Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Vereniging » Helpdesk » Veel gestelde vragen » Ontslag - rechten en plichten


Veel gestelde vragen - Ontslag - rechten en plichten

Per 1 augustus word ik ontslagen. Wat moet ik doen? Wat zijn mijn rechten en plichten?

Auteur: Theo van den Burger

WW
Uiterlijk binnen twee dagen nadat iemand werkloos is geworden moet hij of zij zich inschrijven bij het UWV via www.werk.nl  (met DigiD) en uiterlijk binnen een week moet hij/zij een WW-uitkering aanvragen bij deze instantie. Recht op WW ontstaat als:
• het ontslag niet verwijtbaar is;
• de medewerker voldoet aan de wekeneis (minstens 26 weken gewerkt in de afgelopen 36 weken);
• de medewerker voldoet aan de jareneis (minstens vier kalenderjaren gewerkt in de afgelopen vijf kalenderjaren).
Als de medewerker voldoet aan de wekeneis duurt de basisuitkering drie maanden.
Voldoet iemand ook aan de jareneis dan duurt de verlengde WW-uitkering even zoveel maanden als het arbeidsverleden, met een maximum van 38 maanden.

Pensioen
Tijdens WW en ASU (Aansluitende Uitkering) bouwt de medewerker gedeeltelijk pensioen op bij ABP (37,5 procent) tot hij of zij 62 jaar wordt (ook als de ASU doorloopt tot iemands 65e levensjaar). Het is mogelijk om meer pensioen op te bouwen (raadpleeg voor meer informatie ABP bijsparen).

Andere uitkeringen
Mensen werkzaam in het onderwijs maken ook aanspraak op een bovenwettelijke uitkering op grond van het Besluit Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling voor Onderwijspersoneel primair onderwijs (BBWO). Een aanvraag indienen hiervoor kan bij KPMG (www.wwplus.nl/aanvraag-uitkering) binnen drie maanden na de eerste WW-dag, mits de medewerker de UWV-beschikking heeft ontvangen.
Een medewerker kan aanspraak maken op een aanvullende uitkering gedurende de WW-uitkering. Het eerste jaar wordt aangevuld tot 78 procent van het laatstverdiende salaris, daarna tot 70 procent.
Daarnaast kan een medewerker aanspraak maken op loonsuppletie, als aansluitend aan het ontslag een baan is aanvaard tegen een lager dagloon.
Verder kan een medewerker aanspraak maken op een garantieuitkering. Als na ontslag uit het onderwijs een andere baan wordt aanvaard maar de medewerker wederom werkloos wordt, waarbij geen recht is op een bovenwettelijke uitkering, dan kan de eerder toegekende bovenwettelijke uitkering herleven.

Na afloop van de WW-uitkering kan iemand aanspraak maken op een Aansluitende Uitkering (ASU), als hij/zij op de eerste WW-dag minstens 40 jaar is en een diensttijd heeft van tenminste vijf jaar in het primair onderwijs. De uitkering bedraagt 70 procent van het dagloon van de oude baan tot een bepaald maximum.

Verplichtingen tijdens WW-uitkering
Iemand met een WW-uitkering moet minimaal één keer per week een sollicitatieactiviteit doen. Ook dient hij of zijn verplicht gebruik te maken van het outplacementtraject dat de werkgever aanbiedt of van re-integratiebegeleiding via het Participatiefond als hij/zij langer dan een jaar een WW-uitkering heeft.

Vrijstelling van sollicitatieplicht
In overleg met de ex-werkgever kan vrijstelling gegeven worden voor solliciteren bij:
• het volgen van opleiding mits die noodzakelijk is om werk te vinden;
• proefplaatsing om twee maanden met behoud van uitkering onbetaald werk te doen bij een eventuele nieuwe werkgever (ook toestemming van UWV nodig);
• de proef- of startperiode voor een eigen bedrijf. Het ondernemingsplan moet wel door de ex-werkgever of het UWV goedgekeurd zijn. Tijdens de startperiode is het zelfs mogelijk betalende klanten/opdrachtgevers te hebben, maar de uitkering wordt dan wel voor de duur van 26 weken met 29 procent verlaagd;
• mantelzorg en vrijwilligerswerk.

Passend werk aanvaarden
Iemand met een WW-uitkering moet na zes maanden ook solliciteren naar banen met een lager opleidingsniveau, minder salaris en/ of grotere reisafstand. Na één jaar worden alle banen als passend beschouwd, zelfs als het salaris lager is dan de WW-uitkering. Ook een tijdelijke baan is passend werk (ook voor zeer korte tijd). Passende reistijd gedurende het eerste jaar werkloosheid bedraagt maximaal twee uur per dag; daarna gaat de reistijd omhoog naar maximaal drie uur per dag.

Trefwoorden: Werkloosheid

Verschenen in Kader Primair 9 (2012-2013)

Gepubliceerd op: 30 mei 2013