Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Arbeidsmarktknelpunten PO

Arbeidsmarktknelpunten PO

Het Participatiefonds (PF) heeft als taak werkloosheidsuitgaven in het primair onderwijs (po) te beheersen en terug te dringen. Indien een bevoegd orgaan kan aantonen dat een ontslag op juiste gronden plaatsvindt en voldoende inspanningen zijn geleverd om ontslag te vermijden, draagt het PF zowel de werkloosheidskosten als de verantwoordelijkheid voor re-integratie.
 
Op de langere termijn zullen grote tekorten ontstaan op de arbeidsmarkt voor het primair onderwijs, door grootschalige uitstroom van oudere werknemers. In de komende twee tot vier jaar verwacht het PF niettemin grote aantallen ontslagen. Aanwijzingen daarvoor zijn onder meer krimp van aantallen leerlingen en bezuinigingen. Mocht dat zo zijn, dan leidt dat voor het PF niet alleen tot een toename van werkloosheidskosten, maar ook tot moeizamere re-integratie. Immers de verwachting is dat de ontwikkelingen zich in de gehele sector zullen voordoen.
 
Om goed op deze fluctuaties te kunnen anticiperen, wil het PF inzicht krijgen in de te verwachten dynamiek op de onderwijsarbeidsmarkt. Die kennis kan bijdragen aan de strategiebepaling voor de komende tijd. CAOP Research is gevraagd onderzoek te doen naar ontwikkelingen en knelpunten op de arbeidsmarkt voor het po. Het uiteindelijke doel daarvan is mogelijke maatregelen te benoemen die het PF (alleen of samen met anderen) kan treffen om knelpunten te helpen verminderen.
 
In dit document doet het CAOP verslag van een enquête onder 1.515 schoolleiders en bovenschools managers. De enquête gaat in op arbeidsmarktknelpunten waarmee scholen te kampen hebben, de personele consequenties daarvan en mogelijkheden om te voorkomen dat boventallige medewerkers werkloos raken.
 
De enquête is één van de drie pijlers onder de analyse van arbeidsmarktknelpunten in het primair onderwijs. Een desk research naar cijfers en literatuur op dit terrein is inmiddels afgerond. In de volgende onderzoeksfase vinden case studies plaats naar goede praktijken om met boventalligheid om te gaan. Als ook die fase is afgesloten, worden de drie deelrapportages verwerkt in een overkoepelende eindrapportage.

Methodologie en representativiteit
Bestanden
Voor dit onderzoek zijn in december 2011 alle schoolleiders uit het primair onderwijs uitgenodigd een internetenquête in te vullen. Daarnaast zijn ook alle bestuurders van ‘meerpitters’ uitgenodigd.[1] De adressen zijn ontleend aan het schoolmanagementpanel van het CAOP. Voor ophoging naar de gehele populatie, is het panel aangevuld met een adressenbestand van DUO en is een databestand aangekocht bij de Adreswijzer. Op deze wijze is het meest complete bestand ontstaan van e-mailadressen van schoolleiders en schoolbestuurders in Nederland. Alle besturen en vrijwel alle scholen zijn in het bestand vertegenwoordigd.[2]
 
Respons
Na samenvoeging van de bestanden kwam de totale steekproef op 8.040 personen.[3] In totaal hebben 1.515 personen de gehele enquête ingevuld (19%). Voor een enquête onder deze doelgroepen is dat een goed resultaat. Bestuurders hebben de enquête (26%) in verhouding iets vaker beantwoord dan schoolleiders (18%).
 
Tabel 1.1         Steekproef en respons

  Steekproef Respons (n) Respons (%) Invultijd (min)
Schoolleiders 7.362 1.337 18,2 14,3
Bestuurders 678 176 26,0 20,4
Totaal 8.040 1.515 18,8 14,8

 
In beide subgroepen vormt de respons een representatieve afspiegeling van de populatie. Om dat te beoordelen is onder meer een vergelijking gemaakt van een aantal belangrijke kenmerken van responsgroep en die kenmerken in de populatie. Er is gekeken naar de spreiding van de respondenten naar school- of bestuursgrootte, schooltype (basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs), denominatie, vakantieregio en gemeentetype. Een overzicht van de verdeling van de steekproef naar deze achtergrondkenmerken is opgenomen in Bijlage I.
 
Wat betreft die kenmerken vormen de bestuursleden een getrouwe afspiegeling van alle besturen in Nederland. Bij schoolleiders is een kleine weging toegepast, om te corrigeren voor afwijkende kenmerken van de respons.[4]
 
Eénpitters
Per éénpitter is één contactpersoon benaderd, meestal de schoolleider. Hen is gevraagd informatie aan te leveren over zowel hun school als hun bestuur. Dit is gedaan omdat, gezien de (relatieve) overzichtelijkheid van éénschoolse besturen, bevraging van zowel schoolleiders als bestuurders naar verwachting weinig extra informatie zou opleveren.
 
In de bovenstaande tabel zijn alleen de 176 bestuurders van meerpitters opgenomen. Daarnaast hebben 157 respondenten de vragen beantwoord namens zowel hun school als het éénpitterbestuur daarvan. Om dubbeltellingen te voorkomen is die groep in bovenstaande tabel geschaard onder de schoolleiders. Het totale aantal besturen waarover informatie is, komt daarmee op 333. De besturen vormen samen een representatieve afspiegeling van alle besturen in Nederland, ook wat betreft de verdeling tussen eenpitters en meerpitters.

Leeswijzer
Dit rapport gaat over arbeidsmarktknelpunten, zoals schoolleiders en schoolbestuurders die in de dagelijkse praktijk ervaren. In het volgende hoofdstuk komt de financiële situatie van scholen aan bod en de mate waarin scholen moeten bezuinigen. Hoofdstuk 3 gaat in op de personele consequenties daarvan: in hoeverre hebben of krijgen scholen te maken met boventalligheid? Hoofdstuk 4 gaat over de vraag hoe scholen actief proberen te voorkomen, dat personeelsleden door gedwongen ontslag werkloos worden. Welke maatregelen zijn succesvol? Welke knelpunten komen scholen tegen en welke kansen zien zij?


[1] Bij éénpitters zijn alleen de schoolleiders benaderd.
[2] Bijna alle scholen zitten in het bestand. Hoeveel er ontbreken is niet met zekerheid te zeggen. Volgens het Ministerie van Onderwijs (Kerngegevens 2010) waren er in 2010 7.480 scholen en is dat aantal sindsdien afgenomen. Het gebruikte bestand bevat 7.362 werkende e-mailadressen.
[3] De steekproef is exclusief niet werkende e-mailadressen (zogenaamde ‘bouncers’).
[4] Voor het berekenen van de weegfactoren is gebruik gemaakt van propensity score weighting. Dit is een regressietechniek op basis waarvan afwijkingen ten opzichte van de populatie in kaart worden gebracht.

 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 22 juni 2012
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)