrijheid.

Andere opvatting
Oudere directeuren ervaren meer bureaucratische last dan hun jongere collega´s. Uit het onderzoek blijkt dat dit vooral samenhangt met de manier waarop jongere en oudere directeuren hun functie en taken beoordelen en opvatten. Jongere directeuren vinden dat ze meer manager zijn en minder leerkracht, dat meer tijd achter het bureau goed is voor de kwaliteit van het onderwijs en dat de huidige tijd vraagt om professionele leerkrachten die werken aan hun ontwikkeling en bijscholing. Oudere directeuren zien zichzelf toch het meest als schoolleider en leerkracht of begeleider, vinden tijd doorbrengen in de klas het belangrijkste en vrezen dat de toenemende tijd die zij achter het bureau moeten doorbrengen ("tijdsverspilling") ten koste zal gaan van de kwaliteit van het onderwijs. De Volkskrant concludeert dat de jongere directeur met zijn kijk op de functie het best past in de beleidsvisie van de overheid.

Meer informatie
Download het onderzoek van de Volkskrant

Gepubliceerd op: 16 december 2006
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)