Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Alleen door ruimte te geven, kan iets tot bloei komen'
Toezicht op maat

‘Alleen door ruimte te geven, kan iets tot bloei komen'

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

Vanaf 1 augustus aanstaande geldt het nieuwe inspectietoezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. De inspectie begint voortaan bij het bestuur in plaats van de scholen. Eigen verantwoordelijkheid vormt het uitgangspunt. De eerste ervaringen zijn positief.

De tijd dat alle scholen automatisch om de vier jaar worden bezocht, lijkt voorbij. De inspectie start straks haar toezicht bij het schoolbestuur, dat moet laten zien hoe het met de kwaliteit van zijn scholen is gesteld. Vervolgens controleert de inspectie of dit klopt door op een aantal scholen een verificatieonderzoek uit te voeren. Scholen die het risico lopen het predicaat ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ te krijgen, worden sowieso bezocht. Het bestuur krijgt dus meer verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit. “Een goede zaak”, vindt Arjan Brunger, CvB-voorzitter van de stichting Katholiek Onderwijs Noord Oost Twente (Konot). Dit bestuur, waar 22 basisscholen toe behoren, deed in een pilot al ervaring op met het nieuwe toezicht. “Het is mooi dat de inspectie aansluit op waar wij mee bezig zijn. In het strategisch beleidsplan hebben we afgesproken dat we gespreid leiderschap belangrijk vinden. Als bestuurder wil ik directeuren alle ruimte en zelfstandigheid geven om hun ambities waar te maken. Net zo goed als directeuren hun team het vertrouwen willen geven, en de leraren op hun beurt de kinderen. Alleen door ruimte te geven, kan iets tot bloei komen.”
 
Juiste balans
Het blijft volgens Brunger zoeken naar de juiste balans op de weegschaal tussen controle en vertrouwen. Om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs, houdt het bestuur twee keer per jaar een verantwoordingsgesprek met elke school. “Dat gesprek bereiden we aan beide kanten voor aan de hand van een format, dat ook de staf bijvoorbeeld invult. Op basis daarvan gaan we het gesprek aan: welke resultaten zijn behaald en hoe staat de school in ontwikkelingen?”
Daarnaast zijn er zogeheten ‘succesmaten’ opgesteld om allerhande onderwerpen goed te kunnen beoordelen. Het gaat om vragen als: hoe zie je dat het onderwijs toekomstgericht is, hoe staat het met de sociaal-emotionele ontwikkeling of hoe zie je professionalisering in een lerende organisatie terug? Een van de volgende stappen is de zelfevaluatie en collegiale visitatie aan te passen aan het nieuwe inspectiekader. “Op basis van meerdere bronnen kunnen we dus bepalen of het met de kwaliteit goed zit”, legt Brunger uit. “Dit kunnen we aan de inspectie laten zien, waardoor zij wellicht een stapje terug kunnen doen.”
Hij vindt het logisch dat de inspectie dit vervolgens gaat controleren op een aantal scholen. “Dat het bestuursgesprek leidend is vind ik prettig en daar denken directeuren hetzelfde over. Voor hen vraagt het nieuwe toezicht niet veel meer, het biedt vooral kansen. Dat je de basis op orde wilt hebben, was er altijd al. Maar stel dat een school in een bepaalde ontwikkelingsfase zit waarin de resultaten wat minder zijn. Als je weet dat dit tijdelijk is, dan is het natuurlijk geweldig dat je dit met de inspectie kunt bespreken, waardoor zij bereid zijn ruimte te geven voor die ontwikkeling. Uiteindelijk wordt daar het onderwijs veel beter van, in plaats van alleen te focussen op resultaten.”
 
Open gesprek
Met het nieuwe inspectietoezicht zijn de afgelopen jaren diverse pilots uitgevoerd. Dit jaar is een overgangsjaar waarin de inspectie er al mee proefdraait. Vanaf augustus 2017 geldt het toezicht voor alle scholen. Marieke Bom, directeur van de Koningin Emmaschool voor speciaal basisonderwijs in Nijkerk, heeft de inspectie in april vorig jaar al op bezoek gehad volgens het nieuwe toezicht. “Het was wel spannend, net als anders”, vertelt ze. “Ik heb een inspectiecontrole altijd als positief gezien. De manier waarop het nu ging, vond ik heel prettig. Het was gewoon een open gesprek over het onderwijs. En we hebben een goede beoordeling gekregen, dat scheelt natuurlijk.”
“Dat je je nu goed kunt voorbereiden, is fijn”, vervolgt ze. “Van te voren kun je alle relevante documenten uploaden op de site van de inspectie en je kunt de kwaliteitscriteria al scoren. Dus van de onderwerpen waarop je wordt beoordeeld – onderwijsresultaten, proces, klimaat en veiligheid – kun je zelf aangeven of je dat onvoldoende, goed of zeer goed vindt. Tijdens het bezoek mag je een presentatie over de school geven. Ik vond dat ook heel prettig, omdat je kunt laten zien hoe het gaat, waar je trots op bent en wat uitdagingen zijn.”
Wat ook nieuw is, is dat er iemand met de inspecteur mee de klas in mag. Bom: “De intern begeleider kon zo meteen op alle vragen van de inspecteur antwoord geven. Dat is veel fijner dan achteraf op alles te moeten verklaren waarom we dingen doen zoals we doen.”
Na het bezoek volgt een gesprek waarin de inspecteur zijn beoordeling en die van de school naast elkaar legt. Op sommige indicatoren scoorde de school een voldoende en de inspectie goed. “Dan blijkt het dus best lastig om te bepalen wanneer goed precies goed is”, vertelt Bom. “Een school is een lerende organisatie en zal zich altijd willen blijven ontwikkelen. Het is goed om met elkaar hierover gewoon in gesprek te kunnen gaan. Het mooie is dat je nu een aanvulling mag schrijven op het rapport dat op internet wordt gepubliceerd. Daar kon ik onze mening in kwijt.”
 
