Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Blurren’ in het sociale domein
Toegroeien naar integrale kindcentra kan alleen door intensieve samenwerking en rolwisseling

‘Blurren’ in het sociale domein

Auteur: Henk Derks

Onderwijs en opvang in Nederland zijn steeds meer gefocust op de ontwikkeling en exploitatie van integrale kindcentra. Toegroeien naar IKC’s kan alleen door intensieve samenwerking en rolwisseling, waarbij de belangen van kinderen voorop staan. Van ‘blurring’ (functiemenging) in het sociale domein is echter nog maar weinig sprake.
 
In de afgelopen honderd jaar is een diversiteit van stelsels ontstaan. Geïnstitutionaliseerde regelgeving, versnipperd in een diversiteit aan organisaties. Een bouwwerk met aangeplakte ruimtes, kamertjes en gestapelde functies waar de basisstructuur zoek is. Een verre van optimaal systeem wanneer we het vanuit het perspectief en de belangen van kinderen en jongeren bekijken. Terwijl het juist steeds gaat om dat ene kind met als basis dat ene gezin. De afgelopen jaren hebben in de leefwereld van het kind (0 – 18 jaar) nog diverse transities en transformaties plaatsgevonden: de wet Jeugdhulp, WMO, Participatiewet en de wet Passend onderwijs. Meer samen en samen meer doen voor het kind en zijn gezin, waarbij de onderlinge grenzen – zowel tussen organisaties als tussen functies van professionals – onscherp worden en soms vervagen.
 
Afbreukrisico
Een integraal kindcentrum (IKC) is gericht op het herontwerp van diensten, een integratie van de voorzieningen met als doel een kwaliteitsslag. Het afbreukrisico daarbij is dat een IKC verwordt tot methode. Als de enige echte vorm van samengaan, als dé oplossing voor allerlei problemen van en maatschappelijke uitdagingen in het onderwijs of juist hét antwoord op de (demografische) krimp. Kortom: een nieuw containerbegrip, een alomvattend medicijn tegen alle kwalen. Conciërges hebben het druk met het verhangen van de bordjes aan de voordeur, maar daar achter blijven medewerkers doen wat ze altijd al deden. Van enige vorm van ‘blurring’, laat staan herontwerp en integratie van systemen, is geen sprake en het wordt ontmoedigd door veel gedetailleerde wet- en regelgeving die uitgaat van wantrouwen en vooral gericht is op controle vanuit een verticale beheersstructuur. Terwijl met IKC-ontwikkeling in wezen wel blurring wordt bedoeld: situationeel maatwerk, waarbij de vervaging van functies geen doel maar enkel een middel is om een kwalitatief beter resultaat te genereren. Blijkbaar zijn de belangen van instituten en het perspectief van de professional niet meer gericht op het doel waarvoor ze feitelijk zijn opgericht. In het boek ‘Verdraaide organisaties’ (2012) maakt Wouter Hart duidelijk hoe beheersbaarheid een manier van denken is die diep in ons zit en leidt tot inefficiënte bedrijfsvoering. Het in standhouden van het systeem is belangrijker dan de doelen waarvoor het is ontworpen.
 
Disruptieve innovatie
Innovatie in het sociale domein gaat bijzonder traag. Blijkbaar is disruptieve innovatie nog niet doorgedrongen. In het bedrijfsleven is dit een essentieel begrip: het tempo waarin veranderingen zich aandienen vraagt om een continue alertheid om te willen en kunnen veranderen. Blijvend is de vraag gericht op innovatie, waarbij technologie een belangrijke drijvende actor is. Bedrijfsprocessen worden voortdurend in beweging gezet en afgestemd op de vraag van de klant. In het sociale domein werken kennelijk andere mechanismen. De nadruk ligt niet op het genereren van winst uit bedrijfsvoering. Het effect en de opbrengst voor het kind en het gezin en daarmee de samenleving als geheel zijn de drijfveer, de ambitie en de uitdaging van de professionals. De invloed van veranderingen in de samenleving zijn echter onlosmakelijk verbonden met de inhoud van het werk in het sociale domein. Professionals en organisaties in het sociale domein moeten zich verhouden tot deze veranderingen.
 
Blurring
Blurring is een recht van, een opdracht aan, een uitdaging voor iedere branche of sector in het sociale domein. Geen privilege. Blurring is democratisch: iedereen kan en mag – of vanuit de opdracht van de professional – moet meedoen. Het vraagt om je verantwoordelijkheid te nemen en je niet te verschuilen achter de organisatie of het instituut. De kwaliteit, het ondernemerschap, de innovatieve slimheid en vaardigheden brengen iemand (geen organisaties, maar mensen) in charge. Of juist niet, bij gebrek daaraan.

Blurring gaat over de beweging van verbinding in het sociale domein, het ecosysteem van het kind, dat daarin centraal staat. De voorzieningen moeten zorgdragen voor een veilige, ontwikkelrijke omgeving. Binnen de huidige stelsels zijn er veel instituten die een bijdrage moeten leveren. Blurring gaat over de verbinding tussen de mensen in die instituten. Deze verbinding gaat over het ‘waarom en wat’. Het gaat ook wel om het ‘hoe’, met concrete voorbeelden ter inspiratie. Blurring in het sociale domein vraagt om (zelf)analyse en reflectie. Vanuit de diversiteit van mensen en kwaliteiten ontstaat een veel breder scala aan mogelijkheden. De vraag van het kind, het gezin en de omgeving staat centraal. Dat wat nodig is moet georganiseerd worden, punt.
Blurring kent ook zijn beperking. Het is voorbehouden aan mensen. Organisaties, systemen, kunnen het niet. Professionals die ondernemend zijn denken en handelen in termen van ‘naar buiten kijken’, horen en snappen de vraag en willen die ook per se beantwoorden. Ze zoeken een weg, innoveren, zijn niet bang om fouten te maken. Bij blurring hoort ondernemerschap, eigenaarschap, ­leiderschap, energie, durf en ambitie, maar vooral een ­professionele grondhouding.
 
