Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Bereid je voor met een vervangingsplan
Invallen onder de wwz

Bereid je voor met een vervangingsplan

Auteur: Jaan van Aken

Het is moeilijker geworden om vervanging te vinden door de Wet Werk en Zekerheid (Wwz). De AVS uitte in een brief aan Kamerleden haar zorgen over de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs door gebrek aan invallers. En bracht een handreiking uit over vervangingsmogelijkheden die de CAO PO 2016–2017 biedt binnen de Wwz.

‘Invallers houden hun kruit droog voor langdurige vervangingen’ en ‘Door dreigend gebrek aan invallers kan niet worden uitgesloten dat klassen naar huis gaan’ waren reacties in een AVS-peiling (september 2016) die door zevenhonderd schoolleiders is ingevuld. Negen van de tien geeft aan sinds de Wwz tegen problemen aan te lopen. Tweederde kan niet direct over vervanging beschikken als dit nodig is.
Deze vervangingsproblemen kwamen ook naar voren op 28 september tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Het voornaamste knelpunt is de ketenbepaling uit de Wwz, die sinds 1 juli 2016 het aantal tijdelijke dienstverbanden beperkt tot maximaal zes in drie jaar voor het bijzonder onderwijs (de Wwz geldt niet voor het openbaar onderwijs, tenzij besturen ervoor kiezen de Wwz te hanteren).
“Door de ketenbepaling komen invallers niet voor een halve of hele dag, omdat ze dan snel aan zes contracten zitten en geen werk meer krijgen”, zei John Verdaasdonk, CvB-voorzitter van KPO Roosendaal, tegen de Tweede Kamerleden. Bestuurders en schoolleiders gaven aan dat de Wwz leidt tot hogere kosten en meer administratieve rompslomp. “We krijgen het administratief niet geregeld. Daardoor kunnen we verplichtingen oplopen (een vast contract voor invallers, red.) en moet je via het afspiegelingsbeginsel vaste mensen ontslaan”, vreest Jac Verschueren, directeur/bestuurder van SKPOEL in Etten- Leur. Positiever was Hans Nieuwkerk, GMR-lid en leraar bij Salto-basisschool Reigerlaan in Eindhoven. “Onze vervangingspool is heropgericht en 35 mensen zijn voor een jaar aangesteld. Dat bevalt heel goed.”

Spanningsveld
De meerderheid van de aanwezigen deelde echter de zorg van de AVS, die in een brief aan de Onderwijscommissie van de Tweede Kamer uitte dat de continuïteit en onderwijskwaliteit door de Wwz onder druk staan. De wet leidt tot een spanningsveld tussen bestuurlijke continuïteit en onderwijskwaliteit, constateert AVS-voorzitter Petra van Haren. “De ketenbepaling zorgt dat je bij een zevende contract een invaller een vaste baan moet aanbieden. De vraag is: hoe erg is het als je een goede flexkracht binnenhaalt in je school? Aan de andere kant zitten besturen financieel niet heel ruim in hun jas en kun je ze niet aanrekenen dat ze behoedzaam opereren. Tegelijkertijd komen invallers niet voor een dag, want na zes keer komen ze niet meer aan bod. Het kan ertoe leiden dat een klas op losse dagen geen meester of juf heeft, en een klas naar huis sturen is het allerlaatste wat je wilt.”
In de peiling verwijten sommige respondenten de AVS niet genoeg te hebben gedaan om de Wwz voor het bijzonder onderwijs te voorkomen. “De Wwz is nationale wetgeving, net zoals de Participatiewet en pensioenen. We zijn als individuele bond geen partner in bovensectorale wetgeving. Maar de AVS heeft weldegelijk een bezwaarbrief gestuurd aan minister Asscher en als bond zijn we met de andere sociale partners bij hem geweest om een uitzondering op de ketenbepaling te bepleiten. Dat is helaas niet gelukt.
Ik kan me voorstellen dat het tot frustratie en verwarring leidt bij sommige leden”, reageert Van Haren. De AVS was wel partner in de cao-onderhandelingen en heeft daarbij aanvullende afspraken gemaakt. Van Haren: “De ketenbepaling is voor ziektevervanging verruimd van drie naar zes tijdelijke contracten in drie jaar. Ook hebben we met de sociale partners een aantal aanvullende vervangingsmogelijkheden afgesproken.”

