Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Leerkracht zelf positief over ondersteuning bij Passend onderwijs

Leerkracht zelf positief over ondersteuning bij Passend onderwijs

Leerkrachten hebben zelfvertrouwen en zijn redelijk positief over de randvoorwaarden op hun school, hoewel de helft nooit hulp krijgt van een extra collega. Slechts een op de zes leerkrachten kan minstens een dag per week over een onderwijsassistent beschikken. Toch geeft de meerderheid van de leerkrachten aan zich goed ondersteund te voelen door ib’er, schoolleider en ouder. Dat blijkt uit een onderzoek van KBA Nijmegen, de Rijksuniversiteit Groningen en het Kohnstamm Instituut onder 39 basisscholen. Een tweede meting volgt in 2018.

Uit tal van (inter)nationale onderzoeken is bekend wat er nodig is om leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften te helpen. Zoals effectief onderwijs en effectieve interventies, competenties en attitudes van leerkrachten en randvoorwaarden als voldoende ondersteuning en faciliteiten, het handelen van de schoolleider, de schoolcultuur, het professionaliseringsbeleid en ouderbetrokkenheid. In het onderzoek is aan de hand van vragenlijstonderzoek, lesobservaties, gesprekken en het verzamelen van toetsresultaten geprobeerd een beeld te krijgen van hoe het er voor staat met Passend onderwijs in het po en vo. Hieronder de resultaten in het basisonderwijs.

Randvoorwaarden
De leerkrachten die aan het onderzoek meededen zijn redelijk positief over de randvoorwaarden op hun school. De meerderheid voelt zich goed ondersteund door de ib’er, gestimuleerd door de schoolleider en gesteund door ouders. Het scholingsbeleid is volgens leerkrachten meestal op orde en ze waarderen de teamcultuur positief. Ook over de ondersteuning als geheel, bijvoorbeeld op het gebied van taal-/leesonderwijs, rekenonderwijs of gedragsproblematiek, zijn de ondervraagde leerkrachten vrij positief.
Het meest kritisch zijn de leerkrachten over de beschikbare faciliteiten voor leerlingen die zwak of juist begaafd zijn bij taal/lezen en rekenen. Daarbij gaat het om de beschikbaarheid van lesmateriaal en de beschikbaarheid van ICT-voorzieningen.
 
Weinig ondersteuning
Ondanks deze tamelijk gunstige uitkomsten staan leerkrachten er in de klas vaak alleen voor, zo blijkt uit het onderzoek. Ongeveer de helft krijgt nooit hulp van een extra collega, onderwijsassistent of remedial teacher. Slechts één op de zes leerkrachten kan minstens één dag per week beschikken over een onderwijsassistent in de klas. De helft van de leerkrachten heeft af en toe of regelmatig een leerkracht in opleiding erbij.
 
Hoog zelfvertrouwen
Uit (inter)nationale onderzoeken blijkt dat het veel uitmaakt hoe vaardig leerkrachten zijn in lesgeven aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften en hoe zij daarover denken (hun attitudes). In de praktijk is het bovendien van belang dat een leerkracht goed weet aan te sluiten bij de verschillen tussen leerlingen. Ook dit is onderzocht op de 39 betrokken scholen.
Veel leerkrachten geven aan dat zij lesgeven aan leerlingen met leerproblemen en/of gedragsproblemen als een ‘uitdaging’ beschouwen. De meesten denken ook dat ze het kunnen; ‘zelfvertrouwen’ scoort tamelijk hoog. Of ze inderdaad goed aansluiten bij verschillen tussen leerlingen is minder zeker: de scores zijn gemiddeld, zowel voor het aansluiten bij zwakkere als bij excellente leerlingen. Intern begeleiders zijn minder positief over leerkrachten dan zij zelf zijn, met name over hun competenties wat betreft Passend onderwijs. Zij zien verbeteringen voor het planmatig handelen en de didactiek.

De leerling
Van de onderzochte 256 leerlingen had ruim twee derde een achterstand in taal of rekenen, twee derde had een problematische werkhouding, bijna de helft gedrags- en bijna de helft sociaal-emotionele problemen. Gedragsproblematiek vinden de meeste ondervraagde leerkrachten het meest belastend, gevolgd door sociaal-emotionele problemen en een problematische werkhouding.
Qua leerprestaties zijn de gemiddelde toetsscores van de leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften significant lager dan die van hun ‘reguliere’ klasgenoten. Qua welbevinden blijkt dat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften zich minder prettig voelen dan klasgenoten zonder extra ondersteuningsbehoeften.
 
Dit onderzoek maakt deel uit van de evaluatie Passend onderwijs, in opdracht van NRO.

Downloads en links
Gepubliceerd op: 28 september 2017

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Het ABC van de CAO PO (Herziene versie januari 2017)