Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » 'Als je zelf niet in actie komt gebeurt er ook niks'

'Als je zelf niet in actie komt gebeurt er ook niks'

Auteur: Susan de Boer

Techniek moet een prominentere plaats krijgen op de basisschool. Maar hoe realiseer je dat in een gewoon klaslokaal? In Veendam krijgen leerlingen uit groep 7 en 8 techniekles op een onderbouw locatie van het voortgezet onderwijs. Vrijwilligers begeleiden de leerlingen bij het maken van vogelhuisjes, ballonracers en zenuwspiralen. Ook het bedrijfsleven helpt financieel een handje. Het levert niet alleen betere technieklessen op, maar verbetert ook de doorgaande leerlijn en overgang po-vo.

“Het is lastig om op basisscholen techniekles te geven. Leerkrachten zijn er niet voor opgeleid. De meesten zijn ook onzeker op dat terrein, omdat ze zelf zelden klussen. Op basisscholen is er meestal te weinig kennis, geen geschikt lokaal en geen materiaal”, zegt Levi Austin, leerkracht op de Westerschool in Wildervank. Samen met een collega van de Veendammer school voor voortgezet onderwijs Winkler Prins geeft ze het ‘Techniekproject voor basisschoolleerlingen’ handen en voeten. In dit project maken basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 van alle basisscholen in Veendam en Menterwolde plus een paar scholen uit Oude Pekela vier keer per jaar een werkstuk. Dat zijn aansprekende opdrachten: een ‘zenuwspiraal’ bijvoorbeeld, waarbij leerlingen een stroomkring maken, een karretje dat wordt voortgedreven door de energie van een leeglopende ballon. Een stuurgroep van algemeen directeuren plus de vo-directie geeft het project een stevige basis, een werkgroep van leraren van basisscholen en voortgezet onderwijs zorgt voor de praktische invulling.

Zagen en boren
“We hebben het project gedeeltelijk gekopieerd van een school in Lichtenvoorde”, vertelt Austin. “Winkler Prins stelt een lokaal beschikbaar. We hebben het lokaal ‘Tech4fun’ genoemd. Een goede ruimte is heel belangrijk. Op de basisschool kun je in het leslokaal wel bouwen met karton of iets in elkaar zetten met rietjes, maar zagen of solderen gaat niet. Dat is te gevaarlijk, of geeft te veel stof. Bovendien is het voor één leerkracht nauwelijks te doen om dertig leerlingen te begeleiden.” Op Winkler Prins worden de leerlingen begeleid door vrijwilligers. Die zijn geworven onder senioren en oud-ambtenaren die in de technische sector hebben gewerkt. Austin: “Deze mensen vinden het geweldig om hun kennis en vaardigheden over te dragen aan kinderen van tien, elf jaar.” De vrijwilligers worden in didactiek getraind door Austin. Want hoe geef je instructie, hoe stel je de juiste vragen, hoe help je leerlingen zonder dat je het zagen, schroeven en boren van ze overneemt? Naast de zes tot acht vrijwilligers en de eigen leerkracht is op de lesochtenden ook een coördinator aanwezig, die waar nodig ondersteunt en oplet dat de lessen kwaliteit hebben. Austin: “Het moet geen knutseluurtje zijn.” Om de techniekles voldoende diepgang te geven, worden de lessen voorbereid door de eigen leerkracht die daarvoor digitaal lesmateriaal krijgt toegestuurd. “Dat is niet vrijblijvend”, zegt Austin. “We hebben daarover goede afspraken gemaakt met de algemeen directeuren van de basisscholen. Leerlingen mogen niet onvoorbereid aan de techniekles beginnen.”

