Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » 80 Procent schoolleiders ervaart knelpunten bij Passend onderwijs

80 Procent schoolleiders ervaart knelpunten bij Passend onderwijs

80 Procent van de schoolleiders ervaart nog knelpunten bij de invoering van Passend onderwijs . In bijna 90 procent van de gevallen gaan scholen niet zomaar over tot het inschrijven van leerlingen. Ze doen dit in het belang van het kind, maar voldoen daarmee niet aan de zorgplicht. Dit blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders waar  400 schoolleiders eind augustus aan hebben deelgenomen.
 
Scholen hebben sinds de invoering van de Wet Passend onderwijs op 1 augustus 2014 zorgplicht. Dit betekent dat ouders hun kind kunnen aanmelden bij een school en dat vanaf dát moment de school (het schoolbestuur) verantwoordelijk is voor het vinden van een goede plek. In de praktijk gaan scholen in bijna 90 procent van de gevallen niet zomaar over tot het inschrijven van leerlingen. “Het is zorgelijk dat niet voldaan wordt aan de zorgplicht en ouders nog steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd”, zegt AVS-voorzitter Petra van Haren. Vrijwel altijd is er eerst een kennismakingsgesprek. In veel gevallen wordt bij een onderwijszorgvraag eerst in het team besproken of de school in voldoende mate deze zorg kan bieden.  Schoolleiders doen dit uit zorgvuldigheid, in het belang van het kind, maar voldoen daarmee niet aan de zorgplicht. Uit eerdere gesprekken met de commissie onderwijs van de AVS werd duidelijk dat schoolleiders dit vooral doen vanuit de gedachte dat ze ouders vanuit de eerste kennismaking meteen willen wijzen op een school die meer geschikt is, juist ook in het belang van de leerling. Het effect is echter dat ouders hun kind niet zomaar kunnen inschrijven en daardoor zelf verantwoordelijk blijven voor het zoeken naar een passende school voor hun kind. De verantwoordelijkheid komt daarmee niet via een directe lijn bij het samenwerkingsverband terecht, wat wel het uitgangspunt is van Passend onderwijs.
 
Bestuurlijke drukte
De school is aan zet om leerlingen passende onderwijszorgarrangementen te bieden. Op een aantal plekken lukt dit al goed of steeds beter. Maar op veel scholen  blijkt dat de energie vooral wordt gestoken in bestuurlijke drukte en het geld dat nodig is in de school lijkt niet aan te komen waar dat nodig is: bij het primaire proces in de klas.
Voor leerlingen is in  40 procent van de gevallen in zorg niet snel beschikbaar.  In bijna 70 procent van de gevallen zegt de schoolleider over onvoldoende middelen te beschikken om Passend onderwijs en zorg te bieden.
Op de verschillende niveaus wordt  enorm veel tijd geïnvesteerd en er wordt  een grote administratieve last ervaren. Doordat er, veelal niet eenduidige, procedures worden afgesproken met elk hun eigen administratieve afwikkeling, zijn er legio aan nieuwe (digitale)  formulieren ontstaan. Onderbouwingen van aanvragen, verslagen van overleggen en rapporten over diverse zaken. AVS-voorzitter Petra van Haren: “De bedoeling mag goed zijn, het effect leidt tot grote administratieve last voor de schoolleider en het team.” 
“Schoolleiders voelen zich terecht eindverantwoordelijk voor het succesvol implementeren van Passend onderwijs op hun school”, zegt ze.  De rol van de interne begeleider is daarbij uitermate belangrijk, vooral waar het gaat om de inhoud en praktische vormgeving. Zestig procent van de schoolleiders geeft aan dat hun team goed is toegerust voor het realiseren van Passend onderwijs. Professionalisering is vooral op schoolniveau nog een belangrijk ontwikkelpunt.
 