Het leven oefenen
Wat vroeger meestal organisch in het (grote) gezin werd geleerd is verschoven naar het publieke domein. De school, opvang, sportclub of straat zijn de plekken waar ‘geleerd’ wordt. Een ontmoetingsplek in de wijk kan een vorm zijn om kinderen de mogelijkheid te bieden zich breed te ontwikkelen. Dat kan in een IKC: een vrijplaats om het leven te leren. Een veilige plek om het leven te oefenen, waar je fouten mag maken en waar een breed palet aan geïntegreerde diensten wordt aangeboden. De verbinding tussen gezin, buurt, school en vereniging is daarbij belangrijk. Hoe rijker deze omgeving, hoe beter een kind zich ontwikkelt tot een gelukkig, aardig, vaardig en waardig mens dat actief mee kan doen in onze samenleving. Dit is precies waarom onderwijs, opvang en welzijn samenwerken in kindcentra en er blurring moet plaatsvinden. Vanuit die centra wordt een samenhangend aanbod gedaan voor opvoeding, onderwijs, ondersteuning en opvang. Dit vertaalt zich in verschillende ‘routes’, een diversiteit aan diensten. Kinderen en ouders kunnen het dagarrangement kiezen dat het beste bij ze past. Ouders kunnen er met hun vragen over opvoeding, jeugdhulp of zorg terecht. Met name de ouders zijn de pedagogische partners.
 
Eén visie
Ouders en kinderen hebben in een kindcentrum te maken met één pedagogische visie, één organisatie en één team met professionals uit opvang, onderwijs en welzijn. Er is geen ‘knip’ tussen school en (buitenschoolse) opvang of tussen peuterspeelzaal en school: voor de kinderen vloeit dit heel natuurlijk in elkaar over. Een kindcentrum is dus veel meer dan ‘meerdere organisaties onder één dak’. Over organisatiegrenzen heen wordt één uitdagende leer- en ontwikkelomgeving aangeboden.
 
Hoe die er precies uitziet, hangt af van wat kinderen, ouders en ‘de wijk’ nodig hebben. Om mee te kunnen bewegen met (toekomstige) vernieuwingen, hebben kinderen heel wat bagage nodig. De professionals van de samenwerkende partners kunnen kinderen vooral sámen goed voorbereiden op hun toekomst. In een kindcentrum zijn zij daarom met elkaar én met de leefwereld van kinderen, ouders en hun omgeving verbonden.
 
Herontwerp voor 5.000 uur
Het toegroeien naar kindcentra kan alleen door intensieve samenwerking en rolwisseling, waarbij de belangen van kinderen voorop staan. Per locatie zijn er verschillen waarbij medewerkers, ouders en kinderen vanuit verbinding, pedagogisch-educatief partnerschap, elkaar versterken. Samen toegroeien naar kinddiensten die passen bij de vraag van kind en ouders. Wachten op nieuwe wet- en regelgeving is geen optie en bovendien immoreel. Ieder van de bestaande instellingen heeft zijn eigen problemen en grenzen van mogelijkheden om een goed antwoord te vinden op de vraag vanuit het sociale domein. Door blurren, samenwerking en rolwisseling zijn nieuwe antwoorden mogelijk die passen in de huidige tijd en bij de vraag van kinderen, jongeren en gezinnen.
 
Een kind is 5.000 uur per jaar wakker, zit 940 uur op school en de rest is ook voor zijn ontwikkeling. Nu ligt de focus voor onderwijs op 940 uur, voor opvang op zo’n 500 uur en voor jeugdzorg op curatief handelen bij problemen. Integraal een herontwerp maken van de diensten in het sociale domein met de focus op die 5.000 uur is de opdracht aan de beleidsmakers van onderwijs-, opvang- en jeugdbeleid.
In de tussentijd moeten professionals niet stil blijven zitten. Zij kunnen door het mechanisme van blurren (lef, ondernemerschap, eigenaarschap, reflectie en vooral een sterke overtuiging van het waarom) ‘praktijk’ maken. Een praktijk die er voor kinderen toe doet en die beleidsmakers inspireert om het herontwerp achteraf in beleid vast te leggen, waarna hopelijk alweer nieuwe praktijk wordt gemaakt. En één ding is zeker: in het sociale domein is het werk nooit af. _
 
Auteurs Henk Derks en Peter Vereijken van Stichting Social Solutions (S3], zijn de drijvende krachten achter de leergangen ‘Ondernemend leiderschap’ en ‘Directeur IKC’ van het AVS Centrum Educatief Leiderschap. Meer informatie: www.avs.nl/professionalisering 
 
Oorsprong blurren
Het begrip ‘blurren’ komt uit de fotografie. Feitelijk betekent het verzachten, vervagen. Het wordt vaak toegepast om het onderwerp van een foto te versterken. Blurring wordt als begrip nu ook gebruikt voor functiemenging. Het houdt in dat bijvoorbeeld in één (winkel)pand combinaties plaatsvinden van detailhandel, horeca, werken, leren, wonen, zorg, cultuur, et cetera. Kortom: meerdere functies en branches die doorgaans van elkaar gescheiden zijn (waren), gemengd op één plek. (Bron: Platform 31, kennis van stad en regio, april 2017)
 

Gepubliceerd op: 30 september 2017

Verschenen in

Kader Primair 2 (2017-2018) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)