Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Arme kinderen doen vaker aan sport en cultuur, maar beleidsdoel is niet gehaald

Arme kinderen doen vaker aan sport en cultuur, maar beleidsdoel is niet gehaald

Het aantal kinderen van 5-17 jaar dat meedoet aan sport, zwemles, cultuur, muziek, scouting en buitenschoolse activiteiten neemt toe, concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Begin 2010 deden 504.000 kinderen niet mee; 3 procent minder dan twee jaar eerder. Onder arme bijstandskinderen is de afname verhoudingsgewijs sterker. De bereikte afname is echter minder groot dan was beoogd in het kabinetsbeleid, dat uitging van een halvering binnen twee jaar.

Gemeenten kregen in 2008 en 2009 extra geld om dat beleidsdoel te realiseren. Het beleid kan volgens het SCP effectiever door het meer te richten op specifi eke groepen kinderen. Bijvoorbeeld aan kinderen die minstens twee jaar onder de armoedegrens zitten. Ook zou het beleid al op de basisschoolleeftijd moeten beginnen en worden verbreed naar arme kinderen waarvan de (werkende) ouders geen bijstand ontvangen. Daarnaast is alleen het bieden van financiële en materiële steun niet genoeg: als ouders zelf meer maatschappelijk actief zijn, vergroot dit de kans dat hun kinderen meedoen. De SCP-studie vergeleek de vrijetijdsbesteding van drie groepen: arme kinderen in de bijstand, overige arme kinderen en niet-arme kinderen. Bijstandskinderen hebben hun achterstand op de andere inkomensgroepen iets ingelopen. Ook de fi nanciële hulp en ondersteuning in natura voor de vrijetijdsbesteding nam bij de bijstandskinderen het sterkst toe. In 2010 was er echter nog steeds een groot verschil: 44 procent van de bijstandskinderen deed niet aan de genoemde activiteiten mee. Dat is ruim twee keer zoveel als in de niet-arme groep (19 procent). De doelstelling van het beleid - een halvering van het aantal kinderen dat om redenen van armoede niet maatschappelijk meedoet - is echter bij lange na niet gehaald. Een van de verklaringen is dat arme kinderen, van wie de ouders niet in de bijstand zitten, niet goed in beeld zijn bij de uitvoerende instanties. Bovendien hangt de sociale participatie van arme kinderen niet alleen af van financiële obstakels, maar ook van sociaal-culturele factoren. Zo doen kinderen minder vaak mee wanneer hun ouders weinig participeren in de samenleving. Daaraan is in het lokale beleid tot nu toe weinig aandacht besteed.

Meer informatie: http://www.scp.nl/

Gepubliceerd op: 1 december 2011
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)