Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Voor iedere instantie een ander formulier
AVS-peiling Passend onderwijs haalt knelpunten boven water

Voor iedere instantie een ander formulier

Auteur: Susan de Boer

Veel schoolleiders ervaren knelpunten bij de invoering van Passend onderwijs. De toename van de administratieve druk is een van de belangrijkste klachten. Betrokken instanties hebben uiteenlopende criteria en vragen om verschillende gegevens. Ook blijkt dat veel scholen niet meteen alle kinderen die zich aanmelden inschrijven.

Een jaar na de invoering van Passend onderwijs bestaan op veel scholen nog knelpunten bij het opnemen van kinderen met een extra zorg- of leerbehoefte. Dat blijkt uit de uitkomsten van de ledenpeiling die de AVS begin september bekendmaakte. Daarin geeft 80 procent van de respondenten aan dat Passend onderwijs niet vanzelf gaat. Een belangrijk knelpunt is de toegenomen administratieve druk. “Vooral bij de scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is de administratieve en bestuurlijke werklast groot”, zegt Marlies Middeldorp. Zij is beleidsmedewerker Passend onderwijs en Speciaal onderwijs bij de Stichting Protestants Christelijk Onderwijs te Utrecht (PCOU) en interim-directeur op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. “Reguliere scholen nemen meestal deel aan één samenwerkingsverband, maar scholen voor (v)so hebben een regionale functie en hebben daardoor te maken met veel verschillende samenwerkingsverbanden. Dat betekent dat het schoolbestuur met al die samenwerkingsverbanden afspraken moet maken, schoolbestuurders zitting hebben in het bestuur van de samenwerkingsverbanden en directeuren van so-scholen ook.” Daar komt bij dat niet alleen Passend onderwijs invloed heeft op het so en vso.

Ook de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten, de veranderingen in de AWBZ en de Participatiewet hebben gevolgen. Vanwege onderwijszorgarrangementen hebben scholen voor (v)so met veel gemeenten te maken die het allemaal anders hebben ingericht. Middeldorp: “Voor één kind moet je verschillende formulieren invullen doordat iedereen zijn eigen criteria heeft. Bovendien kun je een beroep doen op diverse budgetten. Je moet als directeur goed op de hoogte zijn van de wetgeving en weten hoe je middelen kunt binnenhalen om de kinderen een goed arrangement te bieden.”

Rechtsongelijkheid
Daarnaast vindt Middeldorp dat er rechtsongelijkheid kan ontstaan, doordat gemeenten en samenwerkingsverbanden verschillen in hun criteria. “Iedereen wil het beste voor de kinderen, maar elk samenwerkingsverband en elke gemeente ziet het net weer even anders. Dat betekent voor een kind dat het bij het ene samenwerkingsverband, in de ene gemeente, een ander arrangement krijgt dan wanneer hij of zij in eenandere gemeente zou wonen.” In het regulier onderwijs is de administratieve druk eveneens verhoogd. Ook hier is het Ontwikkelingsperspectief ingevoerd, een instrument dat in het so voor elke leerling wordt gebruikt, maar nu ook in het reguliere basisonderwijs voor leerlingen met een ondersteuningsvraag. Toch is Middeldorp over het algemeen positief over Passend onderwijs. “In Utrecht is het reguliere onderwijs op de goede weg. Binnen het samenwerkingsverband zijn afspraken met ambitie gemaakt over de basisondersteuning. De nieuwe route moet nog inslijpen, maar dat gaat wel lukken. Het zelfvertrouwen moet groeien. Als schoolbestuur zijn we er verantwoordelijk voor dat een kind op de beste plek komt, maar je moet goed naar de ouders luisteren. Dat gebeurt gelukkig steeds vaker. We hebben zelfs een keer samen met een ander schoolbestuur en twee samenwerkingsverbanden een verantwoord onderwijstraject bedacht voor een kind, om tegemoet te komen aan de specifieke wensen van de ouders. Dat traject loopt nu goed. Dat is zoals Passend onderwijs is bedoeld.”

