Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » AVS herkent zich niet in teneur Onderwijsverslag 2005/2006

AVS herkent zich niet in teneur Onderwijsverslag 2005/2006

De AVS herkent zich niet in de teneur van het onderwijsverslag 2005/2006, dat de Onderwijsinspectie op 15 mei presenteerde. Er zijn weliswaar enkele 'hardnekkige problemen', zoals het verslag stelt, maar deze zijn niet nieuw en op de meeste scholen wordt hard gewerkt aan het oplossen hiervan. Ton Duif, voorzitter AVS: "Van de scholen presteert 93 procent voldoende. Er zijn de laatste jaren een aantal duidelijke verbeteringen behaald, die te weinig aandacht krijgen in het rapport. Het is te gemakkelijk alleen maar de nadruk te leggen op de minder positieve aspecten".

Zo is het aantal slecht presterende scholen gedaald. Ook is het probleem inzake het leesonderwijs, speerpunt van het vorige onderwijsverslag, duidelijk aangepakt. Hoewel nog steeds teveel kinderen het basisonderwijs verlaten met een te laag leesniveau, is dit aantal aan het dalen. "Bovendien,", zo stelt Duif, "leidt verbetering in de onderbouw, waar de leesproblemen ontstonden, niet direct tot een hoger niveau in groep acht. Daar gaat een aantal jaren overheen".

De kritiek van de Inspectie richt zich vooral op het speciaal basisonderwijs. Ook hier stelt de Inspectie weliswaar vooruitgang vast op leerstofaanbod en leerlingenzorg en is er steeds meer een planningsgerichte aanpak, maar toch doet slechts tweederde van de scholen dit nog niet op basis van een handelingsperspectief en is er onvoldoende verantwoording over de opbrengsten van de school. Duif: "Natuurlijk moeten de prestaties nog verder omhoog. Maar deze scholen worden nu al beoordeeld als gewone basisscholen, terwijl de omslag niet van vandaag op morgen zichtbaar kan zijn. Dat mogen we ook niet van ze verwachten. De scholen hierop afrekenen doet geen recht aan hun inspanningen".

Ook in het speciaal onderwijs, cluster 4, ziet de Inspectie veel problemen. Zo is er te weinig verantwoording, evalueert slechts 30 procent ieder jaar de leerlingenzorg en heeft slechts 40 procent een samenhangend leerlingvolgsysteem. Duif: "Zonder voorbij te willen gaan aan genoemde punten, mogen we niet vergeten dat deze scholen met een enorme leerlingengroei te maken hebben. Dit betekent niet alleen dat het personeel deze extra leerlingen moet zien op te vangen én gedegen les te geven; door het financieringssysteem (bekostiging achteraf) kampen deze scholen ook nog eens met te lage budgetten om tijdig voldoende (goed) personeel aan te trekken".

Om de problemen aan te pakken is dus een andere financieringsmethode noodzakelijk en moet er extra geïnvesteerd worden in deskundigheidsbevordering van het personeel. De (bestuurlijk) eindverantwoordelijken en de schoolleiding zullen een meer op evaluatie georiënteerde cultuur moeten realiseren. Een deel van de problemen zit namelijk niet in het onderwijs zelf, maar in het zichtbaar maken van de verbeteringen, de verslaglegging. De uitdaging is dat deze betere verantwoording niet leidt tot (het gevoel van) verhoogde bureaucratie, die ten koste gaat van de primaire taak: het opleiden van de leerling. 

"Maar het belangrijkst is dat we ook trots zijn op wat we wél bereiken en dat we onze energie steken in het ondersteunen van de scholen die dat nodig hebben. In plaats van keer op keer de vorderingen te bagataliseren, te wijzen op wat er fout gaat en het onderwijspersoneel te demotiveren met eenzijdige, niet opbouwende kritiek", aldus Ton Duif.

Gepubliceerd op: 16 mei 2007
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2019)