Home » Vereniging » Helpdesk » Veelgestelde vragen » Wet Versterking Bestuurskracht voor de medezeggenschap


Veelgestelde vragen - Wet Versterking Bestuurskracht voor de medezeggenschap

Wat betekent het van kracht worden van de Wet Versterking Bestuurskracht voor de medezeggenschap?

Auteur: Paul van Lent

De AVS Helpdesk krijgt regelmatig vragen over de gevolgen voor de medezeggenschap door het van kracht worden van de Wet Versterking Bestuurskracht, naar verwachting per 1 augustus 2016. De nieuwe wet betekent dat de medezeggenschap in alle onderwijssectoren vanaf die datum verandert. Voor alle sectoren geldt:
• Benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen.
• Op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van een bestuurder, heeft het medezeggenschapsorgaan adviesrecht.
• Voor het benoemen van een bestuurder of nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerling- of studentgeleding van de medezeggenschap zitting neemt.
• Ten minste twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder.

Primair en voortgezet onderwijs
In de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) wordt de positie van de MR versterkt:
• De MR krijgt rechtstreeks de noodzakelijke kosten vergoed van het bevoegd gezag, zonder dat daarvoor nog een faciliteitenregeling vereist is. De MR moet het bevoegd gezag wel vooraf in kennis stellen van de te maken kosten voor het raadplegen van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen; doet de MR dat niet, dan komen die kosten niet ten laste van het bevoegd gezag.
• In het vo en het vso krijgt de leerlingengeleding van de MR instemmingsrecht op de vaststelling en wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid. Daarin legt elke v(s)o-school vast hoe de inspraak en betrokkenheid van leerlingen wordt geregeld.

De geschillenregeling wordt aangepast:
• Als het bevoegd gezag een besluit neemt waarmee de MR niet heeft ingestemd of waarvoor niet de vereiste instemming van de MR gevraagd is, kan de MR tegenover het bevoegd gezag binnen zes weken de nietigheid van het besluit inroepen.
• De MR kan de geschillencommissie vragen om het bevoegd gezag te verplichten zich te onthouden van uitvoering of toepassing van een nietig besluit.
• De MR kan ook een adviesgeschil aan de geschillencommissie voorleggen als het bevoegd gezag ten onrechte geen advies aan de MR heeft gevraagd.
• De MR kan in een kort geding vragen om de uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) te mogen doen uitvoeren.

Geschillen over de WMS kunnen worden voorgelegd aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS). De bevoegdheid van dit orgaan wordt uitgebreid en de rol van de Ondernemingskamer verandert. Kijk voor meer informatie op https://onderwijsgeschillen.nl/node/28

Bovenstaande wijzigingen worden opgenomen in de AVS-publicatie ‘Goed onderwijs, goede MR’. Te bestellen via www.avs.nl/vereniging/publicatiesenproducten/ goed-onderwijs-goede-mr

Trefwoorden: Medezeggenschap

Verschenen in Kader Primair 1 (2016-2017)

Gepubliceerd op: 25 augustus 2016