Formatietekort
Een ander knelpunt waarmee scholen kampen, is het tekort aan formatie. “Het reguliere basisonderwijs kan veel opvangen, mits er voldoende menskracht is”, zegt directeur Theo Merkx van kbs Mariëngaarde in Gorinchem. Mariëngaarde is een school voor ‘inclusief onderwijs’, waar in principe alle kinderen welkom zijn, ook kinderen met een grotere zorgbehoefte. “We hebben 450 leerlingen waarvan er ongeveer tachtig dat stukje extra aandacht nodig hebben. Dat kunnen we bieden, omdat we goed opgeleide leerkrachten hebben, een stevige structuur hanteren en via het samenwerkingsverband middelen krijgen voor extra handen in de klas.” Mariëngaarde heeft een voorsprong in de opvang van kinderen met speciale behoeftes. “Tien jaar geleden zocht de coördinator van ons samenwerkingsverband een school die als pilot wilde gaan ervaren wat het vraagt om met meerdere kinderen te werken met een zwaardere zorgvraag. Hij was van mening, kijkend naar onze zorgbreedte, dat wij wellicht mogelijkheden konden vinden om deze op te rekken. We zijn daar ook voor gefaciliteerd met een extra leerkracht en later met onderwijsassistenten. Brede zorg kun je alleen in stand houden als je extra handen in de groep hebt. Wij kunnen dubbele bezetting realiseren in de groepen. Niet doorlopend, maar een paar uur per dag of per week, afhankelijk van de samenstelling van die klas. Bijvoorbeeld: we hebben meisje met een zwaardere vorm van autisme. Voor haar komt er iedere ochtend een speciale onderwijskracht in de klas.” Verschillen tussen kinderen maken de (leer)omgeving rijker, vindt Merkx. “Kinderen ervaren dat niet iedereen geboren is met gelijke talenten. Daarmee leren omgaan maakt je tot een volwaardiger mens. Natuurlijk is het soms zwaar voor de leerkracht, zeker bij een volle klas van 32 leerlingen. Maar voor de leerkracht is de zorgleerling niet de lastigste leerling. Dat zijn de originele stouterds van wie de ouders niet willen weten dat het een stouterd is. Die mopperen op de juf als er iets aan de hand is en komen verhaal halen als hun kind straf heeft gekregen.” Een andere zorg van Merkx is dat de gemeente zich steeds meer terugtrekt. “Toen wij nieuwe huisvesting kregen, hebben we daarin meteen ruimte willen creëren voor de opvang van kinderen die anders naar het speciaal (basis)onderwijs zouden gaan. Je zou denken dat de gemeente daarin extra wil investeren, het bespaart tenslotte geld. Maar daar is weinig van terecht gekomen. Dat zie je vaker. Als het goed gaat stopt men met de facilitering, terwijl je juist dan je handen er niet vanaf moet trekken.” Merkx vindt het jammer dat er veel negatieve geluiden zijn over Passend onderwijs. “Passend onderwijs is niet mislukt. Het staat of valt met de acceptatie van leerlingen met specifieke leerbehoeften door iedereen: de andere leerlingen, de ouders, de leraren, de schoolleiding. Onderwijs doe je met je hart.”

Zorg op maat
Uitgangspunt van Passend onderwijs is dat een kind wordt ingeschreven waar het wordt aangemeld. Vervolgens kijkt de school welk onderwijszorgarrangement het meest passend is. Maar deze route is niet echt gangbaar, zo blijkt uit de ledenpeiling van de AVS. Negentig procent van de schoolleiders schrijft een kind niet meteen in, maar voert eerst een kennismakingsgesprek en/of bespreekt de zorgvraag eerst in het team. In haar reactie op de uitkomst van de ledenpeiling zegt AVS-voorzitter Petra van Haren dat het zorgelijk is dat niet wordt voldaan aan de zorgplicht en ouders nog steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd. Maar een kennismakingsgesprek is in het belang van het kind, vinden veel respondenten. “Als een kind met een zorgbehoefte bij ons wordt aangemeld voor groep 1, dan gaan wij na met de voorschool en de ouders wat het beste is”, zegt Rainier Antonie, intern begeleider op de Koningin Beatrixschool in De Meern. “We willen het kind goed begeleiden en ook ouders willen een goed beeld van wat de school kan bieden. Dan kunnen we ook gericht een arrangement aanvragen bij het samenwerkingsverband, als dat nodig is.” Ook ouders die ontevreden zijn met de huidige school van hun kind en daarom het kind op de Koningin Beatrixschool willen inschrijven, krijgen een kennismakingsgesprek. “Ouders moeten goed weten hoe onze school is ingericht. Stel dat hun kind gedragsproblemen heeft en in een combi-klas zit. Wij hebben ook combiklassen, dus dat moeten ouders dan wel weten. Maar we laten mensen altijd rondkijken en helpen ouders altijd verder. Er is veel expertise in ons samenwerkingsverband en bij sommige problemen, fysieke beperkingen of een ziekte, kunnen we ook externe expertise inschakelen.” Ook Antonie vindt Passend onderwijs een goede zaak. “Hiervoor was ik ambulant begeleider. Dan kwam ik voor één kind, maar ik zag er zo al zes die mijn hulp ook zouden kunnen gebruiken. Je kunt nu meer kinderen zorg op maat bieden.”

Meer vrijheid
Naast de AVS heeft afgelopen maand ook het Algemeen Dagblad samen met DUO Onderwijsonderzoek een onderzoek naar Passend onderwijs uitgevoerd. Hierin uiten leraren hun zorgen over de invoering. Ook de Kinderombudsman rapporteert dat Passend onderwijs de problemen die hij eerder signaleerde niet heeft opgelost. In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de uitvoerbaarheid van Passend onderwijs. Staatssecretaris Dekker is niet verbaasd is dat veel leraren het nieuwe systeem ingewikkeld vinden, maar noemt het goed dat de ‘Chinese muren’ tussen het speciaal en het regulier onderwijs zijn weggehaald en dat scholen nu meer vrijheid hebben de zorg aan hun leerlingen goed te organiseren.

Gepubliceerd op: 1 oktober 2015

Verschenen in

Kader Primair 2 (2015-2016) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Jaargids PO (2017-2018) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)