Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Leren door te doen
Directeuren doorgronden hun leiderschap via learning center

Leren door te doen

Auteur: Susan de Boer

De directeuren van de Sint Josephscholen in Nijmegen hebben allemaal deelgenomen aan het door de stichting zelf geïnitieerde Learning Center. In deze nieuwe vorm van assessment reflecteren directeuren op het leiderschap en leren zij door te doen.

“Een directeur heeft een bepalende functie in de school”, zegt Rini Braat, directeur-bestuurder van Stichting Sint Josephscholen in Nijmegen. “We vinden daarom professionalisering van directeuren uiterst belangrijk en daarvoor zochten we naar een goede aanpak.” Die aanpak is gevonden in Learning Center, een vorm van assessment die is ontwikkeld en wordt uitgevoerd door onderwijsadviseur Robert Stevens. “Het traditionele assessment laat zien over welke competenties en potentieel iemand beschikt”, zegt hij. “Learning Center zet ook het leren van de directeur in gang.” Het assessment is gebaseerd op twee pijlers. De eerste is afgeleid van een onderzoek door psycholoog en organisatieadviseur Jeroen Seegers naar het leren van leiders. Dit onderzoek laat zien dat leidinggevenden vooral leren door te doen, het liefst met en in hun eigen praktijk. De tweede pijler is het visiegerichte perspectief dat wordt gehanteerd. Stevens: “Het gaat niet alleen om vaardigheden, maar vooral ook om mindset. Ideeën en overtuigingen hebben invloed op je gedrag. Je kunt je gedrag verbeteren, maar je kunt ook je bewustzijn veranderen en daarmee ánder gedrag ontwikkelen.”

Strategisch beleidsplan
Als voorbereiding op het Learning Center leest de schoolleider een boek over ontwikkeling. Ook bestudeert hij het strategisch beleidsplan in combinatie met het schooljaarplan en schrijft een startnotitie over leiderschap. Op de dag zelf vinden dialoog, reflectiegesprekken en oefeningen plaats. Stevens: “Wij werken met casussen die door de schoolleider zelf worden ingebracht. De directeur reflecteert aan de hand van vragen vanuit het bestuur op de huidige uitwerking van het schooljaarplan. Zo ontstaat er een dialoog over de stand van zaken en wordt duidelijk hoe de persoon, de ideeën en de vaardigheden van de leider de invulling en uitwerking van het jaarplan beïnvloeden. Een volgende casus gaat over interpersoonlijk leidinggeven. In een rollenspel kijken we hoe dat gaat. Direct daarna volgt er reflectie op wat er gebeurde. Met de gegeven feedback oefent de directeur vervolgens opnieuw. De deelnemers houden gedurende de dag een logboek bij. Na afloop bespreken we hoe ze de opgedane kennis kunnen inzetten en wat het vervolg zou kunnen zijn. Zo werken ze gericht aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling.”

Wederzijds vertrouwen
Voor de stichting is het belangrijk dat het strategisch beleidsplan leidraad blijft. Directeur-bestuurder Braat: “We hebben opvattingen geformuleerd over de gedragingen die een schooldirecteur van Sint Joseph laat zien en over de ontwikkeling die we verwachten. Dat is niet dichtgetimmerd, er is ruimte voor invulling vanuit de eigen sterke kanten. Wat we zien is dat na Learning Center de directeuren met goed onderbouwde voorstellen komen voor een vervolgtraject, zoals een opleidingsvraag. Wederzijds vertrouwen is daarbij belangrijk. We vertrouwen erop dat directeuren zich de goede kant op ontwikkelen en zij mogen op hun beurt verwachten dat wij hen daarin faciliteren.” Het faciliteren gebeurt onder meer door inzet van het professionaliseringsbudget voor directeuren en middelen uit de Prestatiebox.

Overall rapportage
Alle dertien directeuren van de stichting hebben in het laatste kwartaal van 2015 het Learning Center ondergaan. Braat: “Natuurlijk zijn de schoolleiders ook tijdens hun opleiding geconfronteerd met assessmentachtige zaken. Maar opvattingen veranderen en een update is voor iedereen nuttig. Het is wel zo dat we mensen niet overbelasten. Een directeur die een master volgt, hebben we een aangepast programma aangeboden. Een directeur die bijna met pensioen gaat ook. Ze doen wel mee, want we willen graag ook hun visie horen in het directieberaad.” Want dat is ook een opbrengst van Learning Center: de ontwikkeling van de stichting als geheel. “We hebben de rapportages naast elkaar gelegd en op overall niveau bekeken hoe we ervoor staan”, zegt Braat. “We hebben bijvoorbeeld geconstateerd dat we een goede feedbackcultuur moeten inrichten. Daarmee zijn we nu aan de slag.”