Eigen ambities
Scholengemeenschap Koningin Wilhelmina College (KWC) in Culemborg deed twee jaar geleden mee aan een pilot van de inspectie. Rector Joke Hengefeld: “Het is mooi om te merken dat de inspectie veel heeft gedaan met onze feedback. Zo willen ze meegaan in eigen ambities en vervolgens de school als critical friend een spiegel voorhouden.”
KWC biedt leerlingen de kans om op meerdere niveaus eindexamen te doen. “Dat werkte tot nu toe altijd in ons nadeel in de beoordeling, omdat hierdoor de gemiddelde cijfers lager kunnen uitvallen”, vertelt ze. “Als je flexibilisering in het onderwijs daadwerkelijk handen en voeten wilt geven, vraagt dat wat anders dan het afvinken van allerlei bolletjeslijsten. Dat de inspectie nu veel meer de dialoog aangaat, iets wat in de pilot twee jaar geleden nog niet zo was, vind ik heel positief.”
Een ander pluspunt is dat straks docenten met de inspecteur mee mogen lopen tijdens het bezoek. “In de pilot voelden zij zich niet helemaal erkend door de flitsbezoeken”, legt ze uit. “Dan had de inspecteur het over een traditionele les, terwijl er na zijn vertrek nog allerlei spelvormen aan bod kwamen. Straks kunnen docenten het hele proces van afwegen en beoordelen meemaken en direct feedback geven. Het vertrouwen en de open houding van de inspectie waarderen ze zeer.”
Naast het vaststellen of een school aan de eisen voldoet, wil de inspectie een stimulerende rol spelen in de verbetering van de kwaliteit. “Dat ze hierin dus een stap verder gaan, vind ik goed. Als school ben je zelf ook altijd op zoek naar hoe het beter kan, bijvoorbeeld door intervisie of visitaties van andere scholen in het netwerk van tweetalig onderwijs. De inspectie komt veel op scholen, heeft expertise en kan nu dus ook haar positieve invloed aanwenden”, merkt Hengefeld op. “Of ik ze tussendoor ook zal uitnodigen voor advies? Misschien, al vraag ik me af of ze genoeg tijd hebben om dit soort verzoeken uit te voeren.”
Om scholen te stimuleren zich verder te verbeteren, kan de inspectie ook het oordeel ‘goed’ geven. “Dat scholen daar zelf om moeten vragen, vind ik geen handige constructie”, reageert de rector. “De inspectie zou gewoon ‘goed’ moeten geven als ze dat constateren. Bovendien snap ik er de meerwaarde niet zo van. Als de kwaliteit op orde is, zou dat goed moeten zijn. Daarnaast bestaat er ook nog het predicaat excellent. Het is mij niet duidelijk wat het verschil is tussen voldoende, goed of excellent, laat staan voor ouders.”
Vanaf 1 augustus, als het nieuwe toezicht echt ingaat, zal duidelijk worden wat dit precies gaat betekenen. Dat geldt ook voor het gegeven dat het schoolbestuur meer aanspreekpunt is. “Het is goed dat besturen dichter bij scholen komen te staan. Ik verwacht echter niet dat mijn rol heel anders wordt. Ik wil nog steeds optimaal geïnformeerd blijven”, zegt Hengefeld. “Dat je een goed beeld hebt van de kwaliteit, vond ik altijd al belangrijk. Alleen daardoor kun je de koers bepalen en het beste onderwijs neerzetten.” _
 
Het nieuwe inspectietoezicht
Vanaf 1 augustus gaat de onderwijs­inspectie werken volgens het nieuwe toezicht. Deze biedt naar eigen zeggen meer maatwerk, meer ruimte voor voldoende presterende scholen en is sterker gericht op verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs. Eigen verantwoordelijkheid is het uitgangspunt. Ook scholen en besturen die voldoen aan de eisen wil de inspectie stimuleren tot verdere kwaliteitsverbetering. Scholen kunnen daarom straks naast het oordeel ‘voldoende’ ook ‘goed’ krijgen. Als uit zelfevaluaties blijkt dat een bepaalde school of bepaalde afdelingen ambities op een overtuigende manier realiseren en dat geldt ook voor hun basiskwaliteit, dan kan het schoolbestuur zelf vragen om een onderzoek naar ‘goed’. De inspectie verifieert dan of dat wat in de zelfevaluatie staat ook waargemaakt wordt.
Het vierjaarlijks onderzoek start bij het bestuur, waarbij de inspectie kijkt naar de kwaliteitszorg en het financieel beheer. Daarna vindt verificatieonderzoek op een aantal scholen plaats, doet de inspectie kwaliteitsonderzoek bij risicoscholen en dus op verzoek van het bestuur of een school een onderzoek naar goede scholen.
 
Voor wie zich goed wil voorbereiden op het nieuwe toezicht, biedt de AVS de eendaagse training ‘Bezoek onderwijsinspecteur: leiden of lijden, lust of last’. Zie www.avs.nl/cel/bezoekonderwijsinspecteur

Gepubliceerd op: 20 april 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2019)