Home » Vereniging » Helpdesk » Veelgestelde vragen » Veranderingen bevallings- en ouderschapsverlof


Veelgestelde vragen - Veranderingen bevallings- en ouderschapsverlof

Wat is er veranderd bij het toekennen van bevallings- en ouderschapsverlof?

Auteur: Jan Stuijver

Enkele bepalingen van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) zijn per 1 januari 2015 gewijzigd. Daarmee wil de regering het gebruik van verlofrechten en de mogelijkheid van aanpassing van de arbeidsduur verbeteren. In onderling overleg tussen werkgever en werknemer moet flexibeler gebruik kunnen worden gemaakt van verlofmogelijkheden en het aanpassen van arbeidstijden. Over de wijzigingen bij het bevallings- en ouderschapsverlof krijgt de AVS Helpdesk veel vragen.

Bevallingsverlof
Tot 1 augustus 2015 gold artikel 8.2, lid 6 CAO PO 2014-2015. Per 1 augustus 2015 is dit artikel vervallen. Eigenlijk zou artikel 8B.1, lid 3 per deze datum in werking treden. Door de invoering van vakantieopbouw is dit artikel echter in strijd met wat in artikel 3:4 WAZO is opgenomen. Artikel 8B.1, lid 3 treedt dus niet in werking op 1 augustus 2015 maar komt ook te vervallen. Op grond van artikel 3:4 WAZO moet al het vakantieverlof dat samenvalt met zwangerschaps- en/of bevallingsverlof worden gecompenseerd.
Dat betekent dat werknemers tot 1 augustus 2015 verlof gecompenseerd krijgen op grond van artikel 8.2, lid 6 CAO PO en na 1 augustus krijgen zij alle vakantiedagen vergoed die samenvallen met het zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Sinds 1 januari 2015 kan de laatste periode van het bevallingsverlof in delen worden opgenomen. Het gaat om het verlof dat overblijft na zes weken na de datum van de bevalling. Dit deel van het verlof kan gespreid worden opgenomen over een periode van maximaal dertig weken. De totale duur van het verlof verandert hierdoor niet. De uitkering en de manier van uitbetaling blijft hetzelfde. Het UWV betaalt de uitkering uit alsof het verlof in een aaneengesloten periode wordt opgenomen.
Uiterlijk drie weken na het begin van het bevallingsverlof moet de aanvraag voor gespreid opnemen aangevraagd worden bij de werkgever. De werkgever moet binnen twee weken met een verzoek instemmen. Er mag geweigerd worden als de organisatie ernstig in de problemen komt.
Het bevallingsverlof van moeders bij een langdurige ziekenhuisopname van haar pasgeboren kind is verlengd. Een moeder krijgt de gelegenheid om na de ziekenhuisopname haar kind tien weken thuis te verzorgen. Het huidige zwangerschaps- en bevallingsverlof van zestien weken is in die gevallen niet afdoende.
Als een moeder overlijdt bij de geboorte of tijdens het bevallingsverlof gaat het bevallingsverlof van de moeder over naar haar partner. Op die manier is een pasgeboren kind verzekerd van de zorg van een ouder.

Ouderschapsverlof
Bij de inwerkingtreding van de 40-urige werkweek uit de CAO PO (uiterlijk 1 augustus 2015) zijn de bepalingen over ouderschapsverlof gewijzigd. Naast de bepalingen in de CAO PO 2014-2015 gelden de regels van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO).
Wettelijk gezien hebben medewerkers recht op 26 maal de arbeidsduur per week aan ouderschapsverlof. Voor een fulltime medewerker komt dit neer op 26 x 40 (1.040 uur) verlof. Voor deeltijders geldt dit naar rato. De hoeveelheid betaald ouderschapsverlof (415 uur) blijft ongewijzigd. De woensdag wordt als acht uur gerekend conform de CAO PO 2014-2015. We denken niet meer in lesuren maar in werkuren.
Ouders hebben een onvoorwaardelijk recht op drie dagen opname van ouderschapsverlof rond de geboorte van het kind. Daarmee krijgen zij - naast het huidige kraamverlof van twee dagen - meer mogelijkheden om rond de geboorte tijd door te brengen met hun kind. De eis dat men een jaar in dienst moet zijn bij de werkgever voor het aanvragen van ouderschapsverlof vervalt.
Het is mogelijk af te wijken van de standaardverdeling (artikel 6:2, lid 4):

  • De werknemer kan ook minder uren per week verlof opnemen dan de helft van de normale werkweek. Het verlof duurt dan langer dan zes maanden. Denk hierbij aan ouders die één dag per week een papa- of mamadag willen opnemen.
  • Daarnaast is het mogelijk dat de werknemer juist meer verlof wil dan de standaardverdeling aangeeft, dus meer uren per week dan de helft van de normale werkweek. Zelfs fulltime verlof is in principe mogelijk. Natuurlijk alleen als beide partijen het hierover eens zijn.
  • Werkgever en werknemer kunnen het verlof ook in twee of drie delen van tenminste een maand opsplitsen.

De werkgever kan alle vormen buiten de standaardverdeling weigeren. Dit moet dan wel op grond van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ gemotiveerd kunnen worden.

Trefwoorden: Ouderschapsverlof

Verschenen in Kader Primair 2 (2015-2016)

Gepubliceerd op: 1 oktober 2015