Kostenpost
Voor Winkler Prins zijn er drie belangrijke redenen om mee te doen aan het project. Roel Hummel, directeur onderbouw: “Ten eerste willen we leerlingen enthousiast maken voor een opleiding in techniek of science. Dat kan de basisberoepsgerichte leerweg installatietechniek zijn, maar ook de Technische Universiteit of de Hogere Laboratoriumschool. Ten tweede willen we de doorgaande leerlijn po-vo voor techniek verbeteren. We hebben zo’n traject ook aan de uitstroomkant met het mbo. En ten derde werkt het project drempelverlagend. Dit is een streekschool. Leerlingen die van kleine dorpsscholen komen, zien er soms tegenop naar zo’n grote school voor voortgezet onderwijs te gaan. Dankzij dit project zijn de kinderen – de voorlichtingsdagen en open dagen meegeteld – al twaalf keer op de school geweest voordat ze naar de brugklas gaan.” Winkler Prins draagt financieel bij aan het project. Hummel: “Onze grootste kostenpost is de coördinator. Die houdt contact met de vrijwilligers, maakt de roosters, zorgt ervoor dat de scholen de digitale lesstof krijgen aangeleverd, dat het materiaal en het gereedschap op orde is.” Daarnaast dragen de basisscholen via de gemeenten Veendam en Menterwolde per leerling 10 euro per jaar bij. Voor dat bedrag maken leerlingen vier werkstukken per jaar, worden de vrijwilligers getraind, de eigen leerkrachten geschoold en wordt er materiaal en gereedschap aangeschaft. Ook het bedrijfsleven helpt financieel een handje. Het bedrijvennetwerk Veendammer Ondernemers Compagnie (VOC) heeft de contributie verhoogd met 20 euro per jaar en betaalt met die verhoging mee aan het project. Een paar bedrijven sponsoren in natura. Zo heeft installatiebedrijf Dijk & Wijk pvc-pijpen en beugeltjes geleverd en houtleverancier Jongeneel heeft op maat gezaagd hout toegezegd voor 1.000 leerlingen. “De financiering is rond voor twee jaar. Maar we willen het verduurzamen, dus ben ik in gesprek met de wethouders”, vertelt Hummel. “In 2020 zijn basisscholen verplicht om techniekles te geven. Daar hebben scholen dan ook lokalen en materialen voor nodig. Hier is een ruim, modern, goed geoutilleerd lokaal, dat kunnen we zo gebruiken. Het moet financieel dan wel degelijk worden aangepakt.” Ook zet Hummel in op meer sponsoring door bedrijven. “We halen nu zo’n 4.000 euro op aan sponsorgelden. Dat moet 20.000 euro per jaar worden.”

Opdracht
De technieklessen passen in de onderwijskundige visie van de scholen. Henk Poppen, lid van het College van Bestuur van Scholengroep Opron in Veendam, Menterwolde en Stadskanaal: “We willen de ontwikkeling van onze leerlingen breed stimuleren. Taal en rekenen is op orde, nu willen we toe naar een verbinding met wetenschap en techniek. De technieklessen in groep 7 en 8 staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een groter concept.” Voor Opron is het belangrijk dat het niet bij een tweejarig project blijft, maar dat techniek structureel wordt ingebed in het curriculum. “Dat betekent dat we de lessen uiteindelijk uit reguliere middelen moeten betalen. Als de subsidie van de gemeenten wegvalt, hebben we een probleem. Waar we tegenaan lopen, is dat er weinig geld beschikbaar is gesteld voor de uitvoering van de afspraken in het Techniekpact. Als je leerlingen wilt interesseren voor techniek, moet je jong beginnen. Het Techniekpact richt zich nog te veel op het voortgezet onderwijs en het mbo. Er zou meer geld beschikbaar moeten komen voor projecten in het basisonderwijs.” Maar Poppen vertrouwt erop dat er een oplossing komt. “De aanloopkosten zijn nu gedekt. Als de technieklessen structureel worden, worden de kosten lager. Dan hoef je alleen nog maar onderhoud te plegen, maar daar moeten we wel geld voor kunnen vinden. Onze opdracht als stuurgroep is te zoeken naar die middelen. Leerlingen en leraren zijn enthousiast en dat enthousiasme willen we vasthouden.”
Aan Levi Austin zal het niet liggen. “Mijn ideeën zijn nog lang niet op. Over drie jaar hoop ik ook een science-lokaal te hebben voor biologie, scheikunde en natuurkunde. Ik wil excursies en bedrijfsbezoeken organiseren. En ook met de midden- en onderbouw wil ik aan de slag.”

Gepubliceerd op: 18 maart 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)