Eigen leren
Schooldirecteuren Jeroen Claassen van basisschool De Akker en Simone Wannet van basisschool De Kleine Wereld, beide gevestigd in Nijmegen, zijn enthousiast over Learning Center. “Ik kon mezelf wel herkennen in de rapportage die onderwijsadviseur Robert Stevens maakte over mij”, zegt Claassen. “Bijvoorbeeld: ik wil graag snel vooruit. Maar ik moet mij bewust zijn van het risico van een hoog tempo voor het aangehaakt blijven van de teamleden. Dat is een uitdaging.” Wannet waardeerde het dat ze zich op het eigen leren kon richten tijdens het assessment. “Learning Center heeft me bevestigd in mijn eigen beeld van goed leiderschap. Als vervolg ben ik op zoek gegaan naar de volgende stap in mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling. Ik heb inmiddels een loopbaanadviestraject gevolgd en neem nu deel aan een leergroep waarin leidinggevenden van allerlei organisaties, ook uit het bedrijfsleven, met elkaar nieuwe uitdagingen verkennen.”

Vaker in de klas
Beide schoolleiders hebben de opgedane kennis in de eigen school in de praktijk gebracht. “Een goede feedbackcultuur is belangrijk voor schoolontwikkeling”, zegt Claassen. “Ik heb aan het team gevraagd wat zij daarvoor nodig hebben. Ze gaven aan dat ze mij en de anderen van het schoolmanagementteam vaker in de klassen willen zien. Dat gebeurt nu ook. Aan de hand van wat ik zie tijdens de klassenbezoeken bespreken we een op een reflectieve vragen. Het is overigens nog wel een kunst om goede reflectieve vragen te stellen, het moet geen trucje worden. Het gaat erom dat de leraar eigenaar blijft van zijn eigen ontwikkeling. Ik wil dat de teamleden een soortgelijke ervaring opdoen als ik in Learning Center.
Veiligheid is daarbij belangrijk, en daarom doen we het stap voor stap. Inmiddels is het niet meer spannend als iemand van het schoolmanagementteam een klas binnenkomt voor een flitsbezoek. We willen ook dat leraren bij elkaar gaan kijken. Het bestuur heeft middelen vrijgemaakt voor vervanging, zodat klassenconsultatie niet op praktische bezwaren stuit.”

Betrokkenheid
Op De Kleine Wereld zijn werkgroepen ingericht. Leraren buigen zich gezamenlijk over onderwerpen waarmee ze affiniteit hebben. Wannet: “De leraren zijn ook verantwoordelijk voor de voortgang. Met het hele team evalueren we of de doelstellingen van een werkgroep zijn behaald. De teamleden kijken ook bij elkaar in de klas. Er zijn afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over automatiseren bij rekenen, en de een gaat dat makkelijker af dan de ander. Dat betekent dat leraren van elkaar de kunst kunnen afkijken. In het begin vonden ze het spannend om collega’s op bezoek te hebben, maar het went vanzelf. Ik zie hoeveel sterker ze worden in lesgeven. We hebben kwaliteitskaarten waarop is aangegeven hoe lezen, rekenen en dergelijke eruit ziet op De Kleine Wereld en aan de hand daarvan zie ik of het gewenste gedrag vertoond wordt. Ik constateer dat mijn team echt aan het professionaliseren is. Zo zijn ze zich bewuster geworden van de vragen die ze hebben. We vragen nu veel gerichter een expert van buiten om ons bij te praten over bijvoorbeeld digitalisering.” Ook Claassen ziet een sterke betrokkenheid van zijn teamleden bij de schoolontwikkeling. “Het is een drijfveer van allemaal. Op mijn school volgen momenteel zes leraren een master of post hbo-opleiding.”

Regie
Beide schoolleiders zien ook op stichtingsniveau positieve gevolgen van Learning Center. Er is een beoordelingssystematiek voor directeuren ontwikkeld en er zijn gesprekken over de collectieve ontwikkeling van de Sint Josephscholen. Claassen: “Alle directeuren hebben hetzelfde meegemaakt. Daardoor kunnen we nu goed samen de kennis verdiepen.” Het enige minpuntje dat Claassen en Wannet noemen is dat het bestuur niet eerst draagvlak heeft gezocht voor dit beoordelings- en professionaliseringstraject. Wannet: “Het kwam erg van bovenaf. Ik heb liever zelf de regie over mijn ontwikkeling. Aan de andere kant had het geen andere uitkomst opgeleverd als het bestuur wel eerst de wensen had opgehaald. In Learning Center zelf hebben we wel de regie.”

Gepubliceerd op: 5 december 2016

Verschenen in

Kader Primair 4 (2016-2017) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Jaargids PO (2017-2018) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)