Handreiking
Over die vervangingsmogelijkheden vanuit de CAO PO schreef AVS-adviseur Jan Stuijver een handreiking. “Maak in het jaartaakgesprek met iedere medewerker afspraken over de mogelijkheden om in te vallen. Daarna ga je als schoolleider het gesprek met je team aan om gezamenlijk, met instemming van de PGMR, een vervangingsplan op te stellen. “Bekijk hoe vaak en wanneer je de afgelopen paar jaar behoefte aan vervanging had: waar zaten de knelpunten en wanneer hebben we die niet kunnen oplossen?”
De volgorde die de cao bij vervanging voorschrijft, is vast, vast/flex en flexibel. Een vast dienstverband op schoolniveau of op bovenschools/bovenbestuurlijk niveau heeft de voorkeur. “Stel dat er 6 procent ziekteverzuim was de afgelopen drie jaar en de school telt 30 fte. Als je uitgaat van 4 procent kun je in principe voor 1,2 fte vaste invallers aanstellen, al dan niet binnen een invalpool.” Neemt een school deel aan een invalpool dan is een telefoontje de eerste stap bij plotselinge afwezigheid van een collega. “Is er de eerste dag geen invaller beschikbaar dan probeer je intern een oplossing te vinden.”
Bekijk wie van het eigen personeel beschikbaar is om in te vallen, vervolgt Stuijver. “De eerst aangewezen vervanger is de duo-partner, laten die twee bij ziekte eerst elkaar bellen. Daarnaast kun je in het plan vastleggen welke parttimers op hun vrije dagen eventueel bereid zijn in te vallen. Uiteraard kun je dit niet afdwingen en geldt ook hiervoor dat ze dat maximaal zes keer in drie jaar kunnen doen. Ook kun je afspreken dat leerkrachten een aantal uur in hun taakbeleid vrijwillig flexibel invullen als invaller en collega’s met niet-lesgevende taken kunnen een dag voor de klas”, schetst Stuijver de mogelijkheden.
Daarnaast zijn er tijdelijke arbeidsovereenkomsten, die door de ketenbepaling beperkt zijn tot zes contracten in drie jaar. “Werknemers met een tijdelijke dienstverband kunnen onbeperkt invallen. Het is dus mogelijk iemand een tijdelijke benoeming voor een jaar te geven. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met verplichtingen die ontstaan”, aldus Stuijver.
Ook biedt de CAO PO twee nieuwe contractvormen: het min-maxcontract (gebruikt drie op de tien scholen uit de peiling) en het bindingscontract (gebruikt 13 procent). Bij een min-maxcontract krijgt iemand een tijdelijke benoeming van een jaar voor minimaal acht uur per week, die indien nodig maximaal tweeëneenhalf keer is uit te breiden. “Geef bijvoorbeeld jonge pabo-afgestudeerden zo’n contract en spreek af dat je ze bij vacatureruimte als eerste voordraagt voor een vast contract”, suggereert Stuijver. Het bindingscontract is een jaarcontract voor tenminste één uur per week dat desgewenst uitgebreid kan worden. “Een bindingscontract geef je aan mensen rond de school met een pabo-diploma, die indien nodig bereid zijn in te vallen.”
Stuijver denkt dat de Wwz ook winst kan opleveren qua flexibiliteit in de schoolorganisatie. “Er zullen altijd pieken als griepgolven blijven. Het gaat erom hoe flexibel zijn we met elkaar en voelen we een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om knelpunten op te lossen.”

De AVS-handreiking ‘Vervanging bij ziekte en afwezigheid in de school’ is te downloaden via www.avs.nl/cel/handreiking-vervangingsbeleid.

Gepubliceerd op: 27 oktober 2016

Verschenen in

Kader Primair 3 (2016-2017) (Verder in dit nummer)

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Het ABC van de CAO PO (Herziene versie januari 2017)