Spanningsveld
Meer dan driekwart van de schoolleiders voelt zich betrokken bij het samenwerkingsverband en  vindt dat ze er goed door worden geïnformeerd. 70 Procent weet welke zorgarrangementen er voor de school beschikbaar zijn en op welke wijze ze ondersteuning kunnen vragen bij het samenwerkingsverband. Vooral in centraal georganiseerde samenwerkingsverbanden ervaren schoolleiders een enorm spanningsveld tussen de verantwoordelijkheid en de mate van autonomie en invloed die er nodig is om deze verantwoordelijkheid goed in te kunnen vullen. Het is de bedoeling dat er op een ‘getrapte’ wijze invloed en communicatie is. Soms werkt dit, maar vaak loopt alles via de besturen, die relatief op afstand staan. Communicatie en dialoog komen vaak matig  tot stand. Hierdoor is de verbinding tussen het interne proces van Passend onderwijs op schoolniveau en de beleidslijn vanuit het samenwerkingsverband of het eigen bestuur vaak onvoldoende. Directeuren voelen zich dan een soort ‘uitvoerder’ zonder directe invloed of grip op de inzet van middelen.
Directeuren van eenpitters zitten vaak in een rol van gemandateerd bestuurder. Zij nemen dan namens het bestuur zitting aan de bestuurlijke overleggen. Dit geeft een hoge mate van betrokkenheid, maar het kost veel tijd en als eenpitter wordt de invloed in het grotere geheel meestentijds als klein ervaren.
Schoolleiders spreken herhaaldelijk de zorg uit  dat individuele leerlingen onvoldoende centraal staan, beleid en financiën zijn leidend waar afwijkende maatwerkoplossingen moeten worden gezocht. Schoolleiders maken zich daarbij zorgen over het begrip dat ouders hebben waar het gaat over Passend onderwijs. Zeker twee derde van de ouders weet er onvoldoende van.
 
Eén gezin, één kind, één plan
De samenwerking van onderwijs met jeugdzorg vanuit het uitgangspunt één gezin, één kind, één plan loopt in driekwart van de gevallen nog niet goed. Van Haren: “De transitie jeugdzorg is in januari 2015 ingegaan, maar geeft zeker in samenhang met Passend onderwijs nog veel reden tot zorg.”
 “Het feit dat zo’n 80 procent van de schoolleiders nog knelpunten ervaart bij de invoering van Passend onderwijs is zorgelijk”,  zegt ze. Er wordt door de schoolleiders onder meer aangegeven in de peiling: mismatch in indicatie en plaatsingsmogelijkheden, ontbreken van een eenduidige visie, ontbreken van (bestuurlijke) samenwerking, zorgplicht wordt niet goed opgepakt, veel bureaucratie, te beperkte middelen en mogelijkheden, grote reguliere klassen,  te weinig handen in de klas, onduidelijkheid over procedures of bekostiging, werkdruk en overvragen van personeel, onvoldoende geprofessionaliseerde leerkrachten terwijl expertise uit het speciaal onderwijs verloren gaat, te weinig oog voor meerbegaafde leerlingen, toetscultuur in plaats van ontwikkelingsgericht denken en nog veel te veel onduidelijkheden.
Van Haren: “We zijn met elkaar begonnen aan Passend onderwijs, veel gaat goed en is in ontwikkeling, maar veel moet nog veel en veel beter. “ Er zijn nog veel te veel thuiszitters, vaak leerlingen waar geen passende plek voor is gevonden.  Of leerlingen krijgen niet, of niet op tijd, het passende onderwijszorgarrangement wat ze nodig hebben. “Daar was het het onderwijs bij Passend onderwijs nu juist om te doen: de leerling centraal en een goede plek voor elk kind.”
 
Het grootste deel van de respondenten is werkzaam in het reguliere basisonderwijs, maar ook leidinggevenden uit het voortgezet onderwijs en de diverse vormen van speciaal onderwijs hebben meegedaan.
 
 
 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 3 september 2015

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2017)